Een vilein stukje fictie.

De redacteur van Alfred Birney stond vast in de trein. Ik vroeg me af of hij letterlijk vast stond in de trein of dat er vertraging was doordat de trein langzaam reed. Hij was dus te laat op de boekpresentatie waar hij een openingswoord zou houden. Waar stond de trein dan vast? Kon de trein niet weg uit een station of zat iedereen vast in een weiland met mooi uitzicht? Ik kon er van alles bij verzinnen.
Er klonk rustgevende live gitaarmuziek van ergens in een hoek. Ik herinnerde me mijn ‘balletcarri√©re’ en we een jaar Spaanse dans kregen, inclusief het gebruik van de castagnetten en het dansen op flamenco schoenen. Ik droomde wat weg.
Even later stond de gitarist op omdat iemand zei dat de ene helft van het publiek hem niet zag spelen. Hij verkaste naar de andere hoek. Dat vond men wel zo eerlijk.
De toch wat oudere mensen in de rijen voor mij staken hun smartphone omhoog om een paar foto’s te maken. Ze hadden niet door dat ze foto’s maakten van de rijen achter hen, in plaats van het podium voor zich. Ik had moeten zwaaien, dacht ik te laat. Ondertussen maakte vriendlief een foto van een man in een hoogwaterbroek met een grote giraf op zijn sokken. Hij deinde heen en weer op de gitaarmuziek. Misschien was het toch een vrouw. Ik kon het vanonder de stellage met boeken niet goed zien.
De redacteur kwam toch nog op de valreep de trein uit, liep langs de tafel met wijnglazen en las een brief voor van de buurvrouw van pal achter. U moet weten, Dagboek van Meneer B, niemand bleef, heeft wat passages over het begluren oftewel observeren van de mensen in de flat waar hij woont of de mensen op straat. Als je schrijver bent of schrijft krijg je misschien wel vaker interessante live fragmenten toegespeeld dan wanneer je niet schrijft. In ieder geval herken ik dat gluren, oftewel, observeren. Ik observeer de hele dag. Er valt ook niet aan te ontkomen. (Ik hoor tijdens de speech dat bestek op de grond valt. Ik vraag me vervolgens af of het een lepel is of een vork.)
De buurvrouw van pal achter had de redacteur een brief gegeven net voordat hij de boekenwinkel binnenstapte. De buurvrouw van pal achter had een appeltje te schillen met Alfred. En zo begon de redacteur met het voorlezen van een vilein stukje fictie, bedacht ik me.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *