Share

maandag 13 november 2006



ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 4:

Ze keek nog eens achterom naar de donkerblauwe-hemd-mevrouw. Ze was bezig met iets inpakken. Ze zag een kartonnen doos op de balie staan. Weer keek ze naar de schap met flesjes zonder dop. "Tester" stond erop met een witte sticker. Met trillende vingers pakte ze een flesje eraf. Hield het voorzichtig bij haar neus. Zoet. Naar bloemen. Als de bloem bij de bloemenwinkel.
Ze legde een vinger op de bovenkant van de dop. Drukte het voorzichtig naar beneden. Er spoot zich een nevel de lucht in. Van geurige zoetheid. Even rook ze in de lucht. Sloot haar ogen. Hmm.
Ze had alleen geen geld. Helemaal niets. Ook bij de rekken van de supermarkt waar de karren met een ketting in elkaar zaten had ze niets gevonden.
Weer keek ze achter zich. De jonge vrouw met felrode lippen had opgekeken haar richting uit. Had even gefronst en daarna geglimlacht. Ze ging door met spullen uitpakken. De kartonnen doos bleef op de balie staan.
Eigenlijk ging het een beetje vanzelf. Dat ze het testerflesje in haar hand hield en zo in haar jaszak liet glijden. Dan kon ze thuis al haar kleren volsproeien met bloemenlucht. Ze had zich omgedraaid en was richting de deuren gelopen. Ze had de deuren gezien waar net iemand met een drogisttas vol spullen wegliep. En toen ze over de drempel was had ze een hand in haar nek gevoeld. Een strakke knijpende greep dat haar liet stoppen.
"Volgens mij, meisje, heb jij iets meegenomen uit de winkel waar je eerst voor moet betalen."
Ze had geschrokken opgekeken naar de mevrouw met de felrode lippen.

In een klein kamertje, tussen de andere kartonnen dozen, had ze moeten wachten op de meneer die nu de kamer binnen kwam lopen en haar even met een nee-knikkende zucht bekeek. Hij had een donkerblauw pak aan. Hij was van de politie. En dat maakte haar bang. Ze durfde niet meer naar de meneer te kijken en keek daarom maar naar haar wiebelende schoenen die net niet bij de grond konden. De stoel was te hoog.
De meneer zette zijn pet af en bekeek waar hij hem kon neerleggen. Hij legde hem maar op een kartonnen doos.
"Zo."
...
Hij keek even om zich heen en pakte een stoel. Met opgetrokken wenkbrauwen ging hij zitten.
...
"Wat is er vandaag gebeurd?"
...
Meneer de politieman draaide zich om, zag ze, vanonder haar warrige haren, toen de jonge medewerkster binnen kwam lopen met het flesje. Snel keek ze weer naar beneden toen hij het flesje aanpakte, en haar weer aankeek.
"We moeten wel even praten, hoor."
...
Ze kneep haar lippen op elkaar. Bekeek door het gordijn van blonde haren de ogen van de meneer. Hij keek haar met een vragende blik aan.
"Je weet, denk ik, wel dat je eigenlijk niets zonder te betalen mag meenemen uit een winkel."
...
"Waarom nam je dit flesje mee?" Hij draaide de fles tussen duim en wijsvinger heen en weer en hield het voor haar ogen. Het waterige goedje danste heen en weer in het doorzichtige glas met de witte sticker erop.

Labels:


8:49 PM //
Share

vrijdag 10 november 2006



ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 3:

Was het een blauwdruk van zijn leven geweest? Een stempel op de brief? Hij was het onderweg vergeten. Hij was vergeten wat het was om te leven zoals leven moest. Nodig was. Ook voor zijn dochter. Hij was opgestaan uit de stoel. Zijn jas gepakt van de leuning en om zich heen geslagen. Hij had zijn spreker toegeknikt in een beleefd toneelspel. Was de deur uit gelopen, langs de lange vooroorlogse gangen van het schoolgebouw. Naar huis.
Soms leek hij een afslag verwijderd van thuis. Wat was thuis?

Thuis zat zij onder de tafel. Met schokkende schouders. Ze zag vanonder de tafel de in pantalon gehulde benen van mama heen en weer lopen in een nerveuze pas. De stof streek met dof geluid tegen haar benen. Het ruiste licht.
Moeder was aan het bellen maar kreeg niemand aan de lijn. Ze vloekte ervan.
Wat haar deed ineenkrimpen. Mama was woest. Ingehouden woest. Niet theatraal, hectisch en driftig woest. Het was koude woestheid. Waarvan haar lichte blauwe ogen bijna ijs werden.
Zon vulkaan woestzijn. Daar moest ze altijd van schrikken op het moment dat het over leek. Dan volgde er alsnog een uitbarsting. Begon alles opnieuw.

Ze hadden haar viespeuk genoemd. Buiten tijdens de schoolpauze. Ze hadden in de cirkel gerend en haar verteld dat ze vies rook. "Gatverdamme!" riepen ze.
Ze hadden erom gelachen tijdens het rennen in de cirkel. Zij had in het midden gestaan en alles bekeken. Had bijna de neiging aan haar trui te ruiken. Was het echt wel vies? Waar rook het dan naar?
Ze was toch schoon? Ze had naar haar gebreide trui gekeken. De rode stof gevoeld vanonder haar vingers. Had verbaasd naar de lachende ogen gekeken die vuur spoten tegelijkertijd. Als ze vies rook moest ze zich wassen. En wassen deed ze toch? Mama gooide dan een washandje de badkamer in. "Hier is nog een schone." Het werd achteloos gegooid zodat zij het opraapte van de tegelvloer.
Dan zette ze het trapje voor de wastafel want de spiegel was te hoog.
Dan opende ze de kraan en voelde langzaam het water warmer worden. Gleed met haar beide handen langs het water, zag de druppels van haar nagels glijden. Het water werd warmer en warmer. Het voelde als een vloeibare deken. Totdat mama opeens met een ferme draai de kraan dichtmaakte en haar aan haar bovenarm de trap aftrok. "Niet spelen met de kraan! Meekomen nu. Je gaat naar bed."

ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 1:

Ze dacht weleens dat, als haar moeder de creme als witte dotjes op haar voorhoofd, wangen en kin aanbracht, ze alles zo goed uitsmeerde dat haar huid van steen werd. En dat er dan nooit miniscule breukjes ontstonden omdat ze nooit lachte.
Zelfs als ze van haar koffie dronk bewoog ze alleen haar lippen.
Haar gezicht leek op marmer. Haar lijf een wassen beeld. Ze stond weleens achter de strijkplank de krijtstrepen overhemden te strijken van papa, bewoog alleen haar ene arm. Heen en weer. Heen en weer. Zij had aan het voeteneind van het bed gezeten. Observeerde de geruisloze bewegingen van haar moeder.
De huizen waren geluiddicht, leek wel. Zelfs als de buren met fronsende wenkbrauwen een blik naar buiten wierpen, vanachter gesloten vitrages, en zij met wanhoop in haar ogen contact probeerde te maken, dan nog sloten de buren de gordijnen.
Alle huizen hadden dikke muren. Alle ramen konden dicht.
Ze bekeek haar blauwe waterschoenen. Haar dikke donkergrijze sokken. Ze kon haar tenen niet bewegen. Ze legde haar ongekamde vlasblonde haar als in een gedraaide knot in haar nek. De bladeren dwarrelden op een herfstdag door de tuin. Papa was vegen. Mama was binnen. En zij was nergens.

Labels:


11:15 PM //