Er lag een duif op de grond. We zagen witte veertjes, ze plakten op de stenen. De duif kukelde met zijn borst naar de grond en koprolde door de wind. Alsof de wind hem wilde oppakken maar hem weer op de grond smeet. Het was een vreemd gezicht.

Ik belde de dierenambulance. ‘Ja, er ligt een duif op de grond en daar gaat het niet goed mee.’ Of hij dood ging. ‘Dat kan ik niet zeggen, maar het gaat niet goed.’ ‘Een moment, ik krijg nog een melding.’ Ik kon alles horen. Daarna kwam ze weer terug. ‘Hebbie een doos?’ Nee, we waren voorbijgangers, we hadden geen doos. ‘Welke straat?’ ‘Met een S? Is het Den Haag?’ ‘Wacht even, ik moet even pen en papier. Wacht even, waar zei je ook alweer?’

De duif rolde. Hij was moe. Hij kon niet op zijn poten staan. ‘Misschien heeft iemand, een kat, hem te grazen genomen. Al die veertjes…’ We wisten het niet. ‘Ik weet niet hoe lang het gaat duren voor de auto komt.’ zei de vrouw aan de lijn. ‘Moeten we wachten?’ Nee, dat was niet nodig. Ik hoopte maar dat het goed kwam.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten