De nostalgie van de typemachine.

Er bestaat een foto van een klein meisje met kort bruin haar en een hoekige jongensbril met een lichtblauwe fluwelen trui aan die achter een enorme ecru kleurige typemachine zit en lachend in de camera kijkt. Dat meisje, misschien acht jaar oud, ben ik. We praten over de begin jaren tachtig. Ik moest hieraan denken toen ik de eerste beelden zag van de documentaire California Typewriter in het Filmhuis Den Haag. Er waren acteurs, schrijvers en verzamelaars aan het woord. Meestal mannen. De kunstenaar Jeremy Mayer tengelde* oude en kapotte typemachines uit elkaar om er kunstwerken van te maken. Een hert, een vrouwenlichaam.
Ik zie mezelf zitten aan de tafel bij mijn tante die in een zelf ontworpen huis woonde met de woonkamer de diepte in wat bij anderen de kelder zou zijn. Een donkere boel. Ik schreef toen al. Ik kan me eigenlijk ook niet anders herinneren dan dat ik tekende en schreef.
Later stond er een enorm bakbeest in mijn ouders huis. De typemachine was log, zwaar en je moest er hard op duwen wilde de toets naar voren vliegen om er een letter uit te persen. Vaak was de inkt van het lint op, zat het ineens dubbel en moest je het weer recht leggen. Dan werden je handen weer vies.
Weer later stond er een elektrische typemachine in de kamer. Die ging een stuk sneller. Helaas was het bekende geluid verdwenen. De nostalgie van de typemachine. Het rinkelgeluid van een belletje. Maar ook het getik op de toetsen. Er zat soms zelfs een ritme in. Het leek op muziek.
En nu vraag ik me af of die ene logge typemachine nog bij mijn ouders op zolder staat. Vast niet.

*tengelen. Bij de naschoolse opvang introduceerde ik de tengelhoek. (Naam niet verzonnen door mij.) Daar kon je oude telefoons, typemachines en andere apparaten uit elkaar tengelen en wat je verzameld had in potjes bewaren om nieuwe dingen mee te maken. Helaas was het geen lang leven beschoren. Ouders vonden het ‘te eng.’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

1 gedachte over “De nostalgie van de typemachine.”

  1. Typemachines…

    Wij hadden Olympia’s, met witte kappen. Iedere machine had zijn eigen karakter. De een liet zijn ‘t’ iets achterover hellen, de ander miste een puntje op de ‘i’ en nummer drie sloeg een gaatje in plaats van een ‘o’, die bij gebruik van correctievloestof een witte stip op de rol achterliet. Per blad mochten we maximaal vijf correcties doen, anders moest het over.

    Weglopen van je machine was geen goed idee. Er was altijd wel iemand die de rol een stukje doordraaide, iets grappigs tikte en dan alles weer op z’n plek zette. En dus was er altijd iemand die er halverwege een pagina achter kwam dat hij door een andere tekst zat heen te tikken en dus overnieuw kon beginnen. Doorgaans kwamen er dan ook minder documenten uit onze handen dan zou kunnen.

    Toen er computers kwamen werd dat een stuk beter. Maar ook een stuk minder om te lachen…

Geef een reactie