Zolang er mensen zijn.

Terwijl ik de nieuwsberichten lees en het probeer te begrijpen bedenk ik dat het verhaal; de uiteenzetting van mijn moederlijn wat ik momenteel probeer te beschrijven en al eeuwen terug gaat, gevuld wordt met oorlogsfragmenten. De Tachtigjarige oorlog, de Franse Tijd, Eerste Wereld Oorlog en de Tweede Wereld Oorlog. Het ging over geloof, visie, wraak, macht, gekte en welke vreemde argumenten men ook gebruikte destijds om landen in te pikken, mensen gevangen te nemen en te vermoorden. Oorlogen komen en gaan blijkbaar. Zolang er mensen zijn, is er gekte.

In de jaren tachtig ging ik naar de basisschool en luisterde naar Doe Maar en de Dolly Dots en was ik niet bezig met de Koude Oorlog. Later op de middelbare was ik niet bezig met de Berlijnse Muur en Oost en West. Ik blèrde het liedje Over de muur mee zonder echt te beseffen wat het betekende. Later heb ik beelden gezien van mensen die renden langs prikkeldraad en probeerden naar de andere kant van de muur te raken. Dat lukte niet altijd. Jaren later stond ik zelf als toerist bij die muur.

Is het nou echt zo dat ik straks, bij het afronden van mijn verhaal en het mag toezenden naar een uitgeverij, er een episode in heb moeten verwerken dat er een Derde Wereld Oorlog is begonnen die ik nog meemaak?

Maar zolang er mensen zijn blijft er hoop. Want niet iedereen is gek. Godzijdank.

Een jaar geleden.

Lieve mama,

Een jaar geleden, maar zo voelt het niet. Het voelt veel korter. De mussen bleven stil toen ik de achterdeur van je huis opendeed en jouw zus, mijn tante, belde. ‘Het is gebeurd.’ zei ik. Het afgelopen jaar ging snel. Je verdween.

Woensdagavond zat ik met mijn stiefdochter in een restaurant en zei ik dat ik je nog wat extra jaartjes had gegund. Ik had je extra tijd gegund. Extra momenten. Maar dit dan wel zonder ziek zijn en zonder pijn. Het mocht niet zo zijn. Ik verzoen me ermee en probeer je levend te houden in gedachten en anekdotes. Zo bekeek ik afgelopen week de spruitjes die op mijn bord lagen en herinnerde me dat je zei dat je altijd de kleine spruitjes moet kopen, die zijn het lekkerst. Liefst na een vorst maar ik was ongeduldig.

Gisteren ben ik naar de bloemist gegaan want rond deze tijd kocht ik er fresia’s die jij zo lekker vond ruiken. Door de hoge energieprijzen zou ik voor een bosje meer dan zeven euro betalen, de bloemist vond dat te duur want er kochten vrij weinig mensen fresia’s. Of ik vandaag na twaalf uur terug kon komen, dan had hij ze waarschijnlijk in de winkel. Ik zuchtte want ik zou al naar je woonplaats onderweg zijn.

Niet iedereen heeft iets met het stilstaan bij een sterfdag maar ik vind het bijna net zo belangrijk als je geboortedag. Je wordt maar een keer geboren en je verlaat ook maar een keer deze aardkloot. Mam, vandaag ben ik even terug waar je graag was. In de buurt, dichterbij.

Verloren jaren, verloren tijd.

Mijn familie lost langzaam op. Het gaat over in niet aan te raken herinneringen. Als we nog eens met directe familie willen praten moeten we dit nu doen. De herinneringen halen bij mijn tante de tijd in. Langzaam maar zeker is het heden niet meer daar maar is het verleden steeds meer hier. ‘Ik zag gisteren mijn moeder voor de deur staan.’ had ze verbaasd tegen haar zus gezegd. Ik had willen vragen of haar moeder had aangebeld of iets tegen haar had gezegd. Het was mijn oma die voor haar deur had gestaan, en of het nu klopte of niet, ik zou best mee kunnen in het verhaal.

De tijd haalt het in. Eens was er een jong gezin met drie kinderen die later zelf kinderen zouden krijgen. En in die families speelden er zaken, zoals in elke familie, maar daardoor zagen die kinderen hun familie niet meer. Hoe ouder ik word hoe verdrietiger ik het vind. Verloren jaren, verloren tijd. Dus als er de kans is alsnog verhalen te vangen, dan gaan we dat doen. Onsamenhangend wellicht, uit de context misschien, maar we zullen een moment hebben om te delen wat anders verloren gaat. Mijn moeder kan dit namelijk niet meer doen.

De naamloze.

Het was een naamloze. Stil geboren, ongedoopt. Nomen Nescio. De naamlozen werden niet begraven op het kerkhof bij overleden familieleden. Ze verdwenen in niet gezegende aarde. Deze aarde voelde net zo koud aan als de winter waar de vroor inzette, waar sneeuw viel en in het voorjaar weer zacht werd en witte krokussen liet groeien. Naast het onkruid waren ergens, van ver, zaden meegenomen door de wind. De schop was in de grond gezet om een kuil te graven. Daar werd een ontzield lichaampje in gelegd, gewikkeld in een doek, soms nog bebloed, en werd door de beheerder van het kerkhof met dezelfde schop een berg zand met een plof over het lichaampje gestrooid. Soms waaide het en nam het zand de weg naar boven. Korrels in de lucht.

Herfst.

Langzaamaan verdwijnt de warmte uit het land en maakt het plaats voor koudere lucht en meer regen. Nu had ik erge hekel aan regen maar toen ik een regenpak kocht was dat wel verdwenen. En ook het licht verandert, het is sneller donker, de lampen kunnen eerder aan. Sommige mensen hebben er last van, een herfstdip of zelfs herfstdepressie, maar ik kan enorm genieten van de veranderende kleuren, de lichtinval, de kaarsjes die ‘s avonds aan gaan. De witte wijn verandert in dieprode wijn. Ik heb zin om ovenschotels te maken en appeltaart. De hitte van de afgelopen zomer werd mij teveel. Het duurde te lang. Het was tijd voor verandering.

Alsof herfst een overgang is. Vorig jaar september trad de herfst naar mijn idee wat later in. Ik herinner me mooie, zonnige dagen. We liepen in ons ouderlijk huis heen en weer. Verplegend personeel liep heen en weer. Ik herinner me geen regen. Toen eind september kwam en mijn moeder bedacht dat ze ging draaide de volgende dag alles om. We liepen in de wind en de regen naar de bloemist om bloemen te bestellen voor op haar kist. Het werd ineens kouder, donkerder.

Ik heb september altijd een mooie maand gevonden door die overgang. De natuur gaat niet meer terug maar past zich aan. En alles wat nu valt neemt de aarde op en ergens over een tijdje zal het op een natuurlijke manier weer groeien. Vernieuwen. Zo is het leven. Sommige mensen hekelen die vergankelijkheid. Ze willen er niet aan, misschien is het eng, maar het is de realiteit. Ik las afgelopen week een prachtig gedicht en moest aan de herfst denken, aan mijn moeder die binnenkort een jaar niet meer bij ons is, niet in lichamelijke zin. Ik ben niet meer zo verdrietig als toen maar ben treurig om het idee dat ze er ooit was en nu niet meer.

Herfst neem mij bij uw blaren,
 deze September is te wit
 om alleen in te dwalen
 en ik ben als een blad alleen.
 Laat mij weer worden aarde
 met aarde over mij heen;
 de eene vorm die mij bewaarde
 is heen.

~ Gerrit Achterberg.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten