Categoriearchief: blog

Schaarsgekleed.

Het lijkt weer even geleden, dat ik op een badlaken op het strand lag en tuurde naar de mensen in schaarsgeklede badtenues. Het viel me op dat iedereen volkomen zichzelf was en dat ik me opgelucht voelde. Geen Jennifer Anistons drijvend in het water. Ook geen sixpacks. Het was een schril contrast met het magazine dat mijn buurvrouw las terwijl ze op een badhanddoek lag.
Het ideale beeld dat werd opgeroepen leek in het niets op het strandplaatje. Er waren wel degelijk maatjes meer, cellullite en peervormen. Er waren ook mannen met een rolletje meer zonder sixpack die een balletje sloegen. Mannen met de afdruk van een veel gedragen t-shirt en korte broek op hun lichaam. Je kon ook precies het randje van een sok zien.
Vroeger poedelden we als kleine kinderen trouwens helemaal in ons nakie in het water, waar nu de kinderen van top tot teen in een soort surfpak gehesen zijn. ‘Tegen de zon.’ Ik kan me nog de keren herinneren dat we vuurrood terugkwamen van een middagje spelen en er niet eens After Sun voorhanden was. We moesten het doen met niks of schijfjes komkommer, maar dit terzijde.
Ik dacht hieraan omdat ik al heel lang geen mode tijdschriften meer lees en dat ik het niet mis.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geen jazz.

Gisteren waaide het met vlagen en duwde de wind ons een jazz café binnen. We hadden elkaar sinds het begin van het jaar niet meer gezien en we nemen telkens het besluit ook te winkelen maar ook deze keer ploften we neer en kwamen niet meer overeind. Het jazz café was als een oude kroeg met donkere muren en muziekinstrumenten aan de muur. Ook een schilderij van Herman Brood (Stillevend) hing naast de bar. We aten en dronken, spraken over het werk, privé- en andere aangelegenheden toen we uiteindelijk toch maar de rekening vroegen. De serveerster noemde op wat we gebruikt hadden. Ineens ontviel het me. Of ze hier ook optredens verzorgden. Het leek me leuk er eens heen te gaan. De serveerster schoot in de lach.
‘Nee, er zijn hier geen optredens.’ Ik was verbaasd.
‘Er wonen mensen hier boven.’ verduidelijkte ze. Ik was nog steeds verbaasd.
Er was geen jazz in het jazz café.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Heet.

Het was net over de grens een paar graden warmer dan in Nederland. En het was al zo warm. De thermometer tikte de 39 graden aan terwijl we ’s middags langs het water liepen van Münster Hafen. ‘Er zit geen kip.’ constateerde ik.
Even later waren we moe van het lopen en zochten we een plekje op het terras onder de luifel. Toen we net zaten keken we elkaar zwijgend aan. Ik zag voor het eerst druppels uit iemands wangen stromen. Ze ontstonden daar gewoon, uit het niets, en sijpelden via de kin naar beneden.
Onder de luifel was het net zo warm, zo niet warmer, dan toen we in de volle zon liepen. Strompelden. Mijn t-shirt werd alsmaar vochtiger. Het had geen zin om voorover gebogen te zitten of achterover tegen de leuning. We bestelden iets dat koel was. Ik verdroeg het haar in mijn nek niet. We puften wat. Maar ook puffen zorgde ervoor dat het een te ingespannen handeling was.
Ik had nog nooit zo gesnakt naar een ijskoffie. Niet zoals ze in Nederland voorschotelen, met ijsklonten zo groot als rubiks kubussen, maar met een schep ijs dat naar koffie smaakt en een dot slagroom.
We zagen een paar mensen aan tafels zitten die de rest van het uur in dezelfde houding zaten. We verroerden ons niet. Het was veel te heet.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Zand op je blote voeten.

Je kwam bij ons logeren. Je had je rugzak bij van vos en je zomerschoenen, knuffels en zomerhoed maar de gitaar van Oom Marco ‘Tah!’ was veel interessanter. Oom Marco zou later gaan gitaarspelen.
In Den Haag, als het mooi weer is, ga je natuurlijk ook naar het strand. Eerst met de tram ernaartoe. Wat een avontuur. De tram ging langs stroken gras die zacht ritselden tegen de tram en dat vond je interessant. De wind was aangenaam en de mensen op steps, skateboards en fietsen waren erg grappig. We gingen een drankje drinken bij The Fat Mermaid waar je een glaasje water kreeg en wij een glaasje fris. Oom Marco zei tegen jou dat je zand op je blote voeten had en blies het zand van je tenen. Daar moest je om lachen.
De serveerster die het drankje kwam brengen was meteen een charmante glimlach waard en later volgde je de blonde dame ongegeneerd. De serveerster dacht nog, het ligt aan het dienblad met kleurrijke drankjes maar nee, je had het gemunt op haar.
Met de wagen achterstevoren liepen we even later het strand op. Oom Marco moest de wagen goed trekken maar je vond het wel grappig dat de wagen achterstevoren was. Zo kon je kijken naar de mensen en wiebelde de wagen licht. Aan het water wandelden mensen voorbij. Ze glimlachten omdat je je ogen uitkeek. De golven kwamen dichtbij en ze ruisten in de wind.
Van alle indrukken was je ’s avonds moe geworden en na drie keer het verhaal gelezen te hebben van de badeendjes die overboord vielen ging je liggen, sloot je ogen en sliep de hele nacht door.
De volgende ochtend, een beetje vroeg, was je klaarwakker. ‘Ja.’ zei je. ‘Ja. Ja.’ En we dachten, misschien ga je weer slapen. Maar nee hoor, je leek te zeggen: Ja! Kom me nu maar halen hoor. Ik ben wakker! Ik kan de dag beginnen!
Eenmaal beneden hupste je meteen richting de muur, wees met je vinger en riep: ‘Tah!’ Toen Oom Marco eenmaal beneden was moest er gitaar gespeeld worden. ‘Ik ga eerst even douchen hoor.’ zei Oom Marco slaperig.
Toen we in Oom Marco’s werkkamer waren was het alsof je in een gitaarparadijs beland was. Allemaal gitaren! De ene klonk nog leuker dan de andere! Je trappelde met je benen en je handen en kraaide het uit. Nee, geen shake ei, geen fluit. Alsjeblieft geen raar ander instrument. ‘Tah!’ ‘Tah!’ Dat moest het zijn.
Eenmaal weer beneden zat je bij de salontafel en haalde je een gitaarmagazine uit de la. Rustig bladerde je door het aanbod van muziekinstrumenten, wees en zei ‘Tah!’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

De wens.

Ze lag op een brancard, hoog, terwijl een ambulance medewerker haar voorzichtig vooruit duwde. Ze schreden zo de Pier binnen, een lange hal die op enorme palen stond waar je, zoals oppaskind zei: ‘eerst op het strand liep’ en later ‘op de zee.’
De oudere vrouw, ze had mijn moeder kunnen zijn, lag met haar grijze korte haren in een groot kussen. Ze zag er helemaal niet ziek uit. Haar ogen waren misschien ietwat vermoeid maar straalden. Haar wangen waren misschien een beetje ingevallen maar haar huid was gebruind. Ze maakte grapjes met de ambulance medewerker die naast haar liep. Ik zag een broze hand.
Wij liepen richting uitgang terwijl de brancard in tegengestelde richting voortgeduwd werd richting het einde waar een deur zou openen met een bewolkte lucht waar de meeuwen vlogen, de schepen op een verre afstand lagen en de zoute zeewind haar wangen zou strelen.
Ik hoorde in het voorbij gaan dat haar laatste wens de zee zien was. De dood loerde ergens op een afstand.
Ze wilde de zee zien. Nog een keer. Met het voortschrijden van de brancard in de lange hal richting een oneindige verte kwam er een wens voor haar uit waar ik van onder de indruk was. Het is soms zo simpel. De zee zien. De wind voelen. Buiten zijn. Vrij.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.