Geplaatst op Geef een reactie

Papa kijkt in de achteruitkijkspiegel.

De ellende van alles willen snappen is dat ik me ook nogal eens wil verplaatsen in de ander. Op heel veel momenten is dit alleen maar prettig omdat ik dan begrijpen, kan accepteren en in een doosje kan doen met een groot slot erop. Soms begrijp ik het gewoonweg niet. En raakt het me. Teveel. Wil ik snappen, begrijpen, accepteren, maar dat lukt niet.

In de auto onderweg. Een beetje naar buiten kijken. Vragen waarheen we gaan. Samen. Onderweg. De rit duurt lang. Papa kijkt in de achteruitkijkspiegel. …

I will just go and go

Geplaatst op 1 Reactie

En toen ging ie dood.

Mijn opa was al oud. Hij lag in een hagelwit ziekenhuisbed en at niet meer. Hij dronk ook niet meer, af en toe wreven we een vochtig doekje over zijn mond. Wat ik jaren later begreep is dat het gewoon een ziekenhuismanier is om iemand te laten sterven. Wat er allemaal in zijn hoofd gebeurd was weet ik niet. Hij leek sinds de verhuizing naar Tiel ineens veranderd. Hij ging ineens samen met de andere bewoners van het verzorgingshuis paaseieren verven en was trots op zijn ei met een miezerig streepje. Het irriteerde mijn oma, die nog ‘normaal’ was. ‘Dat zou hij eerst nooit doen!’ Maar ja, nu wel.

Hij lag dus dood te gaan in dat bed. Zijn voeten waren al blauw. De toppen van zijn vingers ook. Soms had hij zijn ogen open. Soms leek hij gewoon te slapen. Hij was in een soort comateuze toestand, denk ik. Op een middag, 3 mei, reden mijn vader en ik naar opa toe. In het kamertje maakten we zijn mond vochtig en spraken tegen hem. Het is jammer dat je nooit helemaal zeker weet of iemand je echt hoort, maar ik ging er maar vanuit dat gehoor het laatste is wat zichzelf uitschakelt.

Hij leek me vanuit de spiegel aan te kijken. Ik schrok er in eerste instantie van, maar ergens was het ook wel mooi. Hij leek me even te zien.

Toen mijn vader en ik de lange gangen uitliepen naar buiten hield mijn vader zijn pas ineens in. ‘Wacht even.’ zei hij en liep terug naar binnen. Even later kwam mijn vader weer naar buiten en reed ons naar huis.

Op drie mei, twintig jaar geleden, overleed mijn opa. Net nadat mijn vader hem had ingefluisterd dat het oké was om te gaan.

Geplaatst op Geef een reactie

Maak jij hier de dienst uit?

Vrij Nederland.
 

Je raakt weleens in gesprek met mensen. Ook met kleine mensen. Kinderen van, pak ‘m beet, twee en vier jaar oud. En oudere mensen. En dan praat je over de oorlog, briefpapier en de autoloze zondag.

Dingen met vroeger vergelijken. Zelfs ik betrap me er zo nu en dan op. Maar veel kun je niet vergelijken. Je kunt er wel een mening over hebben en dat vind ik prima, alleen zou ik het prettiger vinden dat die ongezouten mening van een oudere persoon gericht is op de gelijkwaardige volwassene en niet gericht is op een onschuldig kind. Dat kind zou maar eens een trauma ontwikkelen voor oude dames met kromme neuzen en lelijke karretjes waar nog lelijkere handtasjes in liggen.

Op een zonnige doordeweekse dag nam ik de wandelwagen mee naar buiten en liep met twee oppaskinderen door het centrum van Delft. De jongste zou al snel moe worden van het geslenter en de benenwagen inwisselen voor de wandelwagen.
We stonden net bij een legowinkel waar volwassen medewerkers een waar kunstwerk gemaakt hadden van mini gekleurde blokjes; een treinstation compleet met rijdende trein, weliswaar reed hij achterstevoren, maar dat mocht de kinderpret niet drukken, toen ik hardop bedacht dat het best weleens gezellig was buiten in de tuin te eten. Ik vroeg dit aan de oppaskinderen. Maar zij waren te druk met zich druk maken over die trein die achterstevoren reed.

‘Trein rijdt niet goed!’

Toen ik hen eindelijk zo ver had om door te lopen vroeg ik nogmaals aan de kinderen wat ze wilden: binnen eten of buiten eten. Ik had niet gezien dat er inmiddels een oudere dame naast ons liep. Een beetje stuntelig, hangend over een rollator, stiefelde ze langs ons heen.

‘Wat zullen we doen? Zullen we binnen of buiten eten?’
Mijn oppaskind droeg trots een oranje voetbal die hij even ervoor uitgezocht had en zelf betaald had aan de kassa.
‘Eh…binnen eten!’ besliste hij.
De oude vrouw draaide zich naar mijn oppaskindje toe en leunde gevaarlijk voorover.

‘Zo, maak jij hier de dienst uit? Ga jij even zeggen dat je binnen gaat eten? En beslis jij dat even? Vroeger hadden kinderen helemaal niets te vertellen!’

Mijn oppaskindje schrok. Deze oude taart leek wel een heks, zo weggelopen uit een Hans en Grietje sprookje. Hij bekeek mij, ik bekeek de oude taart en siste als ze commentaar had op de opvoedersrol ze dat tegen de opvoeder moest ventileren. Niet tegen het kind.
‘Mevrouw beetje boos.’ hakkelde mijn oppaskindje terwijl hij doorliep.
‘Mevrouw is een beetje aangebrand, zo heet dat. Aangebrand.’

Mopperpot.
Oude zeur.
Zeikwijf.
Takketrien.

[Ingezonden naar lezersoproep Vrij Nederland over Mijn Generatiekloof.]

Geplaatst op 7 Reacties

Wat als het morgen over is…

bye
Photo made by Vermin Inc.

Dat het zomaar afgelopen kan zijn is iets waar je liever niet al te vaak over nadenkt. Op het moment dat je er wel over nadenkt gaat er soms een vervelend nieuwsmoment aan vooraf. Dat iemand, expressief en vol positiviteit en eigenzinnigheid ineens wegvalt. Niet persé iemand waar ik een vriendschapscontact mee had maar wel een paar keer koffie mee gedronken had.

Terwijl ik in de bus zat naar Zeist richting boekhouder, die langs weilanden reed met een lange lus van wolken die in oneindigheid aan me voorbij trokken, bedacht ik me dat je alles uit je leven moet halen. Als het de les is dat je op een maandagmiddag nietsvermoedend op weg bent (naar huis? naar een afspraak?) en naast een vrachtauto rijdt die wil afslaan en jou raakt waardoor je valt…

YOLO!

We maken ons soms zorgen om niets. Piekeren om niets; om kleine dingen die in ons hoofd alleen maar groter en groter worden. We vergroten onze nukken en mopperen over irrelevante zaken. We durven de drempels niet over en nemen geen risico’s omdat we niet vooruit willen. We willen veel maar doen er weinig aan. We stagneren, draaien om ons as en vullen de gaten met smoesjes. We houden ons zelf soms gruwelijk tegen en doen niet waar we gelukkig van worden. Dat is voor mij de les van vandaag. Haal eruit wat erin zit. Voor je het weet lig je op een maandagmiddag ineens onder een vrachtauto die rechtsaf wilde terwijl jij rechtdoor ging.

Geplaatst op Geef een reactie

Ik was in Barcelona.

Ik waande me in Barcelona. Voor even dan.

Bora Bora Beachclub

Bora Bora Beach Club ~ Scheveningen 2013

Vakantie is soms naast de deur. Of in je achtertuin. Op de hoek op een terras met de zon op je gezicht. Soms is vakantie een slome zondag in april met de tijd ver weggestopt. Waan je je in een land verder weg terwijl je hier bent. Nog steeds. Vakantie is een gedachte, een dagdroom.