Karin Ramaker.

Als ik niet schrijf, denk ik aan schrijven.

Dirigeren.

We zaten, broer en ik, in een Rooms Katholieke kerk met een enorme boog. In die boog was een enorme schildering van Jezus. Hij waakte met gespreide armen over de mensen beneden, die soms ziek en stervend werden afgebeeld. Of arm. Het was indrukwekkend. Maar het orkest met koor was ook indrukwekkend. De muziekklanken galmden via de boog de zaal in.

We zaten in krappe kerkbanken, gemaakt voor kleine mensen met dunne billen. De man naast mij zat te mopperen. Met zijn, ik schat, een meter negentig zat hij allesbehalve gerieflijk. Broer zat op de hoek en kon af en toe zijn been uitsteken. Voor we het wisten was het pauze. De tijd was, door de mooie stukken, voorbij gevlogen.

Voordat het begon waren sommige muzikanten alvast aan het repeteren.

Voordat het orkest gereed was, kwam er een piepjonge dirigent de verhoging op gelopen. Het was haar eerste publieke stuk en ze was zichtbaar gespannen. Voordat ze werd aangekondigd, vertelde een presentator waar de nooduitgangen waren en dat we in de pauze even moesten wachten totdat het koor en orkest van het podium af zou zijn alvorens een drankje te nuttigen. Ook was het belangrijk onze mobiele telefoons uit te schakelen. De dirigent veegde haar handen af aan haar jurk, legde het bladmuziek recht en keek het orkest aan. De mensen in de kerk werden stil. Net voordat ze wilde beginnen met dirigeren en haar handen in de juiste positie bracht rinkelde een telefoon.

Mijn moeder was er gisteren twee jaar niet meer. Vorig jaar wilde ik graag in haar woonplaats zijn. Dat voelde beter dan thuis. Dit jaar dacht ik, het is prima zo. Wel appte ik broer of hij mee wilde naar een klassiek concert, want hij had aangegeven mee te willen als er iets op ons pad kwam. Bij het concert van Mahler was ik alleen gegaan. Toevallig zag ik een flyer van dit concert. Het was ook toevallig op de sterfdag van mijn moeder.

Toen mijn moeder overleed dacht ik vaak, waarom stierf ze op die dag? Op zo’n nietszeggende dag als de 30e van september? Het was ook Nationale broer en zus dag. Dat vergat ik telkens, maar ja, als je je kinderen bij elkaar wenst te hebben, dan is 30 september een uitgelezen kans.

Ik keek meerdere malen naar de grote boog in de kerk. Op mijn moeders sterfbed zei ze: ‘Het komt allemaal van bovenaf.’ Ik wist toen niet wat ze bedoelde en nog steeds niet en ik ben niet religieus maar daar dacht ik gisterenavond aan.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten