Da’s pech.

Ik zag het voor me gebeuren. De ambulance reed niet eens zo snel op de weg naar de kruising en zette zijn licht alvast aan om af te slaan. Op het fietspad voor mij op een aantal meters afstand fietste een dame. Het was de hele week al slecht weer dus ik nam telkens het zekere voor het onzekere en droeg mijn regenpak. Overal lagen plassen water, er fietsten veel fietsers zonder spatborden achterop. Daar werd ik ook nat van. De dame voor me was een waaghals en reed in rap tempo op een e-bike voor me uit in een spijkerjack zonder verder enige regenbescherming.

De ambulance was denk ik op weg naar het ziekenhuis om de hoek. Hij leek een beetje af te remmen en reed bijna naast haar gescheiden door een stoeprand. En terwijl de wielen verder naar de stoeprand kwamen zag ik als in slow motion dat er zich een enorme plas water over de stoeprand vormde. De golf leek steeds hoger te worden, krulde langzaam om als een achtbaan op zijn top en kletste toen neer. De ambulance reed de bocht om, door het groene licht en verder. De dame was inmiddels afgestapt en stond naast haar fiets wezenloos voor zich uit te staren. Ze hield haar armen wijd langs haar lichaam, keek naar haar schoenen en bleef zo staan. Ik passeerde haar en wist niet wat te zeggen.
Langzaam keek ze op. Haar haren plakten tegen haar wangen en nek. Afstappen en een doekje aanreiken zou niets uithalen. ‘Da’s echt pech hè?’ murmelde ik en fietste door. Ik realiseerde me opeens hoe stom dat klonk.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Kunststrepen.

Lieve Q,

Ik dacht dat ik op de verjaardag was van papa en dat wij hem cadeaus zouden geven want dat hoort bij een verjaardag maar toen kreeg ík een cadeau! Samen hebben we het uitgepakt en wat zag ik? Een heus schilderij!

Op een groot vel had je mooie strepen gezet, puntjes gemaakt, cirkels getrokken en met verschillende kleuren gewerkt. Een bonte variatie van kleuren en strepen. Wat was ik trots. Tante Kah houdt heel erg van kleuren en tekenen en schilderen. Misschien begon ik ook rond jouw leeftijd en ik ben er niet meer mee gestopt! Tekenen vind ik ontspannend en het is altijd leuk om te zien wat een idee doet, of juist als je helemaal geen enkel idee hebt en toch begint en dat is precies wat jij ook had gedaan!

Even later hoorde ik dat het praten ook al een stuk beter gaat. Je vormt meerdere woorden bij elkaar en je spreekt de woorden goed uit. En als je in de gaten hebt dat je het eigenlijk wel goed doet ga je ze vaker zeggen. Ik zie dat je geniet van het uitspreken van je eigen woorden.

Lieve Q, tekenen is voor jou goed maar eigenlijk voor iedereen. Je creëert en maakt nieuwe dingen. Met een kleurpotlood kun je een leeg vel papier opeens vullen met prachtige kunststrepen en andere vormen. Ik ben superblij en trots dat ik een schilderij van jou heb gekregen. Hij staat in mijn werkkamer. Kijk maar!

Lees hier alle brieven aan Q.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Brandhaard.

Het vuurtje smeulde eerst. Knetterde. Vonkte wat. Maar ja, je weet wat er gebeurt met vonkjes en geknetter. Het is een voorteken, een Omen. En blijkbaar kan er geen stevige regenbui tegenop. Niets plakt, blijft liggen of gaat dood. Het is een onzichtbaar zwevend deeltje, het danst een dansje waar ik niet om kan lachen. In mijn kamer zit ik veilig. Ik tik een stukje, bel een afspraak af, geef de planten water, schrijf een notitie in mijn agenda anders vergeet ik het. Ik kijk naar de foto in het lijstje. Druppel oogdruppels in mijn ogen want na enige uren tikken zijn mijn ogen droog. Ik denk aan mijn werk waar ik naartoe moet straks. Ik fiets vanmiddag in de buitenlucht. De lucht is grauw, er zijn weinig mensen. Ik zou soms terug willen naar die bubbel, die veilige plek waar ik schreef en schilderde maar het betekende ook dat er geen bezoek mogelijk was. Ik wil nog naar die verjaardag en koffie-afspraak. Misschien wordt het weer uitgesteld, afgezegd. Kan ik weer niet naar het theater, de buurtwinkel, het restaurant. Want in deze regio is het vuurtje maximaal opgestookt. Het vonkt teveel en knettert te hard. Men heeft gedaan alsof het allemaal niet zo erg was, vergaten de Frontberichten en creëerden hun eigen bubbel. De bubbel van ontkenning, van het-valt-allemaal-reuze-mee en de complottheorieën. Angst doet rare dingen met een mens. En dus kijk ik een nieuwsbericht van regio Zuid Holland met een grote rode vlek. De brandhaard is hier, te midden van onze stad, onze wegen en buurten. Het zweeft via winkels, sportvelden en kroegen zo naar allerlei andere plekken. Het vonkt. Het knettert. En het vlamt.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Proberen te blijven staan.

In een schoenendoos lagen mijn middelbare schoolrapporten. Op een dun grijs velletje waren cijfers geschreven. Die cijfers, zag ik nu, waren niet eens heel slecht terwijl deze schooljaren in mijn beleving en herinnering dramatisch waren geweest. Op wiskunde, natuurkunde en af en toe economie na ging het best aardig, met een uitschieter voor Engels en tekenen.

Veel weet ik niet meer van die tijd, ik heb het verstopt denk ik, in breindelen waar ik niet bij kan of niet wil. Vage flashbacks naar de aula waar mijn leeftijdsgenoten in groepjes bij elkaar zaten of buiten rookten. Af en toe werd er een brugklasjochie in een container geduwd door derdejaars waar iedereen om moest lachen behalve ik. Er werd gelachen omdat ik stomme truien droeg of lelijke schoenen. Ik begreep het niet.
Ik slenterde langs lege paden en doolde in de gangen. Als de bel ging en iedereen de gangen opvulde liep ik mee, ontweek waar ik kon duwende schouders en ellebogen en probeerde ik te blijven staan want er werd weleens een pootje gelapt. Het scheen erbij te horen en men lachte het hardst als je op de koude tegelvloer viel.

Alles was strategie. Ik kiende uit waar ik zat, hoe ik zat, wanneer ik echt moest praten. Ik kiende uit waar de uitgang was, hoe ik moest lopen en wanneer ik juist wachtte. Als mijn jas in het toilet gevonden werd voelde het niet alsof ze mijn jas hadden weggegooid maar mij.
De klap tegen mijn keel, de fijngeknepen ogen die naar me keken terwijl ik hapte naar adem, was het snakken naar lucht die ik in dat schoolgebouw niet meer kreeg.
Thuis nam ik grote groene pillen omdat mijn maag opspeelde. Mijn hoofd bonkte soms uit mijn lichaam. Mijn fiets bleek weer kapot getrapt. Mijn jas moest opnieuw gewassen.

Ik keek naar mijn cijfers op het vieze grijze papiertje. Grijs was de juiste kleur om deze periode aan te merken. Eigenlijk ging het helemaal zo slecht nog niet. ‘Hou nog even vol,’ stond er aan de zijkant. Ik hield vol, ik had geen keus.

Week Tegen Pesten 2020 van 21 t/m 25 september.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Jonathan zeemeeuw.

De schrijver Richard Bach, waarvan ik ook The Bridge Across Forever heb gelezen en One, schreef ooit in 1972 Jonathan Livingston Zeemeeuw. Toen ik het boek leende in de bibliotheek wilde ik het eigenlijk niet terugbrengen. Ik vond dat ik dit verhaal in mijn boekenkast moest bewaren. Jaren later vroeg ik voor mijn verjaardag een eigen boek en die kreeg ik van mijn broer en schoonzus. Vandaag besloot ik het opnieuw te gaan lezen. Voor de zoveelste keer, omdat het zo’n prachtig universeel verhaal is.

Jonathan is niet zoals alle andere zeemeeuwen. Zij krijsen, vechten om voedsel en vliegen rechte stukken boven zee en land. Jonathan voelt zich beperkt en wil meer. Hij wil leren, hoger vliegen, ontdekken en verkennen. Hij wil verrast worden en uitdagingen aangaan, ook al raadt iedereen het af. Zijn vader zegt ook: ‘Je moet eerst denken aan voedsel zoeken en hoe je voedsel zoekt. Dat is belangrijk.’ Met andere woorden, doe nou maar waar je voor geboren bent, doe nou maar wat er van je verwacht wordt dan hoef je niet meer te proberen, laat alles maar zoals het is. Streef niet naar beter of anders. Waarom zou je? Je maakt het jezelf alleen maar moeilijk.

Jonathan wil eerst meedoen met De Vlucht, zijn meeuwengroep, maar al gauw merkt hij dat hij het gewoon niet kan. Hij wijkt af, gaat zijn eigen weg en vliegt hoger en hoger maar stort in zee. Eerst heeft hij spijt. Had hij maar geluisterd naar zijn ouders en meeuwen om hem heen. Maar dan weet hij dat hij moet oefenen. Hij probeert allerlei vliegkunsten en verbreekt zijn eigen record. Vol trots en weer gesterkt wil hij dit aan zijn groep meedelen maar ze vinden hem onverantwoordelijk en stoten hem uit de groep. Hij is gekrenkt, alleen en vliegt op eenzame hoogte en verlaat de Aarde.

In de Hemel vliegt hij steeds sneller, hoger en er zijn geen grenzen. Hij is vrij van zijn gedachten en onbeperkt. Hij vliegt boven zeeën, rotswanden en wolkendekens. Als hij neerstrijkt op het strand zijn er meeuwen, gelijkgestemden, bij hem. Ze denken hetzelfde, vliegen even hoog en snel. Jonathan begint te beseffen dat hij helemaal niet in de Hemel is. Tsjang, een wijze meeuw, glimlacht als hij ernaar vraagt. ‘Jij vliegt heel snel hè?’ Jonathan knikt. Hij houdt wel van snelheid. ‘De volmaakte snelheid,-‘ zegt hij ‘- is er zijn. Om zo snel te kunnen vliegen als een gedachte moet je beginnen met te denken dat je er al bent. En denk niet aan geloof. Je had geen geloof nodig om te kunnen vliegen, je hoefde alleen maar te begrijpen wat vliegen was. Blijf het proberen…de liefde.’ Dat waren de laatste woorden van Tsjang. Zijn vleugels worden witter en witter voordat hij verdwijnt.

Eenmaal terug op Aarde bij de Vlucht waar Jonathan ooit verbannen was, wil hij de meeuwen meegeven wat hij heeft gezien en gevoeld. Hij hoopt dat ze zullen luisteren maar twijfelt wel. Zijn vriend Simon weet het ook niet. Hoe kunnen deze meeuwen, die net boven de grond vliegen, krijsen en vechten om voedsel zien wat Jonathan ziet? Hij kan hen onmogelijk de Hemel laten zien vanaf de grond! En toch probeert hij het. Hij probeert net zo lang totdat de meeuwen het zien.

Want de meeuw die het hoogst vliegt, kijkt het verst.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.