Auteursarchief: karin

ZOLANG HET MAAR DRAAIT,

moesten ze gedacht hebben. We zaten naast elkaar, in kleermakerszit, te kijken naar de wasmachine. De kleurtjes, poppen, auto’s, blokken en al het andere speelgoed was vergeten.

“Kijk, nu komt er water bij, en dan gaat de wasmachine dadelijk weer draaien.” legde ik uit.

“Gaat weeeeer!” riep S (2 jr) en wees terwijl hij lachen moest.

Er kwam sop bij, toen de trommel weer stilstond. Met grote ogen werd gekeken wat de wasmachine allemaal deed.

“Gaat weeeer!” riep S weer en wees terwijl hij weer lachen moest.

Waar hou je een kind mee zoet? *klik*

BLAUWE PLEK:

Er stonden twee grote jongens aan de straatkant. Ze waren heel groot. Te groot om eromheen te wandelen. Het trottoir was ineens zo smal.

Sommige jongens wilden ruzie maken. Zij gaven dan duwen in haar rug. Gingen aan haar schouder porren. Met speeksel praten in haar gezicht. Vieze adem. Vieze vingers. Overal.

Wat had ze gedaan?
Ze wilde alleen passeren.
Het trottoir was toch voor iedereen?

Was het trottoir maar breder. De vierkanten groter. Het grijs zachter.

Huilen kwam na de stomp in haar maag. De vuist die de kleding wilde doorklieven, dwars door haar vel tegen haar ribben en vol op haar maag maakte een doffe, holle klank. Een klank die muzikanten zouden verafschuwen. Niet zouden opnemen in hun repertoire.

Ooit weleens een stomp in je maag gehad?
Zodat de adem in ene uit je lijf blies?
Zodat je voorovergebogen dubbelklappend naar adem snakte?
Niet kon omdat het zo’n pijn deed?
Een holle, blauwe plek op je magenziel?

Die pijn.

Het uitlachen was het ergste.

*klik*

MIJN EIGENAARDIGHEDEN ZIJN,

voor een ander (ook) weer eens om te lachen.

Het staat hieronder, en ik maak er verder geen woorden over vuil.

1) kleding binnenstebuiten dragen totdat iemand me erop attendeert dat het niet kan tenzij het mode is.
2) Vergeten dat er meer mensen om me heen zijn en eerst zachtjes gaan neurien totdat ik helemaal in het moment zit en besluit hele aria’s uit te gaan halen.
3) koffie uit een rietje proberen te drinken omdat mijn wang verdoofd is en ik cafeine moet, moet, moet!
4) tot drie keer toe een turkse pizzaria proberen te bellen en telkens de Domino’s aan de lijn krijgen totdat de jongen aan de andere kant van de lijn zegt dat het wel welletjes is.
5) Tegen een kind zeggen dat ie niet meer Hoppa! mag zeggen na een boertje, en het dan vervolgens wel zelf zeggen. (Het floepte eruit.)
6) Een (ontzettend Pre Menstrueel Syndromerige) discussie voeren met meneer agent omdat ik mijn afhaalbare fietslampjes ‘verkeerd had vastgeklemd.’ (Lul.)
7) Huilen om mooie liedjes.
8) Een boek kopen en dan vervolgens niet gaan lezen.
9) Voor de vijfde keer de Lama’s DVD zien en net zo hard buikpijn hebben van het lachen als de eerste keer.
10) Heel, heel ver lopen in de herfst, en dan beseffen dat ik ook nog terug moet.

He Ho, maar wacht eens even, en die van jou dan?