Share

Inburgeren. Deel 3.

woensdag 1 juli 2009



In het zuiden des lands zijn fietspaden overzichtelijk. Sommige fietspaden zijn zelfs rood. Nee, niet omdat die Brabo's anders niet snappen dat het een fietspad is, ik hoor die Hagenezen al grappend smurken.

Het is een hele belevenis om in het Haagse een beetje rond te fietsen. Naast het feit dat gros van de mensen niet op- of om kijkt als zij een fietspad oversteken, zijn soms de fietspaden zo verweven met de grote weg en de binnenstad dat soms ongelukken in een klein hoekje zitten. Vooral als je niet gewend bent om langs voetgangers, rollators en 45 kilometer autootjes te slalommen.

Fietspaden in Den Haag houden soms ook zomaar ineens op. Een zomaar opgeheven fietspad zorgt voor mensen van buiten voor enorme verwarring. 'Waar moet ik nou heen?' en 'Waar is ie nou?' zijn doodnormale kreten voor geimporteerde Brabo's die fietsen in Den Haag.

Bovendien is men in het Haagse de fietsbel vergeten. Als je gezellig met zijn tweetjes aan het fietsen bent, op zowaar een fietspad breed genoeg om heel snel met stuur in elkaar te geraken, en iemand moet voorbij, dan fietsen zij rakelings langs de buitenste fietser heen. Dat gaat negen van de tien keer net goed. De geimporteerde Brabo heeft al tig hartverzakkingen te verwerken gehad, vooral in de eerste weken fietsend door de Haagse straten.

De fietsbel zal wel 'uit' zijn daar.

Straks ook hier te lezen.

Labels: ,


9:29 AM //
Share

Inburgeren deel 2.

maandag 8 juni 2009



Van oorsprong ben ik een Brabantse. Geboren en getogen in een kleine stad in het zuiden des lands, tussen de weilanden, het gieren, de Skottelslet, Alaaf! en het bourgondisch eten, ben ik niet vies van een bietje dialect. Zo staat een Brabantse anders wel met haar oren te klapperen als ze zich in het Haagse begeeft. Qua taal alleen al. Voorbeeldje:

'Ted om men is an te kleide en naah bahte te gaan.' -- tweetje koetjeboeh.

Je moet maar net weten dat koetjeboeh nog niet is aangekleed en als hij aangekleed is zin heeft om naar buiten te gaan. (Het zou wat wezen als hij zich niet had aangekleed en toch zin had naar buiten te gaan, maar dat terzijde.)

En hoe groter de stad, hoe meer gekken er vertoeven. Al vele malen dwaalde ik door het centrum en omstreken om ergens luid geroep en geschreeuw te horen van iemand die tijdelijk of algeheel de weg kwijt was.

'Kankeahrhoeahr!'

Dat men in het Haagse nogal gretig smijdt met allerlei ziektes is een grote oogopener voor mij.

'Teahringleeahr!'

Ik weet niet zo goed of ik daaraan zou willen en kunnen wennen. Hele families gaan per slot van rekening dood aan al die nare ziektes. Voor je het weet krijg je de

'Mexicaansuh griep!'

naar je hoofd.

Dat een Hagenees zijn website bedoelt als hij 'Haumpeits' zegt moet je nu maar net weten. Ook dat de uitdrukking 'Het is in en uiht men kont met die twee' (betekenis dat ze elkaar wel erg mogen) moet je dan toch maar weten. Dat uberhaupt alles te maken heeft met ziektes, konten, tieten en lekkende stoma's is mij een raadsel.

Nee, het brabantse dialect. Ik kan er weinig over kwijt. Dat men te pas en te onpas hullie en gullie roept is een feit. Gullie zou unne bietje meej moetuh krijguh fan dah broabants gelul:



Ik heb erop gestudeerd. Speciaal voor de Hofstijlers. Daar komt ie:

'Steik je vingah in je kont, draai 'm drie keah rond, dan heb je 'n magnum!'

Dit stukje is ook te lezen bij hofstijl.nl

Labels: ,


8:39 PM //
Share

Inburgeren Deel 1.

maandag 25 mei 2009



Soms is het alsof je in een totaal andere wereld beland bent. Even. Alsof je met een hele lange vakantie bent. Waar je een andere taal moet spreken, er andere omgangsvormen zijn en je elke dag leert van een nieuwe cultuur.

Zo verbaasde ik me erover dat wandelgangers zomaar, zonder eerst achterom te kijken overstaken terwijl jij met je fiets, met de wind in je rug en dus met behoorlijke vaart, ineens naar links of rechts, of rechts en links voor een totaal niet geschrokken wandelganger moest uitwijken.

Of die trams. Die waren er zomaar ineens. Welk oranje licht? Voordat ik het wist kwam er een bellende tram langs me heen geraasd. Dat is totaal ondenkbaar in het rustige stadje in het zuiden des lands, waar ik oorspronkelijk vandaan kom.

En dan die gezellige eettentjes bij de Grote Markt. Wat een gezelligheid zeg. Je kunt kiezen uit de Boterwaag, September en de Zwarte Ruiter. Waar je ook lekker kunt eten, een borrelhapje kunt nuttigen of waar je gewoon een bakkie pleur bestelt.
Maar die bediening.

Welke bediening?

Komen ze niet naar je tafeltje dan? Waar dan? Aan de bar bestellen? Waarom? Hebben ze last van jeuk aan hun kont dat ze maar achter die bar blijven hangen? Koffie mét suiker? Daar liggen de zakjes.

Als je alleen het terrasje op wilt, moet je eerst aan de bar binnen bestellen, om dan, als je met je hete thee of koffie knoeiend langs andere terrasgangers wandelt, tot de ontdekking te komen dat je plaats inmiddels voorzien is. Ja, met dat warme weer wil iedereen een plekje in de zon.

Laatst zat ik de bij Rootz. Heerlijk! Gezellige bediening die geen jeuk aan de ballen heeft en netjes je bestelling opneemt om dan erop toe te zien dat je na een klein half uurtje nog een keer de kans krijgt een bestelling te doen.

Alleen die kolere duiven daar bovenin die bomen. Daar moeten ze nog wat aan doen. Net nadat we in de gaten kregen dat die duif met ons mee verhuisde telkens als we de stoelen gingen verzetten, en we een laatste slok van onze koffie namen, kletste er een verse groene naar beneden zo op de tafel.

'Ik ga afrekenen.' zei ik.

Soms is het alsof je in een totaal andere wereld beland bent. Even. Alsof je met een hele lange vakantie bent. Waar je een andere taal moet spreken, er andere omgangsvormen zijn en je elke dag leert van een nieuwe cultuur. ...

Dit stukje staat ook bij Hofstijl.

Labels: ,


8:15 AM //