Vroeger was het beter.

Er lag troep op straat. Een stoel was afgebrand. Ik zag het skelet van de stoel als een zwartgeblakerd zielloos ding op z’n kant liggen. Papier, afgestoken vuurpijlen lagen als mikado op de grond. Veel verkoold papier lag er.

Vroeger moesten we vroeg naar bed op Oudjaarsavond en dat vonden we niet leuk want iedereen wist dat het later op die avond mooi zou worden. Veelbelovend. Een feest. Dan vielen we alsnog in slaap want we waren doodmoe en werden we wakker gemaakt om vijf voor twaalf om met slaperige ogen in onze pyjama in een winterjas gehesen te worden en naar buiten te gaan want de hele buurt was op straat om het siervuurwerk af te steken en om met elkaar het nieuwe jaar in te gaan. Men dronk samen champagne, wenste elkaar gelukkig nieuwjaar en vierde feest.

Vroeger was het beter, ging het door me heen, maar dat vond ik ook weer onzin. Ik was onderweg naar de supermarkt en liep langs de spullen die de dagen ervoor op straat gesmeten waren en in de fik gestoken. Stoelen, koffers, pallets. Elders waren auto’s in de hens gezet, voortuinen, er werden rotjes door brievenbussen geschoven. Kerstbomen op elkaar gestapeld en het vuur erin.
Misschien moest alles kapot omdat al het oude opgeruimd moest worden. Krijg de tering 2019!
Maar ja, vroeg ik me af terwijl ik langs alle rotzooi liep, wie ruimt die ellende van de afgelopen week dan op?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *