Het was al aan het logeren in mijn hoofd.

Ineens was er het antwoord via een nieuwsbrief. Het beoogde project ging niet door. Ik las het bericht een paar keer en zuchtte. In plaats van bij de pakken neerzitten en boos zijn of elke andere emotie voelen die hoort bij teleurstelling bemerkte ik een vage opluchting. Dat was vreemd. Ik had maandenlang hier naartoe geleefd. Dat project slokte tijd en aandacht. Ik had met zoveel mensen gepraat. Iedereen was enthousiast. Nu had ik zonder erg rekening gehouden met een andere wending. Het was al aan het logeren in mijn hoofd.
En als ik eerlijk was, die andere wending was qua financiën meer dan vervelend. Ik wilde graag betalen voor optredens en iedereen die erbij betrokken was. Het project was groot opgezet. Het was afhankelijk van de toekenning van gemeente subsidie. Het ging niet door. Hoe nu verder? Wat nu? Ik voelde in eerste instantie een verontrustende gedwongen omschakeling. Ik brak er mijn hoofd over.

‘Weet je wat jij moet doen? Je moet het omdraaien. Je bent al die tijd uitgegaan van anderen. Zij zouden het podium krijgen. Je moet uitgaan van jezelf. Een andere focus. Jouw verhaal.’ zei vriendlief.

Hè bah! Dacht ik meteen. Nee. Niet ik. Niet mijn verhaal. Maar waarom dacht ik niet (ook) aan mijn eigen verhaal? En die van een intieme groep mensen? Ik had de focus op groot. Niet klein.
Gisteren trok ik een kaartje uit het Doosje van Geluk wat ik ooit kreeg van Liesbeth. “Het menselijk geluk hangt hoofdzakelijk af van het nuttig gebruik van kleine kansen.’ Ook toevallig.

Het is niet voorbij. Dat idee blijft staan als een huis. Ik ga alleen even bekijken en bespreken met anderen hoe nu verder. De andere wending. Oké dan.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Bezet.

Ze zei:

Ik ben bezet. In mijn hoofd en in mijn hart. Ik durf niet. Ik ben druk. Ik ben vol. Druk met bezet houden. Ik ben bezet. Ik ben bezet.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

De stad sliep nog.

Het was veel te vroeg. De stad sliep nog. Ik fietste naar het Havenhoofd, een uithoek van Scheveningen. Daar was geen enkele bezoeker, toerist. Er reden geen auto’s. Er was wel een graafmachinist aan het werk. Hij schraapte zand. Alleen dat geluid was hoorbaar. Een ritmisch geluid. Verder hoorde ik alleen maar het geluid van klotsende golven, het ruisen van de wind, de meeuwen in de lucht en mijn eigen ademhaling.

Toen ik daar zo zat, in de vroege stilte, dacht ik aan tijdloosheid. Of dat de tijd een spelletje speelde. Het leek namelijk alsof de dag al ver vooruit was. Maar het was amper acht uur. En ik zette mezelf op een stenen verhoging om uit te kijken naar het klotsende water tegen de randen van de uithammen en de zeilboot ergens in de verte. Ik keek tegen de zon in en moest mijn ogen fijn knijpen. Er was even alleen maar tijdloosheid. In mijn hoofd was het ook even tijdloos. Er was even niks.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.