Als ik niet schrijf, denk ik aan schrijven.

Een momentje.

Er stond een verhuisdoos in de hal. En een kledingrek dat uit elkaar gehaald was om volgende week woensdag weer op een andere plek weer in elkaar te zetten. In de verhuisdoos zaten wat kleine spullen. Lampen, kussens, hangers om kleding op te hangen. De rest was bij haar moeder. Bovenop de doos lag een ronde lampenkap. Er werd uitgevlogen. Een nieuwe start in een andere stad. Dat was toch wel even een momentje. De stad zelf was al bekend maar erin wonen was toch iets anders. Ik moest denken aan de eerste avond dat ik alleen in mijn appartementje zat en tranen weg moest slikken. Het gevoel dat ik zelf iets in werking had gesteld dat grote gevolgen had voor mijn toekomst werd op die avond beseft. En hoewel het volledig mijn eigen keuze was, was het tegelijkertijd een sprong in het diepe. Dat was voelbaar tussen die nieuwe muren en die vreemde huisgeluiden. Van mijn ouders kreeg ik toen ik wegging een tosti-ijzer. Dat ding gebruik ik nu nog. …

De tegellichter.

Salie, Lavendel, Heiligenkruid. Rozemarijn, Citroentijm, Marjolijn. En misschien een roos. Veelal kruidenplanten. Wintervast. Ze mogen in de volle zon. Zo ver was ik in mijn zoektocht met hulp van vriendin met tuinervaring. We wandelden eerst naar een koffietentje, en of het nu regende of niet, en of het nu koud was of niet, we ploften neer onder de parasol met een koffie en slagroom met likeur. De regen kletterde om ons heen op de grond. Mijn rugzak met de geleende tegellichter erin zette ik neer. Het was een groot, gevaarlijk ding. Niet om zomaar ergens mee naartoe te nemen. Het was bedoeld om de tegels mee weg te halen om zo plaats te maken voor aarde en planten aan de voorkant van het huis. Meer tuin, minder tegels. Goed voor de afvoer van water en gezelliger voor het oog. We wandelden naar een mini tuincentrum waar we de vele soorten planten bekeken. Tuinadvies zonder erg, dacht ik. ‘Ik trakteer op een plantje. Zoek jij er eentje uit.’ Nee, nee, dat vond ik niet fair. Zij gaf mij tuinadvies. Daar vond ik wel iets op.

Afgelopen week reisde ik van Oss terug naar Den Haag met een messenset op mijn rug. ‘Gekker kun je het niet bedenken met onze beruchte geschiedenis.’ vertelde ik haar. Ze kende deze geschiedenis niet. Dan was ze een van de weinigen. In de jaren twintig en dertig sprak men over de Messentrekkers oftewel de Bende van Oss. Zo’n 29 moorden, tientallen roofovervallen en inbraken en enkele honderden brandstichtingen op bestelling werden gepleegd. Iedereen kent in Oss deze geschiedenis en men spreekt zelfs van een omertà. Je zwijgt, zelfs nu. We stonden tijdens de wandeling voor een gesloten tweedehands boekwinkel. Op een enorm papier geplakt op de voordeur legde de eigenaar uit door ziekte geveld te zijn en voorlopig niet open te gaan. ‘Misschien eind mei. Het gaat jullie goed.’ We vonden het te koud worden en liepen naar huis. Ik voelde de tegellichter op mijn rug. Gevaarlijke toestanden.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Het systeem.

‘Goedemorgen, ik bel voor een uitslag…’ ‘Wat is uw geboortedatum?’ … ‘Ik zie nog niets. Wanneer heeft u het onderzoek gehad?’ ‘Vorige week, en ik zou een dag later de uitslag krijgen maar het is nu een week later en ik heb al drie keer gebeld.’ ‘Dat is vreemd. Kunt u bellen met de kliniek en nogmaals vragen of ze de uitslag naar ons sturen?’ Zo gezegd, zo gedaan.

‘Goedemorgen, ik bel voor de uitslag. Inmiddels zou het goed verstuurd zijn?’ ‘Wat is uw geboortedatum?’ … ‘Ik zie helaas nog niets in ons systeem. Dat is vreemd.’ ….

‘Mag ik iets voorstellen? Is het een idee dat jullie zelf even naar de kliniek bellen en mij belt als de uitslag er is, er gaat duidelijk iets mis?’ ‘Ja, mag ik uw telefoonnummer dan?’ Zo gezegd, zo gedaan.

‘Goede..m…morgen nog steeds, ik heb contact gehad met de kliniek en zij zeggen dat het inderdaad verstuurd is maar hier is het nog steeds niet binnen. Ik kan kijken of ze het per fax hebben verstuurd…. Nee, ik zie geen fax. Ik zal nog even bellen hoe het zit. Dan bel ik u terug.’ Zo gezegd, zo gedaan.

‘Goedemorgen, ze geven inderdaad aan dat het verstuurd is maar wij ontvangen het dan pas na een dag. Dus u moet morgen even terugbellen.’

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Schuldig.

Afgelopen week dacht ik na over verantwoordelijkheidsgevoel en hulp bieden versus laveren en laten gaan omdat je in sommige situaties maar een ding kunt en dat is laveren en laten gaan. Het woordenboek zegt het zo mooi: ‘zigzaggend tegen de wind in varen.’ Bomen met dikke takken die in de wind heen en weer buigen maar niet breken. Maar het is zo moeilijk om te laten gaan want je ziet voor je neus wat er zich afspeelt en het ziet er niet goed uit.

Er zijn mensen die geen hulp accepteren ook al spreek je je zorgen over nu en de toekomst uit. Ze willen niet, luisteren niet en willen geen bemoeienis. Dat het rechtstreeks invloed heeft op dierbaren en buitenstaanders wil niet dalen. Er zijn kleine ballonnen opgelaten met een knalrode kleur om te laten weten dat ik inzie dat het zorgwekkend is. Maar wat ik overal van hulpverleners hoor: je kunt mensen niet dwingen. Ze zullen zelf moeten inzien, wellicht te laat, hoe ernstig een situatie kan worden. Daar heb je het mee te doen.

Ondertussen sprak ik iemand die me vertelde dat je mensen misschien niet taakinhoudelijk kunt helpen omdat ze geen vreemde mensen toelaten in hun huis of geen gesprekken willen voeren over hun sores of ontkennen dat er iets speelt maar dat je als dierbare toeschouwer zelf wel hulp mag zoeken en mag praten over wat er speelt. Dat je er niet in mee hoeft te gaan. Dat je zelf niet hoeft te zwijgen. Dat ik niet verantwoordelijk ben. Dat ik niet schuldig ben aan het disfunctioneren en de besluiten die ze nemen. Dat luchtte op.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Amsterdam was stil.

De uitgang uit en de hoek om, in de koude wind met een zonnetje piepend door de wolken, liepen er natuurlijk mensen maar niet veel. Amsterdam was nog nooit zo stil geweest. Er liepen reizigers, toeristen misschien, al zag ik geen rolkoffers. De straten waren minder bevolkt. Je kon zowaar de breedte van de straten zien! We liepen richting Zeedijk en moesten de bus verderop pakken maar ook in de kleine zijstraatjes waren de winkels gesloten. Een enkele verkocht aan de deur en er waren bars en cafés bezig met een grote schoonmaak; er stonden barkrukken buiten te drogen.

Bij Loods 6 op Noord konden we met een kleine groep de expositie zien van meerdere kunstenaars en fotografen. Het was de openingsdag. Daarvoor twijfelde ik nog, hadden we een sneltest nodig om binnen te kunnen? Dat hoefde niet, zo zei een woordvoerder. De ruimte was groot genoeg dus niemand hoefde dicht bij elkaar te staan. Op de terugweg liepen we via de Javakade richting station. We schommelden op een muziekschommel terwijl het pontje heen en weer voer op het Ij en de middag zorgde ervoor dat men toch naar buiten ging. Wij kochten een ijsje onderweg, voelden de zon op ons gezicht en we namen de trein terug naar huis. Bij thuiskomst ontving vriend een mail van de expositie. Ze hadden hun deuren moeten sluiten wegens een conflict met de gemeente en de locatie. …

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.