Ezelsoren.

Lang geleden sprak ik iemand die het vervloekte dat er ezelsoren in haar boek zaten. Ze wilde de bladzijdes ‘normaal’ houden. Zonder rimpels. Geen plooi. Niets. ‘Dat hoort niet in een boek.’ zei ze resoluut.

Ik keek naar mijn eigen boek. Een hardcover met mooie omslag. In dat boek zaten om de zoveel bladzijdes plooien. Er zaten, als ik het boek moest sluiten, ezelsoren in. Dat deed ik expres.

Als ik mijn boek in een tas stopte en de boeklezer eruit viel, wist ik niet meer waar ik gebleven was. Dan kon ik alle bladzijdes in sneltreinvaart gaan teruglezen tot aan de pagina waar ik geëindigd was. Ik legde een ezelsoor in mijn boek. Dat vond ik wel zo horen. Dat hoorde zo omdat dit het ultieme bewijs was dat het boek gelezen werd.

En heel soms was er geen doorkomen aan. Ergens in het midden stokte het verhaal, stokte het ezelsoor ook. Mijn ongeschreven regel was lezen tot het verhaal uit was. Heel soms, als het echt niet lukte, sloot ik het boek. Met pijn in het hart.
Een boek was er om helemaal gelezen te worden. Met of zonder ezelsoor. (Het liefst met.)

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

We trokken aan de bel.

Gisterenavond zat ik klaar voor een webinar. Met mijn hoofdtelefoon op wachtte ik op de inleiding en het hoofdprogramma. De dame die alles aan elkaar moest praten verdween soms uit beeld. Als ze wel in beeld was haperden haar woorden. In de chat werd er een beetje gemopperd. ‘We kunnen het niet verstaan.’ ‘Misschien moeten we gewoon het filmpje maar gaan bekijken?’ opperde iemand. Dat werd de oplossing. Het filmpje begon met een nieuwsbericht van jaren geleden. Ik begon te lezen nadat ik al huiverde bij de kop van het nieuwsbericht. Het ging over ernstige kindermishandeling. Voor het meisje in het krantenartikel was alle hulp te laat. De vraag was zelfs of men in haar omgeving wel voldoende gehandeld had. Nou ja, niet dus, het meisje werd dood gevonden in een kofferbak. Mijn maag draaide zich half om. Teveel stilstaan bij dit soort nieuws moest ik niet willen. En toch ging het webinar over meldcode kindermishandeling.

En ik dacht aan een paar kinderen van vroeger. Ze speelden bij mij op de groep. Ze waren allemaal op hun eigen manier uniek. Ze vertoonden onzichtbare scheurtjes. Ze waren allemaal op verschillende manieren beschadigd. We praatten erover op onze groep met collega’s. Het stuitte me toen al tegen de borst hoezeer iedereen bezig was hun eigen hachje te redden. Of ze zagen het niet. Verantwoordelijkheid nemen is nogal een dingetje. Want wat nou als we het verkeerd gezien hadden? Wat nou als de ouders kwaad zouden worden? Wat nou als er een heleboel herrie van kwam? Maar na het observeren waren er telkens terugkerende scheurtjes en die scheurtjes werden groter.

Ik dacht aan S. Dat jongetje uit Roemenië met de ondeugende ogen. Hij werd gruwelijk verwend met speelgoed, kwam op een op afstand bediende auto het kinderdagverblijf binnen. Maar hij snakte naar liefde. Hij kreeg alleen maar kritiek. Het was allemaal fout of niet goed genoeg. Wij complimenteerden hem met een duim of gaven hem een knuffel. Dan glinsterden zijn ogen.

Ik dacht aan Z. Het meisje kwam bij ons en had ondergewicht. Moeder was al bij diverse artsen geweest maar haar idee dat ze aan allerlei allergieën leed leken toch niet te kloppen. Er klopten wel meer dingen niet. Z. kreeg een achterstand in haar ontwikkeling. Toen ze pas bij ons kwam rende ze schichtig door de groep. Ze maakte geen oogcontact en ze was moeilijk te bereiken. We leerden dat moeder psychische problemen had. Z. was veel ziek. We mochten haar geen eigen voeding geven alleen wat zij had meegebracht. Dat lustte Z. niet. We trokken aan de bel. Moeder had de ene vriend nog niet het huis uit gezet of de volgende diende zich aan. Management zou het overnemen. Daarna nam ik afscheid op de groep. Ik heb nog een foto met mij en Z. samen. Hoe zou het nu met haar gaan?

En A. Ze wachtte altijd tot ik de lampen uitdeed zodat ze wel naar huis moest. Al bij de eerste ontmoeting bespeurde ik dat er wat was. Ze had vieze onderbroeken. Ze had vaak buikpijn en kreeg medicatie tegen blaasontsteking. Ze speelde veel alleen. Ze was kwetsbaar en iel. Met haar grote blauwe ogen en krullend blond haar was ze een opvallende verschijning. Ik besprak mijn bevindingen met mijn collega’s. Ze hadden niets bijzonders ontdekt. Ik besloot het even aan te kijken. Misschien had ik het mis.
Maar toen het winter werd kwam ze naar de buitenschoolse opvang in veel te dunne kleding. Ze lag op de bank en zag er wit uit. En dan sleepte ze zich maar weer naar huis. Ik hoorde van mensen uit de buurt dat ze ’s avonds voor een gesloten deur stond te wachten in de kou. Na een aantal gesprekken met management besloot ik het AMK (veilig thuis) te bellen. Ik schrok toen pas wat ik aan signalen op mijn lijst had staan. De vrouw aan de lijn mocht het eigenlijk niet zeggen maar ik was niet de enige die een melding had gedaan. Ook de buren, school en de huisarts hadden over dit meisje gebeld. Na een moeizaam gesprek met vader kwam A. opeens niet meer naar de groep. Ze waren hals over kop vertrokken naar een onbekend gebied in het buitenland.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

De woorden van Wende.

Terwijl de bassen langs mijn rug en door mijn longen gleden luisterde ik naar de woorden van Wende. De woorden van Wende die ze in het Paard zong. Hard, zacht en dan weer fluisterend. ‘Voor alles altijd bang geweest’. Joost Zwagerman schreef het ooit en zij zette het op muziek.
‘Voor alles altijd bang geweest, maar niet voor jou.’ Het was niet genoeg want ook al was hij er zo op tegen (‘het is een no-go area), zijn eigen vader deed een poging, hij ontnam zijn eigen leven ergens in 2015 (zo lang geleden alweer?) toen de herfst nog net niet begonnen was. Ik weet nog hoe geschokt ik was omdat hij altijd riep dat het niet mocht en hij het toen wel deed.

Wende zong niet gewoon wat liedjes. Ze sprak ons allemaal aan. Ze keek direct naar haar publiek, lachte soms en die lach gleed meteen weer weg. Ze vertelde verhalen. Poëzie in muziekvorm. Geen nuances, geen omwegen maar onomwonden.

In de donkerte rechts voor me stond een stelletje. De man was een kop groter dan zij. Hij vond haar lief, kuste haar nek en wangen en de zijkant van haar hoofd, haar haren. Ondertussen kauwgom kauwend. Terwijl Wende verder zong, rauw en meeslepend, deed de man zijn hoofd weer omhoog en hing er een pluk haar in zijn mond.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.