Share

donderdag 30 november 2006



PFFF:

J (3 jaar) komt de groep binnen gewandeld terwijl ik met een ouder aan het praten ben. Met haar hand op haar neus gaat ze voor me staan en 'pffft' een beetje.
"Wat is er?" vraag ik.
Op het moment dat J begint te vertellen komt haar papa binnen wandelen.
"Het stinkt een beetje in mijn neus want papa heeft buiten een scheetje gelaten."
Ik kijk papa met opgetrokken wenkbrauwen aan en moet ingehouden lachen.
"Ja, nou, dan is het maar goed dat papa dat buiten deed en niet binnen he?" dien ik van repliek. Papa echter weet niet waar hij het zoeken moet en is nog nooit zo snel vertrokken!

2:41 AM //
Share

zaterdag 25 november 2006



TRANSPARANT:

In de stille nacht leken de gordijnen te bewegen in een lichte ruis. Heen en weer. Maakte dat ze uit een droomloze slaap half haar ogen, licht in het bewuste onbewuste, opende. En in een fractie van een aantal seconden, misschien meer, leek het alsof zij niet alleen was. Ze droomde toch? Of was ze wakker? Ze was niet alleen. Ze voelde het. En in de duisternis, in het half bewuste onbewuste, zag zij een gedaante naast haar liggen. Een gezicht. Maar dat kon niet. Het gezicht was transparant. Dwars door het gezicht, een vrouwengezicht, mooi, kon zij de schaduwen, contouren en alles van de afstanden zien van haar slaapkamer. Het gezicht leek te slapen. Ze probeerde het gezicht beter te kunnen zien, maar in haar half ontwakende staat, dacht zij dat ze droomde. Ze droomde toch? Dit was niet echt. Maar ze was wel wakker. Ze zag alles. Alsof zij, als ze gedurfd had, met haar hand, vingers, niet aanraken kon, geen zachte wangen voelen kon omdat zij er dwars doorheen zou gaan. En toen, ineens, was ze weg. Verdwenen. In de droomloze slaap van nachten zoals zovelen.

Ze zou willen dat ze het tekenen kon.

Labels:


9:43 PM //
Share

vrijdag 24 november 2006



SINTERKLAZIG:

"Nou, wie weet nog een sinterklaasliedje?" De kinderen lachen wat maar er komt niets meer uit. Doodmoe zitten ze 's middags aan tafel. Sommigen met hun hoofd op hun arm. Anderen zijn in lalaland of gewoon duf. Dat middagslapen was geen succes. Na krap een uurtje werd er alweer een feestje gevierd. Vlogen de pantoffels en sloffen door de slaapkamer en zaten er twee als echte hooligans aan de spijlen te trekken.
"Sinterklaas Kapoentje dan?" Na enig gekrabbel op m'n hoofd bedenk ik me wat de uitleg ,die men zo wijs in de commentbox geplempt heeft, betekent. "Dan laten we de gecastreerde haan maar achterwege..." Mijn collega verslikt zich bijna in haar koffie van het lachen. "En een, twee, drie..." Ik zing het liedje desnoods maar alleen. Ik klap in mijn handen maar de rest geeft geen sjoege.
"Nou ook lekker. Krijg ik nu, denken jullie, wel een cadeautje in mijn schoen vannacht? Want ik heb nu heel goed gezongen. Dat heeft Piet, denk ik, wel goed gehoord!" T (3,5 jaar) schudt zijn hoofd. "Niet! Piet-Die-Niet-Kan-Horen zit nu op het dak!"

Wijsneus.

11:31 PM //
Share

donderdag 23 november 2006



WEDERZIEN DEEL 2:

Hij was gaan zitten, zijn jas uitgedaan en had een hand door zijn haar gehaald. Ondertussen had hij constant haar blik op hem gericht gevoeld. Het maakte hem nerveus. Ongemakkelijk. Raar.
De ober had gevraagd of hij ook iets te drinken wilde. Hij knikte en bestelde een biertje. Dat had hij ook wel nodig. Hij glimlachte zonder echt te glimlachen en keek zijn gezelschap aan.
"Daar zitten we dan..."
"Ja..."
Nadat zij een slokje van haar gloeiend hete koffie gedronken had en hij een enorme slok van zijn biertje, probeerde hij in zijn gedachten de juiste woorden te vinden om deze ontmoeting te omschrijven. Zoals een projectleider zou doen om zijn doel uit te bouwen. Hij begon te praten, haperend, stotterend, en zij luisterde zwijgend. Soms had hij daar irritaties over gevoeld; dat zwijgzame van haar. Later, toen het al te laat was, had hij er bewondering voor gehad. Maar hij had het niet meer durven vertellen.
"Ik ben toch wel blij ergens dat we afgesproken hebben. Dan kan ik het nu afsluiten." sprak zij op het laatst. "Ik dacht dat je boos op me was." Hij keek verbaasd op. Schudde zijn hoofd. "Nee, niet boos."
Hij had gezucht. Ook voor hem was het een twijfeling geweest. Zou hij er wel goed aan doen? Waren er niet teveel herinneringen die aan de oppervlakte verveelden?
"Het is goed zo. Ja he?" had ze gevraagd.
Ze hadden de rekening betaald, hun jassen weer aangedaan, waren samen naar de deur gelopen, hij had haar voorgelaten. In het donker, in het schemerlicht van buitenlampen waar de miezerregen doorheen danste, hadden zij elkaar aangekeken. Haar haklaarzen klikklakkend op de straten.
Zij was het centrum in gelopen. Hij had haar nagekeken. Het was echt goed zo.

11:40 PM //
Share

zaterdag 18 november 2006



ZWIJGEN:

In de trein had ze schuin tegenover twee opgeschoten knullen gezeten. Ze schatte hen rond de zeventien misschien. Ze waren luidruchtig. Enorm, irritant luidruchtig. De coupe zat vol. Tegenover de knullen zaten twee ouderen. Achter hen een vrouw van middelbare leeftijd. Zij klampte haar tas al bangig tegen zich aan. Ergens in de buurt stond een treinconducteur in het tussenstuk.

Er ging een mp3 speler op hard. Zonder oordoppen. Er knalde door heel de treincoupe een rapnummer, een persiflage van het nummer van Lange Frans en Baas B. Dat de rapper het zusje van Lange Frans wel wilde pakken. En nog meer van dat gewauwel. De volumeknop ging harder en ze zongen lachend als Beavis en Buthead mee.
Zij had om zich heen gekeken. Tegenover haar zat een jongeman die haar in de gaten kreeg. Haar ogen hadden namelijk vuur gespuwd.

Was er nou niemand die opkeek, het vervelend vond? Deed iedereen nou net alsof ze het niet hoorden? Was er nu niemand die wilde vragen of het alsjeblieft wat zachter kon? Ze wiebelde gefrustreerd op haar stoel en stond op het punt zelf maar te vragen of ze oordoppen hadden meegenomen! De jongeman legde een hand op haar knie. Schudde zijn hoofd 'niet doen.'

Ze was weer gaan zitten. In Roosendaal was ze zwijgend uitgestapt. Had de mensen, waar ze de treincoupe mee gedeeld had, nagekeken. In shock. Ze voelde zich boos. Boos vooral op zichzelf. Iedereen was bang geweest. Ze had zich tegen laten houden door een vreemdeling. En nu was ze boos. Boos!
Thuis had ze kwaad haar tas weggesmeten en was op de bank gaan zitten. In het boek dat ze elke dag een keer inlas kwam ze op een onbekende bladzij terecht. Er stond:


Labels:


10:02 PM //
Share

woensdag 15 november 2006



BLADBLAZER?

Labels:


6:14 PM //
Share




LIJNEN:

Ik vraag me af
wat het litteken doet
op mijn lijf

Of het iets is als
krokodillenleer
Als een diepe rimpel
in m'n voorhoofd

Of is het een landkaart
ergens naartoe

De rimpels in mijn voorhoofd
zijn er, denk ik,
omdat ik teveel gefronsd heb
tot nu toe

december 1997

Labels:


2:55 AM //
Share

maandag 13 november 2006



ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 4:

Ze keek nog eens achterom naar de donkerblauwe-hemd-mevrouw. Ze was bezig met iets inpakken. Ze zag een kartonnen doos op de balie staan. Weer keek ze naar de schap met flesjes zonder dop. "Tester" stond erop met een witte sticker. Met trillende vingers pakte ze een flesje eraf. Hield het voorzichtig bij haar neus. Zoet. Naar bloemen. Als de bloem bij de bloemenwinkel.
Ze legde een vinger op de bovenkant van de dop. Drukte het voorzichtig naar beneden. Er spoot zich een nevel de lucht in. Van geurige zoetheid. Even rook ze in de lucht. Sloot haar ogen. Hmm.
Ze had alleen geen geld. Helemaal niets. Ook bij de rekken van de supermarkt waar de karren met een ketting in elkaar zaten had ze niets gevonden.
Weer keek ze achter zich. De jonge vrouw met felrode lippen had opgekeken haar richting uit. Had even gefronst en daarna geglimlacht. Ze ging door met spullen uitpakken. De kartonnen doos bleef op de balie staan.
Eigenlijk ging het een beetje vanzelf. Dat ze het testerflesje in haar hand hield en zo in haar jaszak liet glijden. Dan kon ze thuis al haar kleren volsproeien met bloemenlucht. Ze had zich omgedraaid en was richting de deuren gelopen. Ze had de deuren gezien waar net iemand met een drogisttas vol spullen wegliep. En toen ze over de drempel was had ze een hand in haar nek gevoeld. Een strakke knijpende greep dat haar liet stoppen.
"Volgens mij, meisje, heb jij iets meegenomen uit de winkel waar je eerst voor moet betalen."
Ze had geschrokken opgekeken naar de mevrouw met de felrode lippen.

In een klein kamertje, tussen de andere kartonnen dozen, had ze moeten wachten op de meneer die nu de kamer binnen kwam lopen en haar even met een nee-knikkende zucht bekeek. Hij had een donkerblauw pak aan. Hij was van de politie. En dat maakte haar bang. Ze durfde niet meer naar de meneer te kijken en keek daarom maar naar haar wiebelende schoenen die net niet bij de grond konden. De stoel was te hoog.
De meneer zette zijn pet af en bekeek waar hij hem kon neerleggen. Hij legde hem maar op een kartonnen doos.
"Zo."
...
Hij keek even om zich heen en pakte een stoel. Met opgetrokken wenkbrauwen ging hij zitten.
...
"Wat is er vandaag gebeurd?"
...
Meneer de politieman draaide zich om, zag ze, vanonder haar warrige haren, toen de jonge medewerkster binnen kwam lopen met het flesje. Snel keek ze weer naar beneden toen hij het flesje aanpakte, en haar weer aankeek.
"We moeten wel even praten, hoor."
...
Ze kneep haar lippen op elkaar. Bekeek door het gordijn van blonde haren de ogen van de meneer. Hij keek haar met een vragende blik aan.
"Je weet, denk ik, wel dat je eigenlijk niets zonder te betalen mag meenemen uit een winkel."
...
"Waarom nam je dit flesje mee?" Hij draaide de fles tussen duim en wijsvinger heen en weer en hield het voor haar ogen. Het waterige goedje danste heen en weer in het doorzichtige glas met de witte sticker erop.

Labels:


8:49 PM //
Share

zaterdag 11 november 2006



EMMER VOL:

we doen het allemaal
wel een keer
en sommigen meer;

iets achterhouden dat
niet perse iemand,
om wie we geven, denken we
hoeft te weten

niet echt in iedergeval,
of maar voor de helft,
een beetje van het
gehele verhaal, kort of lang

baadt het niet
dan schaadt het niet
wat niet weet
wat niet deert

maar geweten is een
machtig en krachtig goed
het wurmt zich onzichtbaar
in andermans veren: fluistert intuitie

zodat de druppels in
andermans emmer
zwaar doet overlopen

DRUP DRUP DRUP

Labels:


6:23 PM //
Share

vrijdag 10 november 2006



ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 3:

Was het een blauwdruk van zijn leven geweest? Een stempel op de brief? Hij was het onderweg vergeten. Hij was vergeten wat het was om te leven zoals leven moest. Nodig was. Ook voor zijn dochter. Hij was opgestaan uit de stoel. Zijn jas gepakt van de leuning en om zich heen geslagen. Hij had zijn spreker toegeknikt in een beleefd toneelspel. Was de deur uit gelopen, langs de lange vooroorlogse gangen van het schoolgebouw. Naar huis.
Soms leek hij een afslag verwijderd van thuis. Wat was thuis?

Thuis zat zij onder de tafel. Met schokkende schouders. Ze zag vanonder de tafel de in pantalon gehulde benen van mama heen en weer lopen in een nerveuze pas. De stof streek met dof geluid tegen haar benen. Het ruiste licht.
Moeder was aan het bellen maar kreeg niemand aan de lijn. Ze vloekte ervan.
Wat haar deed ineenkrimpen. Mama was woest. Ingehouden woest. Niet theatraal, hectisch en driftig woest. Het was koude woestheid. Waarvan haar lichte blauwe ogen bijna ijs werden.
Zon vulkaan woestzijn. Daar moest ze altijd van schrikken op het moment dat het over leek. Dan volgde er alsnog een uitbarsting. Begon alles opnieuw.

Ze hadden haar viespeuk genoemd. Buiten tijdens de schoolpauze. Ze hadden in de cirkel gerend en haar verteld dat ze vies rook. "Gatverdamme!" riepen ze.
Ze hadden erom gelachen tijdens het rennen in de cirkel. Zij had in het midden gestaan en alles bekeken. Had bijna de neiging aan haar trui te ruiken. Was het echt wel vies? Waar rook het dan naar?
Ze was toch schoon? Ze had naar haar gebreide trui gekeken. De rode stof gevoeld vanonder haar vingers. Had verbaasd naar de lachende ogen gekeken die vuur spoten tegelijkertijd. Als ze vies rook moest ze zich wassen. En wassen deed ze toch? Mama gooide dan een washandje de badkamer in. "Hier is nog een schone." Het werd achteloos gegooid zodat zij het opraapte van de tegelvloer.
Dan zette ze het trapje voor de wastafel want de spiegel was te hoog.
Dan opende ze de kraan en voelde langzaam het water warmer worden. Gleed met haar beide handen langs het water, zag de druppels van haar nagels glijden. Het water werd warmer en warmer. Het voelde als een vloeibare deken. Totdat mama opeens met een ferme draai de kraan dichtmaakte en haar aan haar bovenarm de trap aftrok. "Niet spelen met de kraan! Meekomen nu. Je gaat naar bed."

ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 1:

Ze dacht weleens dat, als haar moeder de creme als witte dotjes op haar voorhoofd, wangen en kin aanbracht, ze alles zo goed uitsmeerde dat haar huid van steen werd. En dat er dan nooit miniscule breukjes ontstonden omdat ze nooit lachte.
Zelfs als ze van haar koffie dronk bewoog ze alleen haar lippen.
Haar gezicht leek op marmer. Haar lijf een wassen beeld. Ze stond weleens achter de strijkplank de krijtstrepen overhemden te strijken van papa, bewoog alleen haar ene arm. Heen en weer. Heen en weer. Zij had aan het voeteneind van het bed gezeten. Observeerde de geruisloze bewegingen van haar moeder.
De huizen waren geluiddicht, leek wel. Zelfs als de buren met fronsende wenkbrauwen een blik naar buiten wierpen, vanachter gesloten vitrages, en zij met wanhoop in haar ogen contact probeerde te maken, dan nog sloten de buren de gordijnen.
Alle huizen hadden dikke muren. Alle ramen konden dicht.
Ze bekeek haar blauwe waterschoenen. Haar dikke donkergrijze sokken. Ze kon haar tenen niet bewegen. Ze legde haar ongekamde vlasblonde haar als in een gedraaide knot in haar nek. De bladeren dwarrelden op een herfstdag door de tuin. Papa was vegen. Mama was binnen. En zij was nergens.

Labels:


11:15 PM //
Share

donderdag 9 november 2006



EN POINTE:

Er was een beetje heimwee. Heimwee naar het zijden rose. Ze hield de spitzen in haar handen. Ze hadden in een kast gelegen. Ze glimlachte weemoedig. Sloot haar ogen en ze stond weer op het toneel. Strakke panty, haren in een knot. Zwart balletpak. Beenwarmers. Warming up. Arabesque, battement, pas de chat, releve, sissonne. De beweging. Het ritme. Golven. Dansen. Ze wilde dansen. Ze pakte de spitzen en deed haar sokken uit. Bewoog haar voeten, tenen, omsloot de balletschoen om haar voet. Ging voorzichtig staan. Bewoog de tenen in de neus. Ging voorzichtig lopen. Balancerend op een been. Draaide met haar armen. Keek strak vooruit. Zocht een punt in de verte. Een, twee, drie. Draaide een pirouette. Dat lukte. Het lukte! Ze zweefde, danste, bewoog, vloog! En bij haar laatste tret, de grande finale, liet ze zich in een buiging gaan. Applaus. Het galmen van oorverdovend applaus.

7:46 PM //