Allesbehalve happy.

Er kwamen stakers de tram in. Ze moesten vervoerd worden naar andere bestemmingen. En omdat de juffen en meesters staakten waren er ook hordes ouders met kinderen onderweg met tassen vol speelgoed en andere aangekochte spullen. De kinderen hielden ballonnen vast van de McDonalds en hun moeders droegen de Happy Meals maar voelden zich allesbehalve happy.
‘Mama, ik heb het zo warm!’ klaagde een kind en begon zijn jas uit te doen midden in de overvolle tram.
‘Nee schat, je kunt nu niet je jas uitdoen. We moeten er zo uit. Als je je jas uitdoet moet je hem weer aandoen omdat we naar buiten gaan.’
Het leek me een plausibele uitleg.
Het zusje zat ondertussen met haar oranje ballon in het gezicht van een andere passagier. De vrouw deed me denken aan Merel Larooi uit Oogappels. Een lange vrouw met mooie manteljas en leren koffer, op weg naar een advocatenkantoor, maar zwaar geïrriteerd inmiddels omdat ze rustig een zakelijk telefoongesprek wilde houden maar die ballon telkens moest afweren.
‘Mama, ik heb het warm!’
‘Nee schat, je kunt nu niet je jas uitdoen. We moeten er zo uit. Als je je jas uitdoet moet je hem weer aandoen omdat we snel naar buiten gaan.’
We waren inmiddels voorbij het centraal station.
‘We moeten nog twee haltes, hou je jas maar aan.’
Het kereltje luisterde niet. Zijn rits ging alweer naar beneden.
‘Nee schat, je kunt nu niet je jas uitdoen. We moeten er zo uit. Als je je jas uitdoet moet je hem weer aandoen omdat we naar buiten gaan.’
Ik had bewondering voor de uitleg en het geduld van moeder. Ze legde geduldig uit waarom haar zoon zijn jas niet mocht uitdoen in die overvolle tram. En ja, het was ook warm in de tram. Zeker omdat iedereen tegen elkaar aan stond te duwen.
‘Mamaaaa!’
Maar ik had er inmiddels ook begrip voor gehad als moeder had uitgeroepen:
‘Wat had ik nou net gezegd? Dat je je jas moet aan laten! Ik ben toch zeker Gekke Henkie niet!’
Ze moesten eruit. Moeder pakte haar Happy Meals, tassen en zoon en liep naar voren. Het zusje stond in het tussenpad en keek in paniek om zich heen.
‘Mama, ik ben mijn ballon kwijt!’
En begon keihard te brullen.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Goed proeven.

‘Waarom moet ik langzaam eten?’
‘Niet per sé langzaam maar minder snel als dat je nu doet.’
Hij propte weer een stuk appel naar binnen. De andere was net fijngekauwd en amper doorgeslikt.
Hij had haast. Hij wist zelf niet waarom eigenlijk of waardoor die haast kwam.
Ooit zei een masseur tegen mij dat snel lopen, wat ik geneigd ben te doen, of snel fietsen mij de toegang ontzegde om verder te kijken. Als je eenmaal snel bent, met alles, dan gaat er veel aan je voorbij. Ik probeerde, tot ergernis en frustratie, minder snel te wandelen.
‘Niet proppen.’ zei ik meer dan eens tegen de kinderen waarbij ik middagen doorbracht.
‘Als je langzamer eet proef je echt wat je eet. Je wilt toch goed proeven?’
Ik herinnerde me een kind dat met zijn ogen dicht een hap eten in zijn mond nam, overdreven ging kauwen en heel hard ‘Mmmmm!’ mompelde. Later was dat meer een gewenning geworden en at hij echt een stuk rustiger.
‘Als je langzamer eet geniet je ook meer van wat je in je mond gestopt hebt.’
‘Hap slik weg!’ riep hij.
Ja, anders was het hap slik weg.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Nu al buikpijn van.

Ik ga zo meteen naar de kapper. De laatste keer dat ik ging was twee en een halve maand geleden, daags voor kerst. Het was tot mijn verbazing vrij makkelijk om een afspraak te maken daags voor kerst. Ik vertelde de kapper, die aan me vroeg wat de bedoeling was, of ze mijn haar een beetje korter wilde knippen. Normaliter had ik een Duh-huh kunnen verwachten maar hij bleef uit. Het ging er, zo zag ik later pas, ook niet om dat het een beetje korter moest. Het ging erom dat het woord ‘beetje’ een vrij ruim en vrij vaag begrip was. Ik ga niet voor niets nu pas, na twee en een halve maand, weer naar de kapper (met een ingeprente notitie in mijn hoofd).

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Zonder weerstand.

Juffrouw Nederlands had wat suggesties gegeven aan een leerling die liever nog geen boek wilde aanraken. Arthur Japin. Een schitterend gebrek. Bovendien had deze leerling een schijthekel aan geschiedenis en dit boek speelt zich niet af in deze moderne tijd. Ik vond dat een vreemd advies. We horen overal dat kinderen steeds minder lezen terwijl het zo belangrijk is dat zij lezen. Door het lezen van een verhaal dat niet de jouwe is leer je over andere karakters en wat hun beweegredenen zijn. Ik gaf het boek Mama Tandoori van Ernest van der Kwast aan haar. ‘Hier, een vermakelijk boek. Je gaat hierom lachen.’ Voor mij was het even belangrijker dat ze de bladzijdes zonder weerstand ging omslaan. Later kreeg ik een appje. Ze had het binnen twee dagen uitgelezen. Of ik nog meer suggesties had. Ik liep naar mijn boekenkast. Ik haalde Verhaal uit de stad Damsko eruit van Hassan Bahara. Het verhaal gaat in een notendop over een zeventienjarige jongen in Amsterdam die het moeilijk heeft.
‘Waarom doet hij nou zo?’ reageerde ze na een paar dagen. Ze werd er een beetje gefrustreerd van. ‘Hij zegt bijna niets. Alleen als hem iets gevraagd wordt zegt hij wat.’ Ze wilde begrijpen wat hij voelde. Ja, dat is dus de essentie van een boek lezen, dacht ik.
Een schitterend gebrek is toch opengeslagen nadat die andere boeken gelezen waren. Misschien raakt dit verhaal ook een snaar. In ieder geval slaat ze de bladzijdes zonder weerstand om. Dat geeft mij weer een gelukkig gevoel.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten