Misschien leer je wanneer je eraan toe bent.

‘Misschien leer je wanneer je eraan toe bent.’ Ik schreef deze zin op in mijn notitieboek maar vertelde er niet bij wie het ooit zei. Ik weet het niet meer.

En er zijn momenten dat je plotseling overvallen wordt door een les. Mijn leraren waren altijd de verborgen leraren. De buurman, de onbekende persoon op dezelfde bank op het station als ik. Een kind dat iets zegt waar je vervolgens de hele dag aan moet denken. Een verre vriendin die meestal zwijgend maar soms hardop een zin zegt waarover ik moet nadenken. Of er speelt een situatie die dwingt te leren.
Afgelopen vrijdag zwoegde ik met de plaats van mijn vingers op de ukelele. ‘Veel droog oefenen.’ was het advies. ‘En als je te veel nadenkt ben je te veel bezig met het verstand, zoals tellen. Dat moet je misschien in het begin doen, maar ik zie dat je de muziek ook voelt en dan hoeft tellen niet meer.’ Misschien wilde ik te veel mijn best doen? Het goed doen? Zoals heel veel mensen die het graag heel goed willen doen. Dat verbaasde me.

Ik ben bezig met een,twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht en moet voor de acht al gedacht hebben aan mijn vingers die zich dan moeten verplaatsen van C naar G wat me moeite kost. Die verrekte G. De noten van hard, zacht, hard, zacht, hard in een reggae ritme. Ik struikel soms over de noten wat niet echt lekker klinkt. Oefenen. Alsmaar oefenen. Het leven is een grote oefenles.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

U heeft betaald.

Terwijl ik bij de kassa stond kletste de kassamedewerker tegen een klant voor me. Ze scande mijn drankje en liet me in de veronderstelling dat ik zelf wel wist wanneer ik mijn bankpas kon gebruiken. Het ging over fulltime werken. Ze kon niet wachten om weer meer uren te werken nu haar kinderen groter waren en niet meer de hulp nodig hadden die ze nodig hadden toen ze jonger waren.
‘Ja,-‘ lachte de klant. ‘En dan zegt een vriendin van mij dat ze 36 uur blijft werken nu de kleine op komst is.’ Ze rolde haar ogen.
‘Ik zei, daar kom je nog wel op terug, wacht maar.’
‘Nee, dat is niet te doen. Ik ben ook minder gaan werken.’
‘Je kunt het niet allemaal combineren en dan ook nog tijd voor jezelf overhouden.’ sprak de klant.
Ik had ondertussen mijn bankpas gebruikt. ‘U heeft betaald’ stond er op het display.
Ik wilde vragen waar die mannen waren. Maar ik nam mijn drankje en liep de supermarkt uit.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Wat wil je leren? vroeg de docent.

De deur werd geopend en ik zag een glimps van de kamer. Ik zag een drumstel, een piano en wat gitaren op een standaard staan. Er stonden diverse bladmuziekstandaarden klaar.
Toen ik de ruimte in mocht stond een kleine tengere vrouw met haar twee handen te wapperen. Ze hield ze van haar lichaam af en trok een pijnlijk gezicht. Ze liep heen en weer en lachte even voordat ze naar de kapstok liep. ‘Doet het zeer?’ vroeg ik met een lach. ‘Ja, au!’ zei ze met een zwaar buitenlands accent. Ze liet me drie vingers zien waarvan de toppen knalrood waren. De wijs- middel- en ringvinger. Een eerste les? Ze knikte moeilijk en verliet de kamer. Ik pakte mijn ukelele uit de tas. ‘Wat wil je leren?’ vroeg de docent. ‘Soepel leren spelen. De akkoorden goed leren. Maar vooral soepel spelen.’

Ik zou voor de volgende les vijf nummers aandragen die ik zou willen leren. Als ik ‘Somewhere over the rainbow’ in versnelde versie zou kunnen leren spelen zou ik denk ik gelukkig zijn. En als ik mijzelf vroeger had verteld dat ik ooit nog eens muziekles zou nemen zou ik mezelf uitlachen.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.