Goed proeven.

‘Waarom moet ik langzaam eten?’
‘Niet per sé langzaam maar minder snel als dat je nu doet.’
Hij propte weer een stuk appel naar binnen. De andere was net fijngekauwd en amper doorgeslikt.
Hij had haast. Hij wist zelf niet waarom eigenlijk of waardoor die haast kwam.
Ooit zei een masseur tegen mij dat snel lopen, wat ik geneigd ben te doen, of snel fietsen mij de toegang ontzegde om verder te kijken. Als je eenmaal snel bent, met alles, dan gaat er veel aan je voorbij. Ik probeerde, tot ergernis en frustratie, minder snel te wandelen.
‘Niet proppen.’ zei ik meer dan eens tegen de kinderen waarbij ik middagen doorbracht.
‘Als je langzamer eet proef je echt wat je eet. Je wilt toch goed proeven?’
Ik herinnerde me een kind dat met zijn ogen dicht een hap eten in zijn mond nam, overdreven ging kauwen en heel hard ‘Mmmmm!’ mompelde. Later was dat meer een gewenning geworden en at hij echt een stuk rustiger.
‘Als je langzamer eet geniet je ook meer van wat je in je mond gestopt hebt.’
‘Hap slik weg!’ riep hij.
Ja, anders was het hap slik weg.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geef een reactie