Het strand werd steeds een beetje stiller.

Omdat het warm was zaten we op het strand. Een fijne zomerzondag. We lagen op een bandhanddoek en sloten onze ogen tegen de zon. We smeerden zonnebrandolie op onze huid en we dommelden langzaam in op de geluiden van golven en meeuwen en spelende kinderen. De zon was een warme deken op onze huid en wind was aangenaam verkoelend.
Er klonk in de verte een auto. Het geluid kwam steeds dichterbij. Toen ik opkeek was de jeep dichtbij. Zo dichtbij dat hij langs ons heen reed tussen de mensen door. Hij was op weg naar de andere kant. Vlak erna klonk een sirene. Een politie auto kwam ook het strand op gereden, auto’s van de reddingsbrigade volgden. Mensen gingen zitten of staan. Het strand werd steeds een beetje stiller.

Er voltrok zich een onheilspellende situatie op het strand. Er kwamen steeds meer auto’s met sirenes aan gereden. Bij het water waren veel mensen. Er was toch niets ernstigs gebeurd in het water? Niet weer een klein kind dat het water in gesprongen was en meegetrokken door hoge onverwachte golven?

Er klonk een sirene van een ambulance in de verte. Met hoge snelheid kwam hij de boulevard op. De ambulance kon echter niet het strand op. Twee auto’s met laadbak met life guards vervoerden ambulance medewerkers richting onheilsplek. Er was duidelijk een noodsituatie. Het leek alleen zo lang te duren. Het wachten op de ambulance. Het vervoer heen en veel later het vervoer terug. Het duurde zo vreselijk lang.

Er was een man in het water aangetroffen. Hij ademde niet meer. Het water had hem opgeslokt en meegevoerd en omstanders in de zee hadden hem teruggenomen. Levenloos en zonder adem.
Helaas heeft hij het niet gered.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Dat is wat er gebeurt.

Daar zit ik dan. Ik wil zo graag iets schrijven maar het komt er niet uit. Dit is wat er gebeurt; doordat mijn hoofd vol zit met schrijfsels lukt het andere schrijven niet meer. Het is als water laten koken voor couscous, wat ik gisteren deed, en daarbij een eetlepel olijfolie toevoegen. Het danst om elkaar heen. Het mengt niet fijn.

Ik ken iemand die liever geen warm voedsel mengt met koud voedsel. Nu kan ik me daar iets bij voorstellen, als ik een warme tosti met kaas eet met een drupje koude ketchup zou ik ook wensen dat de ketchup eerder uit de koelkast gezet was.

Zo’n zelfde gedachte had ik toen ik de herhaling terugkeek van VPRO Boeken met schrijver Mano Bouzamour. Er waren de afgelopen tijd veel discussies over interviewers die te pas en te onpas aan schrijvers vroegen wat nou echt of niet echt was aan hun roman. Vaak tot irritatie en ergernis van de schrijvers. Het was eigenlijk een no-go.
Wat ik kan begrijpen, het zegt niets over het verhaal en het verhaal zou het werk moeten doen. Totdat ik het interview bekeek met bovengenoemde schrijver die te pas en te onpas benoemde wat wel en niet op waarheid berustte. Ook de interviewer zelf raakte ervan in de war. ‘Je sliep op een woonboot..’ ‘Nee, dat was mijn hoofdpersonage.’

Het mengt gewoon niet prettig. Iemand schrijft een fictie roman; een verhaal met scènes en anekdotes en voorvallen die misschien samengeraapt zijn uit het echte leven, sterk overdreven, aangepast en nogal verzonnen uiteindelijk, maar iedereen wil graag weten wat echt is en onecht.
Dan raakt de magie van het verhaal verloren. Dat is wat er gebeurt.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Verkeerde tijd, verkeerde plaats.

Voordat ik op de deurbel drukte hoorde ik even een stemmetje dat fluisterde: ‘Is dit wel een goed idee?’ Er waren hekwerken voor de ramen geplaatst en dat was niet voor niks. Een lange blonde vrouw deed de deur open. Een chihuahua drentelde achter haar aan. De vrouw sloot de deur weer meteen achter mij. Het zou maar zo’n verkeerde tijd, verkeerde plaats situatie worden, dacht ik.
‘Wat kan ik voor je doen?’

Ik legde een piepklein zilveren bedeltje op de glimmende toonbank. Ik vroeg me af of er een dun kettinkje doorheen paste. De andere was namelijk kapot gegaan. Ik had het per ongeluk zelf losgetrokken. ‘Nee.’ zei ze meteen en schudde haar hoofd. Haar glitternagels, goudkleurig, konden het bedeltje amper oppakken. ‘Nee, dat lukt niet.’ Ze was vastbesloten.

In de hoek van de winkel zat een oude vrouw in een zwarte rok naar me te kijken. De chihuahua zat er naast. Ze verroerden zich niet. Ze keken alleen maar.
Ik was een beetje teleurgesteld. Ik wilde heel graag dat bedeltje weer om mijn nek hangen. Het was een mooi kettinkje. Maar de vrouw was resoluut. Het ging echt niet.

Ik kreeg het vage idee dat ze gewoon geen zin had vandaag. Ze had geen zin om te prutsen aan een piepklein bedeltje waar een piepklein kettinkje doorheen moest. Dat kon natuurlijk gebeuren, geen zin hebben, zeker met dit warme weer en in de juwelierswinkel was het ook niet bepaald koel. De ventilator draaide heen en weer in de winkel en waaide het kapsel van de oude vrouw in de stoel uit model.

De vrouw liep demonstratief achter de balie vandaan en liep naar de voordeur die ze zelf moest openen wegens veiligheidsredenen. Ik moest het bedeltje nog in een keukenpapiertje wikkelen, bang dat ik het kwijt zou raken of zou laten vallen op het donkerrode hoogpolige tapijt in de winkel.
‘Fijn. Bedankt hoor.’ zei ze meer als een automatisme dan ze het werkelijk meende. Er stond al een nieuwe klant voor de deur. Ze liet hem binnen. Even zag ik, toen ik omkeek, dat ze haar vingers met glitternagels over haar glimmende voorhoofd haalde.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten