Skip to content →

Karin Ramaker Posts

Zo licht als een veertje.

Mijn opa bakte altijd bijna zwarte oliebollen. Met krenten. Die waren ook bijna zwart. Er zat ook een beetje bier in het beslag verwerkt. Hij zat in het kleine keukentje met pannen en olie op het vuur. Soms wilde het beslag niet goed rijzen. Met natte theedoeken was hij dan in de weer. Mopperend. Wij riepen altijd dat de oliebollen zo lekker waren maar ik weet dat we hem niet wilden teleurstellen. Ze waren taai. Toen opa doodging is mijn moeder oliebollen gaan bakken. En sinds een aantal jaren bak ik ook elke oudjaarsdag oliebollen. Het leukste aan het bakken van oliebollen vind ik het keren van de oliebol in het vet. Ze maken namelijk zelf uit wanneer ze willen draaien. Als de onderkant goed is draaien ze om. Ik kan daarvan genieten. Vraag me niet wat daar nou het absoluut genot van is maar het is zo.

|||

De winterjas en ik zijn geen goede vrienden. Elke keer als ik er eentje moet aanschaffen raap ik mezelf op en sjok naar de winkels en word met het uur chagrijniger. Te groot. Afvallende schouders. Te groot. Veel te groot. Te zwaar. Te … lelijk. Laat maar, ik draag die zware, lompe jas van vorige jaren wel. Ik zeulde die jas mee op mijn rug. Een moetje. Goed tegen de kou en regen, dat wel, maar verder genoot ik er niet echt van. Totdat ik, tijdens het struinen op een kerstmarkt, bij een vintage winkeltje aan een rek de mooiste jas zag die ik ooit had gewild. Lichtblauwe met groene ruiten. Een jaren negentig model. Maar hij was veel te groot. Maar ik was verliefd geworden. Op een jas.
Een week later ging ik terug naar het winkeltje. Ik paste de jas. Hoewel nog steeds erg mooi en warm was hij niet voor mij gemaakt. Maat 46 ging ‘m niet worden. Ik verzoop erin. Ik nam afscheid van de mooie maar veel te zware, grote jas. Als ik een nieuwe winterjas wilde moest hij licht zijn. Vooral licht. Alsof de jas als een satijnen sjaal gedrapeerd lag op mijn schouders. Mijn ene schouder was al pijnlijk en ik moest binnenkort naar het ziekenhuis voor die schouder. Zo’n jas, zoals alles, moest licht veren en meedraaien met elke beweging die ik maakte. Ik ben niet iemand die van winkelen houd en dus was het volkomen onverwacht dat ik afgelopen weekend met een enorme tas een winkel uit wandelde. Een donkerblauwe winterjas. Zo licht als een veertje. Weg ballast. Weg zwaarte.

|||

Ik fietste jaren geleden naar huis toen Dickie, een erg naar en vervelend mannetje uit de buurt, een rotje mijn kant op gooide. Hij lachte erbij. Zijn gemene ogen werden spleetjes als hij lachte. Dat rotje belandde in mijn capuchon. Het ging niet af. Maar ik was zo woest dat ik op hem af liep en hem van zijn fiets duwde. Hij lag op de grond te vloeken. Zijn fiets tegen hem aan. Zijn ogen waren groot van woede. Ik reageerde zo heftig omdat ik geschrokken was. Dickie veroorzaakte wel vaker trammelant in de wijk. Ik vraag me vandaag ineens af hoe het hem vergaan is.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier. Ik wens iedereen een goed nieuwjaar toe!

One Comment

Met een gelovige een discussie voeren over het wel of niet bestaan van het hiernamaals is onbegonnen werk.

Met een gelovige een discussie voeren over het wel of niet bestaan van het hiernamaals is natuurlijk onbegonnen werk. ‘Alles is voor later.’ ‘Welke later?’ Het woord hiernamaals werd niet uitgesproken maar het ging over daar waar het allemaal goed en verlicht was. Ik kon de voor mij kromme beredenering vanuit andermans standpunt redelijk begrijpen maar tegelijkertijd begreep ik niet waarom men ‘spaarde’ voor later en het nu, vandaag en morgen niet belangrijk genoeg vond. Beknibbelen, ophopen en wegleggen.
Genot, plezier, de fijne tijdelijkheid van een diner of een cadeau werd gezien als verspilling en dat begreep ik niet. Ook al zou er een hiernamaals zijn was het toch zaak om nu zo goed mogelijk voor jezelf en anderen te zorgen? Bovendien kon je je cash niet uitgeven in de hemel.

En toen las ik op het Twitteraccount van de NOS dat die vriendelijke journalist Joost Karhof was overleden. Plotseling. Ineens. Poef, weg. Over. En maar vier jaar ouder dan ik. Een jaar jonger dan mijn vriend en even oud als sommige vrienden. ‘Dat leert ons dat we alles eruit moeten halen wat erin zit.’ mompelde ik. Vieren, genieten, elkaar zien en spreken en herinneringen maken. Maar ook dat was een lastige discussie met een gelovige die geloofde in een hiernamaals en alles spaarde voor na de dood.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

3 Comments

Kijk, ik kan dit. Goed hè, van mezelf.

De uitnodiging voor #mijnmoment kwam eigenlijk op een verkeerd moment. Meestal schrijf ik een stukje en weet meteen wat ik moet vertellen. Dit jaar buitelde ik over de vele kleine en grote momenten. Ik weet dat sommige uitgenodigden lichtjes smokkelen maar daar voelde ik me niet goed bij dus ik sloeg de uitnodiging af. Maar het moment van 2017 kwam dus afgelopen weekend. Mijn familie was op bezoek. Er werd gegeten en gedronken en gebabbeld en mijn verjaardag werd nog even gevierd.

Q was er ook. Hij was groter gegroeid, dat zag ik wel. Hij manoeuvreerde zich op zijn rug en buik langs de tafel en stoelen, schoof onderweg de ukelele op de steun bijna om en een plant en zette zich met zijn voeten fel af zodat hij een kwartslag draaide als een tol. Als hij het in zijn bol had draaide hij telkens een kwartslag rond en leek het alsof hij breakdancete. Hij rolde, schoof en bewoog met een snelheid waar je u tegen zei.
Het kind was niet moe te krijgen. Beter gezegd, hij was best wel moe maar hij zei ‘Nee! Nee!’ als we vroegen of hij niet moest slapen. Toen we in de avond zouden gaan eten gaf zijn moeder met een speciale tuitbeker wat water. Dat was onder andere in de weken ervoor geoefend met de specialisten in de St.Maartenschool. Ik zat tegenover hem en moedigde hem aan. Nog een slok. Dat is vier. Nog een slok. Dat is vijf. Na een korte pauze wilde hij nog een slok. En nog een. En we telden misschien wel elf slokken water. Het moment kwam toen hij ons aankeek en een hele brede glimlach op zijn gezicht kreeg. Hij keek naar mama, naar papa, naar oma en naar mij. Kijk, ik kan dit. Goed hè, van mezelf. Heb je het gezien? Ik dronk heel veel slokken water! Ik kan dat, heb je het gezien?

Het is goed af en toe om trots te zijn op wat je hebt gepresteerd. Ik ging dit heel goed onthouden.

Alle brieven aan Q staan hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

2 Comments

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten