Skip to content →

Karin Ramaker Posts

Ik ging trouwen met iemand die ik niet kende.

Ik zat met haar koffie te drinken aan een lange tafel ’s morgens vroeg. Iemand die ik niet kende maar die behoefte had aan een gesprek.

‘Ik was twintig toen ik trouwde. In Nederland was een man die mij in een film… video zag van een feest. Hij zag me dansen en zei: is goed. Toen kwam ik naar Nederland en ging trouwen. Ik ging trouwen met iemand die ik niet kende. ‘

‘Je kende hem niet?’

Ze schudde haar hoofd. Ze lachte erbij. Ik moest dit even verwerken merkte ik en bleef stil.

‘En meteen een dochter gekregen erna.’

Ze vertelde over de taal. Over inburgeren.

‘Ik ben Nederlandse. Ik ben geen vluchteling.’

Dat wilde ze een paar keer benadrukken.

‘Ik heb vijf maanden cursus gedaan. Ik leerde over Nederland.’

Ze sprak best goed Nederlands inderdaad. Ze vond Nederlands een moeilijke taal.

‘Bijvoorbeeld, in Nederlands zeg je hallo maar in Arabisch Salaam Aleikum.’

Ze begon hard te lachen. Hallo was zoveel korter dan Salaam Aleikum. Ik knikte en glimlachte. Misschien was dat ook wel Nederlands. Als het kort en krachtig kan doen we het zo. Zeggen we het zo.

Ze had geen vriendinnen. Dat miste ze zo. Ze was toen ze net studeerde op de universiteit weggehaald om naar die onbekende man te gaan in Nederland. Ze had nog geluk, zo zei ze. De andere meisjes waren soms twaalf als ze een man ontmoetten om te trouwen. Of ze kregen te horen dat ze gingen trouwen en wisten niet eens met wie. De man in kwestie, vaak jaren ouder, had hun foto gezien en ja gezegd.

We dronken koffie. Twee mensen die in dezelfde wereld voortbewogen met zulke andere levenstrajecten. Ik zou willen dat dit niet meer hoefde. Dat de vrouw niet werd verteld wie haar man zou worden. Dat ze zelf mocht kiezen wat ze zou doen. Of niet doen.

‘Wat jammer dat je de universiteit niet kon afmaken.’ mompelde ik. Maar ik vond eigenlijk nog zoveel meer jammer.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

One Comment

Een pleidooi voor het gewone verhaal.

‘De echte verhalen worden amper verteld.’ Ik knikte. ‘Sorry, stoor ik je?’ Ze was een pleidooi aan het houden voor het ‘gewone’ verhaal. De gewone mens achter het verhaal. ‘We willen allemaal slecht nieuws, maar de mooie verhalen zijn dichterbij dan je denkt. Het is jammer en schandelijk eigenlijk dat nieuws niet inspeelt op het gewone verhaal.’ Ik was bezig om een tekst online te zetten. ‘Wil je thee? Ik heb groene thee, wil je dat?’ Ik knikte nogmaals. ‘Als ik je stoor, moet je het zeggen hoor.’ Maar ze stoorde me niet. ‘Het staat erop.’ zei ik en leunde achterover. Er liep een dikke kat heen en weer. Ik wist niet of het een hij of een zij was. Ik zag alleen dat de kat minder moest eten. De kat leunde tegen mijn sjaal die naar beneden hing net boven de grond. ‘Kom maar hier met je sjaal. Ze gaat eraan trekken met die scherpe nagels.’
Ik vond katten prima van een afstand. Er werd een porseleinen kopje voor me neergezet. Ik dronk de thee meteen op.

‘Dat is dus waarom ik dit wil doorzetten. Ik wil die interviews gewoon blijven doen. Het is belangrijk, het verhaal.’ Ik begreep het volkomen. De afgelopen week las ik berichten over mensen en situaties in de krant waar ik me helemaal suf over piekerde. Of in ieder geval nadacht. Fantaseerde, want ik wist de details niet. Een vermissing. Een onverwacht gewonnen prijs. De sloop van een huis waar iemand al meer dan dertig jaar gewoond had. Menselijke emoties.

‘Ik las vorige week een heel klein boekje. Het ging over een botsing op het spoor en wat er gebeurde toen die trein tyfoneerde* en meters verder tot stilstand kwam en de machinist wist dat het te laat was. Al die mensen die elkaar niet kenden maar door zo’n onverwacht moment leed deelden. Of ze nu wilden of niet. Dat het zo werkt. Dat door gebeurtenissen die bepalend zijn mensen ineens verbonden met elkaar zijn. Soms wisten ze het niet eens, totdat een journalist op onderzoek ging.
‘Ik wil zijn andere boek ook snel lezen. Over een been dat gevonden werd in de Ijssel.’ Ze vond dat ik vreemde interesses had. Maar ik vond het juist belangrijk om dat verhaal te lezen. Dat been hoorde bij een persoon.

‘Het lijkt maar een botsing met een trein of een been in de Ijssel maar daar zit een heel mensenleven aan vast. Een verhaal. Zo’n verhaal dat jij belangrijk vindt maar ik ook.’

Meteen dacht ik aan het nieuwsbericht van een politie agent die een reddingsoperatie hielp uitvoeren van een te water geraakte auto. De auto zonk al zo diep. Er zat nog een persoon vast. Ondertussen was de brandweer ook gearriveerd en de ambulance en er was ruimte nodig om te opereren. Er waren automobilisten die naar een afspraak moesten. Misschien een vergadering. Zij riepen verontwaardigd naar de hulpdiensten dat ze even opzij moesten gaan. Ze moesten erdoor! Wat zou er gebeuren als een journalist dezelfde dag aan de deur zou staan van zo’n ongeduldige automobilist om te vragen of hij het verhaal wilde vertellen van zijn ochtend die toch al niet zo denderend opschoot. Tussen neus en lippen zou de journalist melden dat de te water geraakte persoon aan de kant gehesen was, dat hij gereanimeerd was terwijl automobilisten luid stonden te toeteren maar het helaas niet gered had. ‘Maar hoe was uw afspraak ook alweer verlopen?’

En dat maakte dat ik bedacht dat het gewone verhaal helemaal niet bestaat.

* Het woord tyfoneren. Prachtig woord.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

One Comment

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten