Ruilhandel.

Er stonden twee meisjes voor de deur, wiebelend op de hakken van hun schoenen.
‘Ken jij mij nog?’ vroeg de ene.
‘Jazeker, je was vorige week aan het vertellen over je kat en jullie vakantie op de camping.’
Een week geleden was ik buiten wat aan het vegen toen ze met haar step voorbij reedt en even stopte.
Ze knikte heel ijverig alsof haar hoofd vastzat met een elastiek aan haar schouders.
Toen zag ik een mandje met spullen erin.
‘Wij willen met de hele buurt ruilen. De een geeft iets en dan mag je wat terugpakken. Wil je ook meedoen?’
Ik keek in de mand en ondertussen groef ik in mijn geheugen. Had ik leuke spullen liggen? Kleine spullen die zij interessant genoeg vonden? Of de buurt?
‘Ik kreeg gisteren van iemand uit de straat oorbellen!’ vertelde ze en hield haar haren weg zodat de twee zilveren knopjes zichtbaar waren.
‘Da’s een fijne ruil! Wat had jij geruild voor die oorbellen?’
Ze dacht even na.
‘Gekleurde veters.’
Ze zei het opeens vrij achteloos. Ze haalde nog net haar schouders niet op.
‘Willen jullie straks even terugkomen, anders. Ik moet even zoeken naar iets leuks om te ruilen.’
Ze besloten over een paar uur terug te keren.

Na een uur of twee ging de deurbel weer. Ik had gezocht en vond wat kralen om een ketting mee te maken, nagellak en een klein ongebruikt notitieboekje. Dat moest genoeg zijn.
Ze stonden weer wiebelend op de hakken van hun schoenen met hun mand in de deuropening. Nadat ik alles in de mand gestopt had keek de een mij afwachtend met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Je mag nu ook iets uitkiezen!’
Oh ja, natuurlijk.
‘Wat hebben jullie allemaal?’
‘We hebben nog andere veters, een steen, pennen en stiften. Oh ja, en dit beeldje.’
Ze gaf een in plastic verpakt beeldje. Toen ik beter keek was het een boeddha beeldje. Een mini boeddha.
Ik was verkocht.
‘Neem ik die!’
Ze keek opeens heel blij. Ik was ook blij. De lachende dikbuik Boeddha leek te genieten van het leven. Hij zat in een prachtig lang gewaad te grijnzen met in zijn linkerhand een zakje, symbool voor geluk en welvaart. Met zijn rechterhand hield hij een soort staf vast. Deze staf staat symbool voor vertrouwen, goede balans en ondersteuning. Om zijn nek een malaketting als gebedssnoer, symbool voor welzijn. Eigenlijk was ik als een kind zo blij omdat het iets geheel onverwacht was. Iets ogenschijnlijk zo simpel; een buurkind aan de deur met een onschuldige ruilhandel, maar het bracht wel iets vrolijks teweeg.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *