ER VIEL EEN BAKJE,

op mijn hand. Bij het kinderdagverblijf hebben alle kinderen een eigen ‘bakje’. Daarin leggen ’s morgens de ouders een pyjama in en het allerbelangrijkste: een knuffel en/of speen.

De bakjes zijn zwaar. Sommige ouders proppen er hele rugzakjes in. Ik wilde een bakje uit de muur halen, zoals bij Kees Kroket, maar de bak viel scheef waardoor ik niet op tijd de bak pakken kon, met nog een kind op mijn schoot.

‘Hola!” riep ik, terwijl ik vliegensvlug S (2 jr) vastpakte en op hetzelfde moment de bak wilde grijpen. De bak viel bovenop mijn hand.

Er waren nu beroepenweken. Leidsters deden ‘groot werk’ vertelde T (3,5 jr) ooit, maar nu moest ik echt naar de dokter.
Dokter W (3 jr) nam een verband en begon het om mijn hand te wikkelen.
Maar ik ben links en ik kon met links niets meer doen, ook niet met kinderen spelen, knuffelen, eten, drinken.

‘Ik doe het verband maar even af, oke?’ vroeg ik aan S. (2 jr)
Hij bekeek mijn hand. Het was dik en een beetje paarsblauw.
‘Tusje optoen.’ vertelde hij.
Hij leunde voorover en zette twee met besmeurde yoghurtlippen op mijn blauwe-plek-hand.
‘Nou oveh?’ vroeg ie toen.

EN IK HAD NOG ZO GEDACHT,

om op deze fijne avond met een dekentje op de bank, met m’n ugg(ly)sloffen te genieten van een fijn tv avondje, met een kaarsje, wijntje en een blokje jonge Goudse.

Maar ik moest een flesje openen. Normaal kocht ik flessen met dop. Deze keer betrof het een kurk. Waar ik geen Goudse van gegeten had (nog). Ik friemelde met de kurkentrekker en begon eraan te trekken.

Het was net als een telefoonmoment, waarin ik een man ooit vroeg om alsjeblieft die spin op de muur weg te halen. Waarop de man in kwestie droogjes reageerde door te zeggen
dat ik dat beest maar moest opzuigen, en ik in lichte paniek opperde dat het spinnenlijf gewoon niet door de slang heen kon.

Hij vond dat ik overdreef.

Maar de kurk kwam niet uit de fles. Gewoon helemaal niet. Ik had dan wel kippenkracht, maar ik kon toch zekers wel een fles ontkurken? zo stelde broerlief door de telefoon. Alsof ik dacht dat hij even naar mij toe zou karren om een flesje wijn te openen.

“Dit is mannenwerk. Hoor!” riep ik geirriteerd door de telefoon.

Ik probeerde het nog eenmaal. Dat was tevens de ‘maal’ dat de kurk met een *plop* omhoog kwam en mij als in een waterval aan rode wijn besprong.

Ja, zelfs mijn Sweet Bastard was geheel gedoopt in rode wijn.

*Telt nu drie keer tot tien en puft een haarlok uit haar gezicht.*