Tijd zat.

In de boekwinkel van de week waar ik mijn agenda kocht stond een stagiair achter de kassa. Ik vroeg of ik een gedeelte cash mocht betalen en de rest via pin. ‘Anders heb ik de hele tijd dat geldbedrag in mijn portemonnee. Dat vind ik irritant.’ Je hoorde haar hersenen kraken. Hoe ging ze dit doen. ‘Eh, ja, dan moet ik eerst een bon. Nee, geen bon. Eh, ik zal eerst … Ik weet eigenlijk niet hoe het werkt met cash en pin. Ik denk dat ik er iemand bij moet halen.’ Ze rende bijna van de kassa weg om gehaast achter zich te roepen: ‘Ik ben zo terug hoor!’ Ik wuifde het weg. ‘Geen haast. Ik heb tijd zat!’ Ze stopte en keek achterom. ‘Huh? Zat? Je bedoelt genoeg?’ Even keek ik haar verbaasd aan. Was ik nou gek? Tijd zat hebben is toch een normale uitdrukking om aan te geven dat je voldoende tijd hebt om bezig te zijn met stagiaires die niet weten hoe ze een bon moeten maken van een geldbedrag met gedeelte cash en gedeelte pin en dit gaan navragen?

Toen ik thuiskwam brak ík er mijn hersenen over. Was het dialect? Nee toch? Iedereen heeft toch weleens tijd zat? (Met de bon kwam het na een hele lange uitleg van de boekverkoper aan de stagiair helemaal goed. Ik kreeg gratis inzage in het kassasysteem en ondertussen de laatste feitjes over een spencer van speciaal gebreide wol die ze droeg over een t-shirt heen met F#$@!&$ zevenentwintig graden.)

Een gedachte over “Tijd zat.”

  1. Jazeker, we hebben op gezette tijden allemaal tijd zat! En op andere momenten zijn we het gewoon even goed zat. :-)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten