Karin Ramaker.

Als ik niet schrijf, denk ik aan schrijven.

Wortels doorknippen. 

Voor God spelen.

Peter en Erik zijn onmiskenbaar een eeneiige tweeling. Hoewel ik niet meteen de volledige gelijkenis zag; ik zag meteen de verschillen in hun gelaatstrekken. Sinds hun zeventiende zijn ze op zoek naar fundamentele antwoorden op vragen zoals: Waar komen we vandaan? Wat is er met ons gebeurd? Waarom zijn we geadopteerd en gescheiden opgegroeid? Wie is onze biologische moeder die ons heeft afgestaan?

Ik zou een boek kunnen schrijven over de adoptie van mijn vader en misschien doe ik dat ook ooit, als ik genoeg afstand heb genomen van zijn verhaal. Het is namelijk bijna onvoorstelbaar om een klein baby’tje niet bij je te houden maar weg te geven, zelfs als de omstandigheden dat noodzakelijk maken. Mijn vader was geen deel van een tweeling, maar ontdekte na dertig jaar dat hij een halfzus en twee halfbroers had.

Terug naar de documentaire. De broers zouden niet van elkaars bestaan hebben geweten als niet een vriendin van een van hen op een concours had opgemerkt dat een jongen daar sprekend leek op haar vriend. Eenmaal thuis vertelde de jongen aan zijn adoptiemoeder wat er was gebeurd. ‘Je moet even gaan zitten,’ zei ze. Als je dat hoort, weet je hoe laat het is. De twee broers leerden elkaar kennen en startten een zoektocht naar antwoorden. Ze schakelden een onderzoeksjournalist in die in archieven, plaatsingscommissies, dossiers en moeilijk benaderbare officiële instanties dook. Het verhaal werd steeds schrijnender, onvoorstelbaarder en vreemder. Dan zagen ze een Amerikaanse documentaire over een drieling die bij de geboorte uit elkaar was gehaald. Toevallig kwamen ze met elkaar in contact en bouwden een band op. Er viel wat in te halen. Toen hoorden ze van een sociaal-wetenschappelijk experiment. Erik en Peter zagen dezelfde documentaire en stelden dezelfde vraag.

Kinderpsychiater Peter Neubauer komt in beide documentaires ter sprake. Het onderzoek van de drieling in Amerika was opgezet om het nature-nurture vraagstuk voor eens en voor altijd op te lossen. Men dacht dat het slecht zou zijn om een tweeling samen te laten opgroeien omdat ze geen eigen identiteit zouden ontwikkelen en teveel aan elkaar gehecht zouden raken. ‘Ze speelden voor God,’ zegt Frits Boer, emeritus hoogleraar kinderpsychiatrie. Het werd wrang toen Peter en Erik ontdekten dat hun biologische moeder uitdrukkelijk de wens had geuit de tweeling niet uit elkaar te halen. 

De vraag rijst: waren zij de enige tweeling die uit elkaar gehaald is? Opeens denk ik aan het boek van Cobi van Baars, “De Onbedoelden”. Het is een indringende roman gebaseerd op waargebeurde feiten over een tweeling die meteen na hun geboorte gedwongen werd afgestaan en zonder medeweten van hun moeder van elkaar gescheiden werd. Dit verhaal speelt zich af in Limburg. 

Iedereen kan beweren dat afkomst geen enkele invloed heeft op wie je bent en wat je wordt, en dat het niet uitmaakt wie je opvoedt, maar ik weet uit eigen ervaring, door te zien wat het met mijn vader deed om te weten en te voelen dat hij geadopteerd was en niet in zijn eigen nest opgroeide. Dit had wel degelijk invloed. Zijn adoptieouders waren erg lief voor hem, daar lag het niet aan. (Misschien waren ze te lief, maar dat is onderwerp voor dat toekomstige boek.)

Identiteit wordt niet alleen bepaald door hoe je zelf kiest te worden. Dat is het mooie en tegelijkertijd wrange van wortels. Het doorknippen van wortels werkt vaak niet. Ze groeien uiteindelijk weer aan. 

Kijk hier de docu Peter en Erik op 2doc.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten