Leg maar weer weg.

Ze keken haar aanlokkelijk aan. Twee witte eenhoorns. Pantoffel eenhoorns. Ze waren zacht. Aanraakbaar. Lief.
Ze stonden in een bak naast elkaar. Hun hoorn als een regenboog gekleurd.
Vader stond in de rij van de drogist te wachten. Hij had shampoo in zijn hand en een pak papieren zakdoekjes.
‘Papa?’ riep het meisje zacht maar hard genoeg. Haar vader keek achterom.
‘Leg maar weer weg.’
‘Papa?’
‘Leg maar weer weg Kaja.’
Ze bleef ernaar kijken. Ze haalde de witte eenhoorns uit de schap. Ze stopte beide handen in de pantoffels. Ze draaide met haar heupen heen en weer. De ogen van de eenhoorns waren schitterend blauw. Ze waren zacht. Heel erg zacht. Ze aaide de pantoffels alsof het knuffels waren. Ze legde een pantoffel tegen haar wang.
‘Papa?’
‘Schatje, leg maar weer terug.’
Haar vader schoof in de rij naar voren. Ik ook.
‘Papa? Mag ik die?’ Ze zei het heel zachtjes. Een beetje in zichzelf. Misschien wist ze dat ze deze pantoffels niet kreeg.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

2 antwoorden op “Leg maar weer weg.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *