Skip to content →

Karin Ramaker Posts

Ik vroeg me af of ik hier mocht lopen.

Gisterenavond liep ik, in het donker, naar huis. De lucht trok eerst gele en toen oranje en even later paars roze strepen voordat het echt donker was. Alsof iemand met een dikke penseel over de lucht geschilderd had. En ik vroeg me af of ik hier mocht lopen. Alleen. In het donker. ’s Avonds. Was dat toegestaan? Kon dat wel? Was er iemand die eigenlijk vond dat het een domme actie was? ‘Je roept het wel een beetje op je af hè?’

Ik schudde die stem meteen van me af. Natuurlijk kon dat wel. Wat een kul! Natuurlijk mocht je, ook als vrouw, ’s avonds buiten lopen op weg naar huis want anderen hadden met hun tengels van je af te blijven! Al hingen de vlaggen aan mijn blote reet, dan nog bleef je van me af!
Ik was op weg naar huis. Ik pakte de sleutels om de deur te openen. Ik draaide de sleutel in het slot en de deur was open. Er waren mensen die dit niet meer konden nadoen.

Ik legde mijn tas weg, hing mijn jas op en ging even zitten op de bank. Ik vroeg me af wanneer iemand wel of niet een stoornis zou hebben. De afgelopen dagen schoot het woord stoornis me meerdere malen door het hoofd. ‘Iets dat stoort of gestoord is’. Een advocaat in een talkshow op tv benadrukte die avond hoe lastig het was om iemand, die niet wilde meewerken aan een psychiatrisch onderzoek, te veroordelen voor tbs. Ik liet deze gedachte even rustig over me heen gaan. Natuurlijk was het bij iedereen anders hoe hij iemand beoordeelde op wat gestoord gedrag was. Maar moest de rechter nou echt goed nadenken over iemand die op bizarre, perverse wijze twee minderjarige meiskes onder dwang misbruikt had en of dit wel of niet te zien als een stoornis? Mijn maag draaide er bijna van om toen ik mijn koffie wegzette. Het was een sadist.

Ik begreep het rechtssysteem niet. We haalden uitgeprocedeerde vluchtelingen met hun gezin met grof geweld uit een huis maar lieten gevangenen rustig over aan behandelaars die een ander idee hadden over behandelen. Hij kreeg vrijheden. Hij nam ze ook.

Een dag later is er iets veranderd. We zijn veranderd. We zijn wakker geschud.

Nu degenen nog die ons zoveel mogelijk zouden moeten beschermen. Het is namelijk de omgekeerde wereld om te zeggen dat we niet zomaar naar buiten mogen.
Dat we moeten oppassen. Dat we moeten omkijken.
Dat we niet mogen fietsen met onze haren in de wind.

Arm kind. …

3 Comments

Alles gaat gewoon door.

Als de Wereld,
de Aarde, draait,
sneller en sneller,
duizelt alles om mij heen.
Voelt het alsof
mijn maag zichzelf
zou willen kantelen.

Is de Alledaagse Dag,
een alledaagse dag,
maar klikt de diaprojector,
in mijn hoofd,
alle plaatsen verder weg.
Als Onderweg.

Alles gaat gewoon door.
Gewoon door.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Leave a Comment

Zomaar een week.

Het leek zomaar een week. Een week met veel regen. Wind. Wind die dwars door mijn lange jas leek te gaan. Het probeerde door ramen heen te gaan zo hard kletterde het. Ik zat in de trein naast een vrouw met twee jonge kinderen. Twee meisjes. Ze piepten als die eekhoorntjes in de chipmunkfilm, hoog en schel. ‘Jij mag hier niet aankomen!’ ‘Hou op!’ ‘Niet duwen!’ De moeder zat ernaast en tikte met felgroene nagels op haar telefoon. Stoïcijns.
Het klieren werd erger. De schelle stemmetjes werden hoger. De irritatie van andere reizigers duidelijker zichtbaar. En toen draaide de moeder zich naar haar kinderen toe en gaf de jongste een tik. ‘Is het nou afgelopen?’ Ik schrok. Het kind was stil. En toen begon het te huilen. Hard. ‘Jij mag mij geen au doen!’ snotterde ze.
Ze had gelijk.

Het leek op een gewone week. Zo eentje waarin jonge vrouwen besloten een fietstocht te gaan maken en mensen zich verbaasden dat jonge vrouwen lange fietstochten gingen maken. Ik verbaasde me er niet over. Vroeger liep ik lange wandelroutes. Zomaar. Om er uit te zijn. Frisse neus. Wind door de haren en de wind door mijn gedachten. Maar het was in dit geval geen gewone week. De jonge vrouw die een lange fietstocht maakte regende zich nat en verdween. Zomaar. Weg.
Ik volgde de twitterstream en besloot even te stoppen. De reacties op elkaar werden steeds onvriendelijker, grimmiger en kwader. De complottheorieën waren ook niet van de lucht. Ook de media dook er boven op. Met live beelden. Ik klikte weg. Het zou je eigen familielid maar zijn naar wie men op zoek was.

Ondertussen ging ik maar naar mijn bed en hoorde de regen tikken tegen de ramen. Het zou daar ergens een koude nacht worden.

Jij mag mij geen au doen. Ik hoorde het nog lang echoën in mijn hoofd.

One Comment