Ik sta aan een kerstboom te sjorren die halverwege de zoldertrap uit elkaar valt. Ik pas de twee stukken weer in elkaar zodat ik het in een geheel weer naar boven kan dragen. Beneden hoor ik mijn vader. ‘Laat je hem vallen?’ ‘Nee,-‘ roep ik. De traptreden lijken zo smal, ik moet voorzichtig mijn voeten neerzetten wil ik niet struikelen. Eenmaal boven sta ik in een kleine zolderkamer met afgedekte dozen. Ik zie een geopende oude doos met leren schaatsen. Ik vraag me af waar mama’s trouwjurk ligt. Ik draai me weer om en loop naar beneden. Het bed wordt gebracht en ze hebben net aangebeld.

Mijn vader heeft er misschien maar een nacht in geslapen.

Pa liep afgelopen vrijdagmiddag mee naar de voordeur toen ik mijn ov fiets pakte en de sleutel ging terugbrengen naar broer en gezin. ‘Bedankt hè.’ zei hij. ‘Bedankt.’ En keek me even aan. Ik zwaaide voor de laatste keer. Hij trok de deur achter zich dicht.

Vier en een halve maand na mama is hij er ook niet meer. Het huis is stil. Niemand verzorgt de planten. Niemand heeft het laatste beetje afwas gedaan. Er ligt nog was in de wasmand. Ik zie tandpasta. Douchegel. Een jas aan de kapstok.

Als je ouders er plots niet meer zijn en je ronddwaalt in je ouderlijk huis ademt alles geschiedenis, die van hun maar ook die van jou. Het voelt leeg. Het doet zeer.

John Ramaker 30-4-1946 – † 13-2-2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten