‘Weet je, Jezus is niet zoals wij, als mensen. Je kunt hem niet zien.’
‘Kun je hem niet zien?’ vroeg ik.
‘Nee.’
‘Hij kan ook niet eten en drinken.’ vulde de ander aan.
‘Maar als je hem niet kunt zien, hoe weet je dan dat hij er is?’
Er werd nagedacht. Dat wisten ze niet. Beiden haalden hun schouders op.
‘Hij zit in de lucht.’ probeerde de een nog.
‘Hoe dan?’
Mijn vragen werden te moeilijk. Ze wisten het ook niet, hoe dat kon. Iemand die er was die je niet kon zien.
‘Kun je hem wel horen?’ wilde ik toen weten.
‘Nou eh…’
‘Hij heeft wel een mond en oren.’ zei de ander. En daarmee was wat hem betreft de kous af.
Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.
Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.
2 reacties op “In de lucht.”
Kleine kinderen hebben altijd gelijk. Zeker als het gaat over onzichtbare zaken. Vind ik. Van die kleintjes kunnen wij grootjes veel leren. X
@Liesbeth: kinderen vinden ook al snel dat je te veel vragen stelt. ;-)