Die donkergroene rups op het plafond liet me niet met rust.

Er liep een opvallend donkergroene rups op het witte plafond. Hij schoof zijn lijf langzaam in stapjes vooruit. Even ervoor rende mijn oppaskind blij naar het keukenblad want er stond een glazen pot met bladeren en twee ‘caterpillars‘ erin. Het was afgedekt met folie en had kleine gaatjes. De rupsen waren lichtgroen en plakten hun lijf tegen het glas. Mijn oppaskind liet ze trots zien. ‘When they’re large enough they become butterflies!’

 

 

Die donkergroene rups op het plafond liet me niet met rust. Terwijl ik de vuile afwas in de machine deed keek ik met een schuin oog naar boven. Ik was niet echt onder de indruk van dat diertje, ik vond het zelfs een beetje een eng beest, terwijl ik wist dat het zo’n mooie vlinder werd.

Het moest worden wat het zou worden. Het moest transformeren. Zonder de rups geen vlinder. Wat niet was ging nog worden. Het zou nog even duren voordat die donkergroene rups zijn weg vond naar de slaap en zijn cocon zou afdoen.

Welke kleuren zou deze rups uiteindelijk krijgen als zijn vleugels opgedroogd waren en konden uitstaan? Het zou een verrassing blijven.

Ik geloofde toch dat ik nu alles prima zag.

Ik zag een C. Of een D, dat had ook gekund. Of een O. ‘Ik denk dat het een O is.’ De vrouw naast me verwisselde het ene glas. ‘Is dit beter of slechter?’ Ik zag het verschil niet. ‘Ik zie geen verschil.’ Ik zag dat ze het glas weer wisselde. En weer. ‘Is dit beter of slechter?’ Ik moest de bovenste rij letters oplezen. N Z F … O… Ik zag de laatste twee niet. Ik knipperde met mijn ogen. Even ervoor was ik me rot geschrokken want tijdens de oogmeting werd er plots lucht in mijn oog geblazen. Toen ik klaar was mocht ik nog een hoortest toen. Ik hoorde zachte en dan weer harde piepjes in mijn linker- en daarna weer rechteroor. Ondanks de vuilniswagen in de straat die luid piepend achteruit reed kon ik feilloos die snerpende piepjes horen. ‘Uw gehoor is uitstekend.’ zei de stem van de computer. Fijn, wist ik dat ook weer.

‘Is dit beter of slechter?’ Ik moest me blijven concentreren. ‘Beter.’ constateerde ik. Toen ik net in de stoel zat en de letters op het scherm moest lezen voelde ik me even best oud. Ik zag vage zwarte stippen, verder niets. ‘Ik kan de letters niet lezen.’ zei ik tegen de vrouw. Alsof ik gefaald had in het leven. Alsof het wel zo hoorde maar niet langer meer lukte. Het lijf deed niet meer wat het moest. Het was zwaar overdreven natuurlijk. Na de eerste wisseling van het glas en het lezen van de bovenste letters voelde ik me al een stuk beter.
‘Je krijgt nu een paar rondjes te zien. Welke zijn het duidelijkst?’ Weer wisselde ze glazen.

‘Is hier nog verschil?’ De vrouw wisselde het ene glas, liet even een pauze vallen en wisselde nog een glas. Ik geloofde toch dat ik nu alles prima zag, ook de onderste rij letters. ‘Lees de onderste rij letters eens op.’ ‘C H K.. R V D.’ Dit bleek de nieuwe sterkte te zijn van mijn nieuwe glazen. Kraakhelder.

Het kamertje leek plotseling best donker. Ik zette mijn bril weer op en stond op. De opticien legde nog wat uit en schudde vervolgens mijn hand. Ik zag in haar mondhoek een piepklein stukje broodkorst.

Een herinnering aan nieuwe schoenen.

Ik kreeg misschien twee keer per jaar nieuwe schoenen. In de zomer en in de winter. Het waren niet de meest charmante schoenen want ik droeg steunzolen. Dat waren vroeger metalen platen die eens per zoveel maanden in het ziekenhuis door een podotherapeut werden afgemeten en in mijn geval opgehoogd zodat ik geen modieuze schoenen kon dragen want daar floepten mijn voeten uit. Ik mocht geen sneakers of andere moderne schoenen. Die schoenen waren niet steunzoolproof. Dat veroorzaakte meteen een scheiding tussen hele leuke, hippe kinderen en ik. Althans, zo voelde dat soms.

Ik herinner me dat ik zeurend en huilend met mijn moeder door de stad liep omdat ik ergens mooie turquoise sandaaltjes gezien had die ik zo graag wilde hebben. Er zat een bandje om en ik zou ze kunnen dragen onder een mooie rok. In mijn hoofd zag ik mezelf al lopen en zwieren op het schoolplein en mijn vriendinnetjes zouden om me heen staan en roepen: ‘Wat mooi!’ Maar er konden geen steunzolen in die open schoenen. Mijn moeder zei: ‘Nee.’

Misschien dat ik toen een van de enige keren zeurde en huilde om nieuwe schoenen. Geef mij voor een keer een mooie schoen, mama, zodat ik ook een keer mooi mag zijn. Dan hoor ik er ook bij. Krijg ik complimentjes.

Ik kreeg ze. Ik weet dat ik er een vreemd gevoel aan overhield. Ik zette de turquoise sandaaltjes naast mijn bed op een krukje voor het slapen gaan zodat ik ernaar zou kunnen kijken vanuit mijn bed. Als ik mijn ogen dichtdeed en probeerde te slapen kon ik met een oog open nog steeds zien dat ze er waren en van mij waren. Toch had het zoveel moeite gekost en verdriet dat ik er niet helemaal blij mee was. Ik had teveel moeten inleveren. Het was eigenlijk afgedwongen.

Vandaag verstuurde ik de eerste opdrachten aan de vier deelnemers van de schrijfcursus autobiografisch schrijven. Ik noem het Life Review omdat je terugkijkt op je leven en herinneringen en belevenissen beschrijft maar de nadruk ligt vooral op de actieve en positieve benadering van de herinnering naar de vooruitgang.

Ik moest denken aan die turquoise sandalen die ik afdwong bij mijn moeder. Ik kan me vaag herinneren dat ze radeloos met mij aan de hand door de stad liep terug naar haar fiets omdat ze de discussie wilde stoppen en ik maar doorging. Ik leer, met terugwerkende kracht, dat ik alleen moet afdwingen als het een zaak van leven en dood is. Alles ertussenin is eigen verantwoordelijkheid en loslaten. Van afdwingen word je niet vrolijk en blij. Ik kan me nog erg goed herinneren dat ik die sandalen minder vaak droeg dan de bedoeling was. …

Wil je een online consult boeken om je verhaal te schrijven?  Neem hier contact met me op!

Wil je mijn blog steunen met een bijdrage? Doneren mag hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.