Er zijn kamers in dit huis maar waar is die van jou?

Ik kijk naar jou en vraag me af of je mij ziet. Er zit onzichtbare vitrage voor je ogen waar je wel doorheen kunt kijken maar je ziet niet alles even goed. Ik wil het opzij duwen om je beter te laten kijken maar tegelijkertijd vraag ik me af of het wel zal helpen.

Er zitten mensen in de kamer die je bekijkt. Ze praten tegen je maar je vraagt je af of ze het echt wel tegen je hebben en als ze tegen je praten kun je de antwoorden niet vinden. De woorden zijn verloren. Je bent op een plek waarvan iedereen zegt dat het je thuis is maar zelf kijk je naar de voordeur om weg te gaan, naar huis, zeg je. De voordeurbel rinkelt weer. Wie staat er voor de deur? De kamer wordt voller.

De mensen praten met elkaar en lachen en drinken en praten harder. Je staat op om niet te hoeven zitten maar als je halverwege bent weet je niet waarheen je wilt. Waar zou je het liefst heen willen? Er zijn kamers in dit huis maar waar is die van jou?
Ik weet wel wat je zoon, dochter en echtgenoot graag zouden willen. Dat het ophoudt. Er is een ziekte als een sluipmoordenaar in jou gaan logeren die stukje bij beetje afpakt wie je ooit was. Als een koekje waar iemand alleen de chocoladevulling van opeet.
Vroeger was je iemands vrouw en moeder. Je was opgewekt, lief, vrolijk, soms adrem.
Nu ben je angstig en verdrietig. Soms boos.

‘Ga jij naar huis?’ vraagt ze. Ik heb mijn jas aan en zal spoedig met de tram naar het station gaan. ‘Waar is je armband?’ vraag ik. Ik had jou de armband vanmiddag gegeven. ‘Het zijn speciale kralen.’ zegt je dochter. ‘Als je over de kralen wrijft wordt je rustig.’ zeg ik. Ze kijkt me aan. ‘Nou, dan ga ik dat meteen doen.’ Heel even is de vitrage voor je ogen weg. Heel even.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Een gedachte over “Er zijn kamers in dit huis maar waar is die van jou?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *