Hoe is het mogelijk?

Lieve Q,

Papa geeft je het boekje. Een boekje dat – aan de vele omgevouwde hoeken te zien- al vaak gelezen is van Woezel en Pip en je begint uit jezelf het verhaal te vertellen bij de plaatjes. Al snel valt me iets op. Je vertelt letterlijk wat er geschreven staat bij elk plaatje. En niet een variabel deel ervan, nee alles, letterlijk. Alsof je het leest. Maar je kunt niet lezen. Je vertelt het aan de hand van het plaatje. Plaatje voor plaatje. Ik sta paf. Hoe is het mogelijk?

Ik ga in de vakkennis modus. Kinderen leren automatiseren. Ik had vroeger moeite met automatiseren, vooral bij het rekenen. Jij, lieve Q, hebt een ander hoofdje dan wij en dus is het frappant dat je, omdat je blijkbaar het verhaal hebt onthouden, woordelijk kunt herhalen waar het verhaal per plaatje over gaat. Het is blijkbaar ook geen toevalstreffer, je doet dit vaker. Hoe kan dat, lieve Q, hoe werkt jouw hoofd?

Ik breek er mijn eigen hersenen over. Ik zou er uitleg over willen. Hoe werkt onthouden in het brein? Ik zou willen weten hoe het werkt als sommige hersendelen niet meedoen omdat ze zijn verdwenen en een ander hersendeel taken overneemt en wat er gebeurt als jij een verhaaltje hoort en dit woordelijk kunt nazeggen omdat je naar het plaatje kijkt. Is dat een soort automatiseren of toch iets anders?

Ik vind het wederom wonderlijk, jouw hoofdje. Ik strijk er vaak over als ik bij je ben. Niet alleen omdat je mooie haren hebt, maar ook om wat er in je hoofd is. En soms is je hoofd een chaos en hoop ik toch echt dat er een oplossing komt om die chaos in bedwang te krijgen. En soms is er die wonderlijke knapheid, waar ik helemaal niets van begrijp. Lieve Q, gisteren kuste ik jouw lieve hoofd. Ik vind je een prachtig kind en je kunt heel mooi uit Woezel en Pip voorlezen.

Lees meer brieven aan Q.

Gekke schoenen.

Vorige week liep ik de buurkinderen naar school. Dat was een eenmalige actie, ze gaan normaal gesproken met hun ouders maar deze keer hadden zij afspraken. We liepen langs de weg en kletsten over van alles en nog wat tot het zusje ineens zei: ‘Hij heeft gekke schoenen hè?’ Ze wees naar haar oudere broer waarvan een schoen behoorlijk opgehoogd was.

Hij droeg best stoere schoenen, sneakermodel. Vroeger vielen die aangepaste schoenen meteen op. Niet omdat ze aangepast waren per se, maar omdat ze lelijke modellen hadden.

‘Ik vind het geen gekke schoenen eigenlijk.’ Redeneerde ik. ‘Ik ken er meer die opgehoogde schoenen dragen. Deze vind ik best stoer.’ Het broertje, dat voor ons liep, draaide zich om terwijl ik mijn schouders ophaalde en glunderde. Het zusje keek me perplex aan.

Armoe.

Er vroeg iemand te kijken naar een foto van een wolk. Een wolk zoals er zovelen in de lucht voorbij kunnen zweven. Ze vroeg wat men erin zag. Ik zag het meteen. Er waren mensen die zeiden: ‘Ik zie niets!’ Dat zette me aan het denken. Hoe kan het dat sommige mensen als vanzelfsprekend een voorwerp, een gezicht, een dier, iets zien en kunnen fantaseren en andere mensen niets zien? Wat een armoe, dacht ik. Wat ben ik rijk, dacht ik ook.

Mijn wereld is dus niet de wereld van iemand anders. Niet iedereen denkt dus zoals ik. Als ik een situatie zie associeer ik er als vanzelf een heel verhaal bij, of het nu kan of niet kan. Een wolk zien in de lucht is voor mij niet gewoon een wolk. Het dramatische besef kwam jaren geleden toen ik in de gang stond tijdens mijn werk als pedagogisch medewerker en een thematafel aan het knutselen was. Het was tijd voor thema zee of zomer of zo, en er waren geen watten voorhanden. Ik nam een luier, draaide hem binnenstebuiten en hing de luier aan een draad op aan het plafond. Mijn collega liep voorbij naar de keuken en zuchtte onderweg: ‘Je kunt ook te ver gaan hè?’ Aan dit moment, dit verhaal, denk ik nog vaak.

Vorige week at ik nogal aangebrande saté op een buurtfeestje. Ik had honger dus ik at het meeste ervan op. ‘Misschien sta ik morgen wel in de krant als de eerste buurtfestivaldode.’ Zei ik gekscherend. Mijn tafelgenoot fronste zijn wenkbrauwen. ‘Heb jij dat nooit, dat er iets gebeurt en je er meteen iets bij associeert?’ Hij dacht even na en zei serieus: ‘Ehm, nee.’

Mijn wereld, mijn manier van zien en denken is blijkbaar niet zoals anderen de wereld zien. Ik ben blij dat ik in die ene wolk de lamp van Alladin zag. Ik zie momenteel nog meerdere wolken voorbij zweven, allemaal mensen op hun rug die naar boven kijken. Voor mij is het de normaalste zaak van de wereld. En de vraag blijft, is het armoe of niet? Zou ik willen ruilen? Absoluut nooit!

Tijd zat.

In de boekwinkel van de week waar ik mijn agenda kocht stond een stagiair achter de kassa. Ik vroeg of ik een gedeelte cash mocht betalen en de rest via pin. ‘Anders heb ik de hele tijd dat geldbedrag in mijn portemonnee. Dat vind ik irritant.’ Je hoorde haar hersenen kraken. Hoe ging ze dit doen. ‘Eh, ja, dan moet ik eerst een bon. Nee, geen bon. Eh, ik zal eerst … Ik weet eigenlijk niet hoe het werkt met cash en pin. Ik denk dat ik er iemand bij moet halen.’ Ze rende bijna van de kassa weg om gehaast achter zich te roepen: ‘Ik ben zo terug hoor!’ Ik wuifde het weg. ‘Geen haast. Ik heb tijd zat!’ Ze stopte en keek achterom. ‘Huh? Zat? Je bedoelt genoeg?’ Even keek ik haar verbaasd aan. Was ik nou gek? Tijd zat hebben is toch een normale uitdrukking om aan te geven dat je voldoende tijd hebt om bezig te zijn met stagiaires die niet weten hoe ze een bon moeten maken van een geldbedrag met gedeelte cash en gedeelte pin en dit gaan navragen?

Toen ik thuiskwam brak ík er mijn hersenen over. Was het dialect? Nee toch? Iedereen heeft toch weleens tijd zat? (Met de bon kwam het na een hele lange uitleg van de boekverkoper aan de stagiair helemaal goed. Ik kreeg gratis inzage in het kassasysteem en ondertussen de laatste feitjes over een spencer van speciaal gebreide wol die ze droeg over een t-shirt heen met F#$@!&$ zevenentwintig graden.)

Denken met de hand.

Denken mit der hand.’ staat er op de verpakking van de nieuwe Leuchtturm1917 agenda. Ik kijk naar alle kleuren agenda’s in de winkel. Jaren geleden kocht ik de zwarte klassieke agenda, daarna de kleur petrol en vorig jaar fuchsia roze. Het is tijd voor rustig en natuurlijk groen. Ik kies deze kleur eigenlijk zonder nadenken. Na alle commotie van vorig jaar en begin dit jaar en de nasleep ervan ben ik toe aan nieuwe hoofdstukken, nieuwe weken en een nieuwe agenda.

Het is een heel ritueel geworden inmiddels. De afspraken die in de oude agenda staan worden overgeschreven in de nieuwe in een iets netter handschrift dan het afgeraffelde handschrift van ervoor. Lege bladzijdes, ik hou ervan, maar ze mogen op later tijdstip gevuld met leuke (werk)afspraken.

Ik las ergens dat de Russische schrijver Nabokov zijn teksten op systeemkaartjes schreef. Er is een periode geweest dat ik op gele post its schreef dus ik herken de methode om korte teksten op klein papier te krabbelen. Het heeft iets compacts en afgerond maar dat is niet altijd handig. Harry Mulisch schreef met een bepaalde vulpen op papier. ‘Ik schrijf een paar zinnen, verbeter ze, schrijf ze opnieuw. Dan haal ik er een streep door en begin opnieuw. Een woord bevalt me niet, ik streep het door, schrijf er een ander boven. En daarna: kijken, nog eens lezen, kijken.’ Als iemand ooit mijn agenda’s vindt zul je korte zinnen aantreffen op elke lege pagina naast de weekplanning. Met woorden, halve zinnen, dagboekfragmenten, herinneringen, dromen die ik opschreef en probeerde te ontrafelen. Ook doorgekraste zinnen, genealogische notities, andere notities en in de afgelopen agenda veel berekeningen. Wie weet wat er in mijn nieuwe agenda geschreven en gekrast gaat worden.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten