Skip to content →

Karin Ramaker Posts

Boekenbal.

Het zou best wat zijn, het schrijverschap. Mooie woorden en zinnen waar mensen meteen een beeld bij zouden krijgen zodat een boek, een verhaal, ging leven. Zo ging leven dat het boek in een ruk uitgelezen zou worden. Met een uniek verhaal waar men jaloers op zou kunnen zijn. Niet alleen mooi maar ook hard en confronterend, maar zeker ook met vraagtekens en met een slotstuk waar de lezer van zou moeten peinzen. Peinzen uit allerlei emotie. Een boek dat erna trots de boekenkast in zou gaan. Met aan de zijkant de naam van de schrijver.
En dan uitgenodigd worden voor het boekenbal waar allerlei bekende mensen zouden rondlopen, al dan niet passend in je straatje, waar met serieuze blikken geluisterd zou worden naar schrijvers die al meerdere boeken op hun naam hadden staan.
Maar boekenbal, boekenbal, klonk zo oubollig in de oren. Alsof alle mannen sigaren rokend, met een likeurtje in de hand, ja-knikkend en peinzend luisterden naar wat de andere belangrijke schrijver te melden had. Groepjes van schrijvers. In elke hoek een groepje waar met een harde uithalen om elkaars anekdotes gelachen werd. Met Martin Bril aan de bar, met zijn wilde haar en een peuk in zijn mond. Zat zijn kasjmere overhemd nog wel recht? En Connie Palmen zou de weg kwijt zijn.
Niks geen vette DJ, scherpe flikkerlichten van discolampen en foute seventies muziek. Meer violen en piano’s. Klassiek. Of Lee Towers voor de verandering.
En dan de klapper op de vuurpijl; het nieuwe leesteken. Het leesteken van de ironie. Alsof de schrijver, de uitmuntende schrijver, niet zelf de alinea zo schrijven kon dat de ironie eraf droop bij de opbouw, het midden en het zaligmakende slot. Een belediging des schrijver! De ironie zou verteld en geschreven in plaats van een eenvoudig leesteken te plaatsen!
De rode lipstick tuitende lippen van de vrouwelijke schrijvers, nee, geen schrijfsters, nipten van de glazen wijn. Nee, bruisende rosé was uit.
Met heel laat in de avond gegiechel.
“Zeg, ik ga even het toilet opzoeken. Mijn tepel moet weer afgeplakt.”

Leave a Comment

Dun.

Mijn lichaam
Gewichtloos
De botten
steken door mijn vlees
Witte porselein
Rood en blauwe aderen
gemerkt als een wegenkaart
Van hoofd naar teen
en weer terug
Bloed pompend
Hart bonkend
Ik leef nog …

mei 2005

Leave a Comment

Anne was niet haar naam.

Middenin de nacht, toen hij op zijn eigen helft lag, gevouwen op zijn zij, maakte zij zich los uit een wirwar van haren en wreef over haar wangen, voorhoofd en knipperde met haar ogen voordat ze de neonverlichting vaag zag schijnen in het donker. De wekker sloeg net een minuutje over. Het was drie uur drie-en-dertig.
In de vage duisternis hoorde zij langzame, licht bedwelmende zacht uitgesproken woorden. Een murmering van losse woorden; gemompel in de nacht.
Ze spitste haar oren, keek achterom en luisterde. Hij sprak in zijn slaap dolende woorden. Onsamenhangend en bijna onverstaanbaar.
Niet helemaal onverstaanbaar. Hij noemde een naam. Meerdere malen noemde hij een naam. Als in een hunkering. Als in een troosteloze afscheid. Hij leek te smeken. Te vragen. “Anne?” fluisterde hij.
“Anne.”
Met een zucht legde zij haar hoofd weer op een wang, duwde ze haar dekbed strak om zich heen en sloot haar ogen. Ze liet tranen over haar neus op het laken vallen. En zij huilde.
Want Anne was niet haar naam.

Leave a Comment

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten