Share

zondag 20 april 2008



ALS JE ALLE BEELDEN WEGDENKT,

blijven slechts geluiden over. Het wazige geroezemoes van mensen, voor, achter, opzij ver en dichtbij. Het klikken van hoge hakken op zeil en hout. Een koffiemachine stomend als een trein. Rinkelende lepels. Bordjes die verschuiven op houten tafels. Een mobiele telefoon die gaat. Vage muzikale klanken van Suzanne Vega met 'my name is luca'. Holle geluiden die omhoog lijken te zweven naar de nok van de LUX, langs lange, smalle ecruwitte lampen. Langs de lichte trap waar zalen zijn.

Schaterlachen. Schrapende kelen. Piepende stoelen. Ritsen van jassen. Huppelende kinderen. Suizen van rokken langs panty's. Smakkende monden.

Als je alle geluiden als een knop op de computer zou wegdrukken dan zou de omgeving omgeven zijn van maakbare rust. Alleen bewegende lichamen. Armen, handen.

Ik neem een hap van mijn tonijnclubsandwich en neem een slok van m'n cappucino.

Labels:


1:24 AM //
Share

woensdag 2 april 2008



WAAROM KREEG IK DIE ZWARE DEUR,

nooit eens fatsoenlijk geopend? Ik zou er bijna schrik van krijgen om naar de LUX te gaan. Die deur was veels te zwaar voor mij. Geen enkel extra duwtje deed het. Met mijn volle gewicht er tegenaan was ook niet charmant.

De vorige keer wenkte ik naar het meisje dat stond te dagdromen bij de filmbalie. Er kwamen geen mensen meer voor de middagfilm, dus ze kon me best even helpen. Ze zag me niet. Ook al zo genant.

Ik stelde me zo voor dat er iemand vanuit een klein hoekje, vooraan in de LUX, op zo'n verhoging voorover leunde vanuit zijn zwarte leren bankje, en eens bekeek hoe een kleine, niet-nader-in-te-schatten-hoe-oud-ze-was-maar-zeker-eind-twintig jonge vrouw, probeerde een LUX medewerker zover te krijgen dat ze haar aandacht had en vervolgens in actie zou komen.

'Mag ik er even langs?' vroeg toen iemand opeens.

Ik schrok een beetje en keek op. Een lange man gehuld in zwarte jas en bijpassende hoed duwde met een duwtje die zware voordeur open. Snel liep ik achter hem aan.

Met een capuccino, gesetteld met een krantje in een hoekje, overdacht ik mijn middag. En mijn ochtend vooral. Ik overdacht mijn bevindingen. Ik glimlachte van binnen omdat ik, toen ik bij de arbo arts naar binnen stapte, tegenover me aan de muur een vrolijke schilderij zag hangen. Met hartjes.

'Er waren mensen bij die dachten dat het een 1 april grap was.' hoorde ik achter me.

Er zaten twee mannen voorover gebogen achter een laptop. Ze dronken met tergend langzame beweging hun thee.

'Je zult je auto daar geparkeerd hebben staan.' gniffelde de ander.

Labels:


1:38 AM //
Share

zondag 16 maart 2008



VANMORGEN WERD IK WAKKER VAN,

het licht in de slaapkamer. Voelde de zonnestralen kietelen op mijn gezicht, alsof het plagerig fluisterde: 'Kom, je bed uit. Een nieuwe dag.'
Wat voor een dag was het vandaag? Wat deed ik gisteren? Hoe voelde ik me? Welke keuzes maakte ik? Met wie sprak ik? Hoe vaak keek ik op de klok?

Onder de douche liet ik de warme stralen van kruinen langs gezicht, ruggegraat naar beneden vallen.

'Ik laat de twijfel door het putje gaan.'
'Ik laat de angst door het putje gaan.'
'Ik laat de onrust door het putje gaan.'

Als een herhaalde mantra.

'Doeidoei!'

Nijmegen leek drukker dan anders. Zonnebrillen pasten me niet. Bij de V&D zat een man aan een electrische rolstoel gekluisterd en vroeg of ik voor hem de deur open wilde houden. In een zorgeloze, overmoedige bui grapte ik:

'Ach, dat kunt u toch zeker zelf!'

Ik schrok van mezelf. Sloeg een hand voor m'n mond. De man barstte in een lachbui uit.

Heel vroeger, toen ik nog onbevangen en zorgeloos klein was, voelde ik menigmaal bravoure. Soms wenste ik een beetje ervan terug. Het geremde hield me nu weleens tegen. Soms hield het tegen wat niet tegen gehouden hoefde te worden.
Ik miste m'n bravoure ik. Alsof vroeger de woorden en zinnen zonder zorgen over m'n lippen vloeiden. Niet nagedacht.

De clubsandwich in de LUX leek extra groot. De cappuccino extra heet. De serveerster extra vriendelijk. Er flitste steeds iets achter me. Een klein meisje liep rond met een wegwerpcamera. Ze maakte foto's. Flits. Flits.
Buiten zaten mensen op het terras. Iemand blies uit een bellenblaas bellen de lucht in. Ze vlogen westwaarts. Niet geknapt.

'Is de mosterdsoep ook in de basis vegetarisch?' vroeg een jongen achter me met een hippe zwarte bril. Ik verstond niet wat de serveerster antwoordde maar volgens mij was hij wel tevreden. Hij hinniklachte.
Toen ik besloot af te rekenen spotte ik een vrouw met een knalrode jas en een hardroze panty. Ze liep zigzaggend langs de stoeltjes buiten. Ik zag steelse blikken van andere terrasgangers.

Lef.
Bravoure.
Ongeremd.
Zelflievend
.

Ik laat de twijfel in het putje gaan.
Ik laat de angst in het putje gaan.
Ik laat de onrust door het putje gaan.

Verdwijnen.

De suiker gleed met een moerasachtige kracht naar beneden. In het kopje.
Zo roerde ik mijn cappuccino.

Rustig.

(Toen ik thuiskwam en de brievenbus opende, viel er een kaartje uit. De titel droeg:
'Een nieuwe dag.' van de dichteres Nafiss Nia.

Een kopje gezelligheid
een lepeltje liefde
twee klontjes vriendschap
en een gevuld geluk.
Vandaag heb ik zin.

Vandaag begin ik
met de grote schoonmaak
en gooi ik alle wreedheid,
verdriet en angst weg.

Bij de bakker zal ik
een warme dag kopen,
bij de kapper
mijn oudheid laten knippen
en vanavond uitgaan.

Vandaag heb ik zin.

Mooier kon dit niet wezen.)

Labels: ,


12:48 AM //
Share

dinsdag 11 maart 2008



PHILLIPE CLAUDEL EN ZIJN,

grijze zielen namen me mee naar 1917. De titel zwaaide me toe bij Dekker en de Vegt.
Misschien omdat het vandaag zoiets voelde als grijze zielen dag. De grijze ziel liep naar de Lux.

Dat alle rommel
Chaos -- een plek
moest krijgen,
alles op een
geordende stapel.
Recht --
alles dat scheef was
Recht,
Gelijk;
Ontrommeld
voelde bizar genoeg
als een bevrijding.

'En dan zit je hier, helemaal achterin, weggemoffeld.'
De ober zette het witte kopje Cook&Boon voor me neer. Hij glimlachte met een twinkeling. Soms was een glimlach met een twinkeling als een warm cadeautje.

Ik zat ook, inderdaad, helemaal achterin, in een hoekje, bij een groot vierkant raam. Met uitzicht op de regen, natte tegels, bakfietsen, fel geel, C1000 tassen en verbouwingen.

Er liep een lange manvrouw, of vrouwman, ik had geen idee, in een kersenrode lange jas voorbij. Ze stapte als een paard. Haar knieen omhoog voordat zij haar laars op de grond zette. Een beweging van iemand die pillen slikte. Ik had het loopje al veel vaker gezien. Ze liepen dagelijks de lange gangen door, als paarden, als paarden in een onafgebroken slowmotion. Knieen omhoog voordat zij hun voet op de grond zetten. Triptrap.

Een mevrouw met het limpend been vroeg of ik op haar laptop wilde letten. Ze moest plassen. Nam haar dochtertje mee. Het kind huppelde voor haar uit. Bij terugkomst gingen ze weer zitten, en ze bedankte me. Hartelijk. Het kind gaapte luidruchtig. Ze wilde buiten spelen. Maar mama moest 'nu even werken'.

Ik verzon 'limpend' ter plekke. Ik verwarde wel vaker het engels met het nederlands. Ik nam een slok van m'n koffie en voelde een schuimsnor op m'n bovenlip.
Aan de overkant zag ik een man aan het werk. Zijn laptopscherm liet hij zakken toen de serveerster een bestelling opnam. Waarom liet hij het schermpje zakken?

Ik opende de eerste bladzijde van Grijze Zielen. En de tweede. Op de derde bladzijde las ik: 'Ik ben er. Het is mijn lot om er te zijn.'

Mooi.

Labels: ,


12:11 AM //
Share

vrijdag 8 februari 2008



IK SCHREEF DIT IN DE LUX,

net nadat ik mijn irisbonnen ingeleverd had bij Dekker & De Vegt, waar een mevrouw achter me in de rij stond heen en weer te drentelen, ongeduldig zuchtte en naar de man voor me brieste dat de tijd drong, ze waren al zo laat.

Ervoor nam ik een gedichtenbundel in m'n handen, twijfelde tussen Ingrid Jonker en Ingmar Heytze en deed een soort van ine-mine-mutte en Ingmar won.

Bij de Lux bestelde ik een grote koffie, kreeg ik bestek van een jonge ober met een trillend dienblad, dat nog heviger begon te trillen toen er een kleine jongen langsrende en hij zijn evenwicht bewaren moest tussen zijn eerste werkdag en zijn dienblad-blinde-vlek zoals vrachtwagenchauffeurs dat hebben met zijspiegels.

Met mijn roze pen dat toch nog blauw schreef krabbelde ik een dichtje dat clubsandwich heette:

Het was een flat
van een soort van oerbrood
drie verdiepingen
van donkere lagen.
Hoe moest ik nu,
hoe moest ik dit,
met mijn mes en vork
...

En leek mijn hand zinnen te gutsen, zoals zweet uit je porien kan gaan als je een trein wilde halen en heel heftig smeekte in je hoofd dat, net voordat je bij de deur zou staan, de deuren niet alsnog zouden sluiten.


In de lichtgele kamer,

met de groene gordijnen aan elke kant, stond ze voor het raam. Beneden klonken harde woorden, ze kon niet zo goed verstaan wat er gezegd werd. Broertje lag in zijn eigen slaapkamer te slapen. Ze kon de zachte klanken nog horen van het slaapliedje uit een box.

Op de stenen tegels in de huiskamer beneden klonken voetstappen. Heen en weer. Heen en weer. Gedrentel en gedraai. Snel. Langzamer. Stilte.

Een hoorbare bons.

Ze keek geschrokken uit het raam. Papa had net de voordeur gesloten en liep zonder jas weg.
Ze probeerde met haar neus tegen het raam beter te zien. Ze hoorde het starten van een auto. Er reed een witte achterkant de oprit af. De witte Peugeot draaide en reed weg.

Met haar Monchichi in haar ene arm staarde ze met bonkend hart naar het wazige raam. Door het uitademen van haar mond dicht tegen het koele raam had het kleine zichtbare wolkjes achtergelaten. Met een trillende vinger wreef ze het weg.

Tijd leek stil te staan en toch tikte de klok in haar kamer verder. Tik Tak. Tik tak. Wanneer kwam papa dan thuis? Waar ging papa naartoe? Waarom ging papa weg?

Beneden was het stil. Er klonken geen voetstappen op de stenen tegels. Het muziekje in de kamer van broertje was gestopt. Met kleine pasjes liep ze naar haar bed, sloeg het deken om zich heen en wachtte.

Labels:


12:23 AM //