Vagina.

We zitten binnen aan de grote tafel met een spel. De kaarten zijn geschut en op een stapel gelegd. Een kleur met de letter G. ‘Geel!’ Een land met de letter O. Dat is lastiger. Drie kinderen rondom een Pim, Pam, Pet spel en ik. De oudste pakt een kaart en leest voor: ‘Een lichaamsdeel.’ De anderen beginnen te grinniken. Dan draait de jongste. Er wordt nog steeds gegrinnikt. Dan wordt de letter F gedraaid.

‘Fagina!’ roept de jongste. Iedereen barst in lachen uit.

‘Helaas. Vagina begint met de letter V.’

Een stukje taal naar de kinderen toe.

Het cadeau is een boek.

‘Zijn er ook kaarten? Ik heb een kaart nodig voor een begrafenis.’ De man met een aktetas onder zijn bezwete arm stond zenuwachtig te dralen voor de balie van Boekhandel van Gennep. De boekverkoper bleef rustig, het was negenentwintig graden nota bene, en wees. ‘Oh, er zijn dus kaarten!’ Hij lachte hard, wiebelde om zijn as en hield verschrikt zijn aktetas steviger vast. Hij bekeek de kaarten, ondertussen mompelend dat hij anders naar de buren had gemoeten, zo’n winkel in brocante toestanden. ‘Veel te roze en lief.’ Hij pakte er een kaart uit, las en begon weer hard te lachen. ‘Walhala!’ riep hij, en hield de kaart omhoog zodat de verkoper het kon zien. ‘Dat gaan we maar niet doen hè. Begrafenis.’ Hij knipoogde. Maar de man kon geen geschikte kaart vinden en verliet de boekwinkel. Ik stond nog steeds bij de Nederlandse boeken te kijken. Ook boeken doen mee aan een soort modetrend qua omslagen, bedacht ik me. Allemaal kleuren door elkaar was nu ‘het ding.’ Een dame stond lang te kijken bij een schap op de benedenverdieping en haalde er toen een boek uit waar ze de achterflap van las. Ze nam het boek mee naar boven en legde het op de toonbank. ‘Deze wordt het?’ Vroeg de verkoper. Ze knikte. ‘Het cadeau is een boek. Of, ik zeg het verkeerd, het boek is een cadeau!’ Ze schoot in de lach. Ik had ondertussen een literair magazine gepakt van Op Ruwe Planken en stond naast haar. Heel lang geleden (2007) deed ik mee met een schrijfwedstrijd voor blogs, de Neplogwedstrijd. Willem Claassen verzon een toiletjuffrouw die elke dag in dagboekachtige vorm een stukje plaatste over haar belevenissen maar ze bestond niet. Veel lezers voelden zich in de aap gelogeerd maar het was een startpunt voor de werkelijke wedstrijd, men kon een neplog bijhouden en meedoen. Ik deed mee met Witte Koord. ‘Witte Koord was één van de inzendingen van de neplogwedstrijd en was één van de favorieten van de jury.’ zei Willem Claassen. Helaas net niet favoriet genoeg.

Heel even moest de verkoper stoppen met wat hij aan het doen was, misschien was hij bezig het stickertje te verwijderen zodat de ontvanger van het boek niet zag hoeveel het gekost had. ‘Maar het klopt wel.’ zei hij. De dame keek hem vragend aan. ‘Het cadeau is een boek.’

Wat is er zo fijn aan?

Het is alweer twee augustus. Terwijl mensen om me heen terugkeren van hun vakantie bereid ik me voor op mijn werkzaamheden en bevind ik me in een nieuwe fase. De vakantieperiode is erg snel gegaan. Voor je het weet kijk je weer naar de herfstbladeren die van de bomen vallen. Voor nu kijk ik vooral naar enorme druiventrossen die aan de takken hangen, steeds zwaarder en zwaarder worden.

Ik las twee boeken uit. Gesloten huis van Nicolaas Matsier en Je ziet mij nooit meer terug, van Sonja Barend. ‘t Hooge Nest van Roxane van Iperen is bijna uit. Drie verhalen over verstopt zijn in je eigen huis, of dit nou een fysiek huis is of niet.

Voor mijn genealogisch onderzoek reisde ik vorige week naar Breda en was vastbesloten gerichte vragen te stellen aan mijn tante, de zus van mijn moeder. Het veroorzaakte naast herinneringen die leken te zijn verdwenen ook voor een ruim vier uur durend gesprek over mijn voorouders van moederskant. Ik schreef kernwoorden op in een notitieboek. Daarna slenterde ik door oude kronkelstraten en zat met een wijntje op een terras. Op de een of andere manier voel ik me daar een beetje thuis. Wat is er zo fijn aan? Vroeg ik aan mezelf.

Breda

Gisterenochtend schreef ik meer dan duizend woorden. Vandaag ontvang ik mail dat de scanverzoeken van het regionaal archiefbureau Tilburg gereed zijn. Of ik meer bewijsmateriaal vind is een tweede, maar stukje bij beetje komt alles samen.

Waar blijft de tijd?

Toevallig kwamen er afgelopen dagen, terwijl ik er juist over nadacht, artikelen en blogs voorbij over het voorbijgaan van tijd of het stilstaan van tijd, in je hoofd. Soms droom je de tijd voorbij, ben je ineens op een andere plek terwijl je stilzat in de trein of stond te wachten op de bus. In dat ene moment van tijd die je wegdagdroomde, was de tijd alweer voorbij.

Als kind wilde ik dat de tijd wat sneller ging. Nu vraag ik me af waarom het allemaal zo snel moet gaan. En in de herinneringen is alles tijdloos en gaat door elkaar; er is geen voor of achter, het gaat allemaal vloeibaar langs en bijna door elkaar heen.

Zee! Zee!

Lieve Q,

‘Zee!’ ‘Zee!’ riep je en wees naar het strand en het water toen we via de boulevard terugliepen richting de tram. We hadden net ervoor onder een grote parasol geluncht terwijl het af en toe druppelde en je kuste haai op zijn snuit. ‘Haai!’ riep je en lachte. Toen de serveerster voorbij kwam gelopen zwaaide je naar haar. Ze vroeg of je haar kwam helpen vandaag. We waren naar Sea Life geweest in Scheveningen. Dat waren we vorig jaar al van plan maar dat ging door omstandigheden niet door. En nu was het zover.

Alles was mooi. De kleine vis, de grote vis. ‘Vis!’ riep je en wees naar een aquarium waar je op ooghoogte naar kon kijken. Alles was op ooghoogte voor jou en alles was toegankelijk en ruim. Maar ook de schitteringen van het water en het licht dat reflecteerde op het plafond vond je mooi. Het leek bijna, met alle bubbels, water, lampjes en vissen één grote snoezelhoek.

We wandelden onder een reservoir door met roggen en een grote schildpad die langzaam voorbij zwom. Er was een waterval (‘Fontein!’) en Nemo! Even daarvoor kreeg je een kleurplaat van Nemo en die hield je goed vast want die kleurplaat vond je heel mooi. Nu zag je de echte Nemo en kraaide je ‘Nemo!’ uit van plezier.

Lieve Q, van de tramrit genoot je ook. Je trappelde met je voeten en zag honden in de tram en zwaaide naar mensen. Ze zwaaiden allemaal terug. Ik vroeg toen we weer thuis waren of je het leuk had gevonden vandaag. Je lag op het kleed even bij te komen met haai bij je. Volgens mij wel. Toen richtte je je weer even op en riep: ‘Zee!’ Ja, vandaag was je bij de zee. ‘Applaus!’ riep je. Ik klapte in mijn handen.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten