Appelmoes.

Het kan zijn dat ik in een kinderwagen zit, ik kijk boven een rand naar de overkant waar twee personen bij een voordeur staan. Ik denk dat het ons huis is. De Wagenaarstraat? Ik denk dat het mijn moeder is en iemand anders. Ik voel als ik dat beeld oproep dat het zomer is. Het is warm en er schitteren zonnestralen over dat wazige beeld. Meer herinner ik me niet. Dat lijkt mij dat dit de eerste herinnering is. Tenzij ik het ooit op een foto heb gezien en ik die foto herinner. Hoe oud was ik? Ik heb geen idee. Maar jong was ik wel. Misschien twee of drie. Ze zeggen dat kinderen hun eerste herinneringen vastleggen en onthouden als ze drie jaar zijn geworden of zelfs als ze wat ouder zijn. Daarvoor is alles appelmoes. We onthouden niet dat we aan de borst lagen of flessenvoeding kregen, niet dat we in bed lagen te staren naar een mobiel dat eindeloos ronddraaide en we onthouden niets van gevit tussen onze ouders, gesprekken die gevoerd werden of prikken bij de dokter. Het zogenaamde kinderamnesie, iets dat voer is geworden voor psychologen. Als ik erop nalees heeft het volgens onderzoekers te maken met de bereikbaarheid van taal en het koppelen van gevoel en beeld aan die taal. Als je nog erg jong bent ontbreekt de taal om de beelden en het gevoel te omschrijven en dus vervaagt de herinnering. Het klinkt logisch. In ieder geval is deze eerste herinnering een zeer vaag verschijnsel en kan ik er verder geen emotie aan koppelen.


Als ik probeer verder te denken aan andere vroege herinneringen komt de kleuterklas naar boven. Ik was vier jaar oud en droeg een kort kapsel. Zeer kort zelfs, en ik keek met enige jaloezie naar klasgenoten, meisjes, die langer haar hadden dan ik. Hun lokken aaiden langs hun wangen als ze huppelden door de klas. Ze moesten hun haar achter hun oor leggen om beter te kunnen zien. Ze konden hun haar bij elkaar houden in een staart. Er is een herinnering aan een schaar die ik vasthield terwijl ik tussen de schappen stond in de kleuterklas. Door de openingen heen kon ik iedereen zien werken. In die schappen stonden potten verf, kwasten, lijmpotten en houten bakken met scharen. Je kon iedere schaar in een gleuf doen, dan bleven ze rechtop staan. Ik had een schaar in mijn hand en knipte iets van mijn pony af. Er was geen spiegel in de buurt, ik had geen idee hoeveel ik eraf geknipt had. Best veel, zo bleek later, toen mijn moeder onthutst reageerde. De volgende dag gingen we op de schoolfoto. Ik heb die foto bewaard. Ik droeg een grote, zilveren, ronde bril. Voor het dragen van die bril werd mijn ene oog afgeplakt want ik loenste een beetje. Die foto zegt mij veel. Het zegt mij dat ik kind was, een kleuter. Ondernemend. Een beetje tralala. Mijn ogen staan vrolijk, mijn mond trekt een beetje naar boven als ik lach. Alles lag toen nog open. Wist ik veel wat er komen zou. Ik droeg een lichtblauw T-shirt. Ik weet nog dat er een blauw met wit geblokte rok bij hoorde. Waarschijnlijk droeg ik ook witte kanten sokjes. Mijn knieën waren misschien een beetje stuk van het struikelen over hoge stoepranden en had ik een klein ringetje om mijn ringvinger met een lieveheersbeestje erop, gekregen van mijn opa en oma. Vanaf toen begon het leven.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *