Het was op een maandagochtend.

Het was op een maandagochtend toen ik nietsvermoedend de badkamerdeur opende op de half gesloten psychogeriatrische afdeling in Rosmalen. De locatie, een heel oud verstopt ziekenhuis in een bosrijk gebied met daarbijbehorende paviljoens, met een klein boerderijtje met kakelende kippen en een haan die in de doodse stilte kukelde, met een oud mysterieus kerkhof met scheve oude zerken, bestaat al lang niet meer. Er lagen daar mensen die niet thuis gestorven waren maar hier, in dit donkere bosgebied met in de stilte soms schel gekrijs van mensen achter gesloten deuren dat door merg en been ging.
Ik moest eraan denken toen ik het tv programma Op Vrijdag bekeek met een actrice slash musicalster die vertelde over haar bijbaantjes voordat ze doorbrak. Ze maakte schoon op plekken waar het erg goor was, daar kwam het op neer. En ja, het is luxer als je in de avonduren lege kantoren schoonmaakt dan, laten we zeggen, de badkamers in de psychogeriatrische afdeling in Rosmalen. Ik was net begonnen bij de civiele dienst en een van mijn taken was de schoonmaak.
Ik opende de deur en deed het licht aan. Met mijn kar liep ik de badkamer in en stond aan de grond genageld. Ik weet niet meer precies wat ik dacht, maar terugdenkende zou ik gedacht kunnen hebben: ik loop hier weg.

Er zijn misschien in ieders leven wel herinneringen aan baantjes waarbij je het liefst je ogen wilt sluiten en wilt vergeten hoe het toen was. Het bleef bij dat ene incident. Ik had het er reuze naar mijn zin, ik bleef er tenslotte zes jaar vakantiewerk doen, heb verder leuke herinneringen en heb er enorm veel geleerd over mensen, hoe ze kunnen veranderen door tijd, omstandigheden, soms genen of een combinatie daarvan. Ik heb nog een paar ouderen op mijn netvlies staan die als losse foto’s in mijn brein voorbijschieten met hun traumatische verhalen. Ik was nog jong toen ik daar rondliep. Het had mij ook te veel kunnen raken.

Ik slikte mijn ongemak en afschuw weg die maandagochtend en maakte alle tegels schoon. Alles werd weggepoetst. De supervisor kwam een kijkje nemen toen ik wel heel lang wegbleef. Ik moest ook de gangen nog dweilen en dat moest het liefst voordat de karren met maaltijden werden binnengebracht.
‘Is het weer zover?’ vroeg ze, knikkend naar de tegels op de muren.
‘Dat gebeurt wel vaker in het weekend.’

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *