Je hebt mensen en je hebt andere mensen.

‘Je hebt mensen en je hebt andere mensen.’ Het stond op een kartonnetje geschreven dat leunde in de hoek van een raamkozijn. Ik liep er langs maar vergat te fotograferen. Desondanks onthield ik de zin. Het was een goede samenvatting van de huidige tijd en dan heb ik het over mensen uit Afghanistan, uit Harskamp en andere mensen. In de trein vorige week zat een jong stel vriendinnen te keuvelen:

‘Ik koop gewoon een stuk of tien zwangerschapstesten. Je weet maar nooit!’ Ze schoot erna in de lach. ‘Ach, we zitten toch in Den Haag, daar kun je dit soort dingen gewoon zeggen.’ Er liep iemand voorbij en ze keken de persoon na. Even later vervolgde ze haar verhaal:

‘Ik zat vorige week in de tram, ‘s avonds laat, en er zaten twee oude mensen, ik schat vijf-en-zestig, en die waren dronken! Echt niet normaal! Dan denk ik bij mezelf, wat doe je dan met je leven?’

Een paar dagen later zat er een echtpaar met jong kind in de trein. ‘Dat is geen dubbeldekker, dat is een normale trein.’ legde de moeder geduldig uit. Het jongetje keek zijn moeder fronsend aan. ‘Wat is normaal?’ wilde hij weten. Zijn moeder verzuchtte. ‘Ja, dat is een goeie vraag. Wat is nog normaal?’

Je hebt mensen en je hebt andere mensen. Zo is het.

Meebuigen.

In de wachtkamer liet een man zijn vingerkootjes kraken. Het was hoorbaar, ik had de neiging mijn stoel anders neer te zetten maar ze zaten tussen rood en witte linten in verband met afstand houden. Een andere man kwam later binnen en had zich vergist in de tijd. Zijn afspraak was om kwart voor elf en het was nu kwart over tien. Hij verstond volgens mij niet eens wat de assistente zei en vroeg of hij mocht zitten. We wachtten allemaal daar in die kamer. Wachten op hulp, op advies, op een medicijn, op aandacht. De huisarts vroeg hoe het met me ging en ik wist even niet goed te zeggen of het goed ging. Wat was goed, in dit geheel? Dat besloot ik ook maar te zeggen. Dat het vreemd was dat anderen, familie, problemen ervoeren en ik er tussendoor kabbelde. Maar, zei de huisarts, je bent hier niet voor niets en dat was waar. ‘Het leven werkt, denk ik op die manier.’ mompelde de huisarts terwijl hij de injectiespuit prepareerde. De poeder moest gemengd worden met de substantie en dat moest op de juiste manier gebeuren anders loste het niet goed op. ‘Zodra jij weer op de rit bent gebeurt er weer iets om je heen waardoor je uit balans dreigt te raken. En het is dan belangrijk om te weten hoe je daarmee omgaat. Meebuigen is het, denk ik.’ Hij desinfecteerde mijn bovenarm. ‘Leven is meebuigen.’ Hij hield de naald bij mijn bovenarm. ‘Daar komt de prik.’ En hij zette de injectie.

Erin wrijven.

‘Zag jij niet die grote letters?’ ‘Op dat gebouw?’ ‘Daar reden we net langs.’ ‘Nee?’ ‘Wat raar. Je zei net dat je wel die Ekoplaza zag. Maar je zag niet die Oriental?’ ‘Niet? Oriental zat ernaast! Het stond met koeienletters op de gevel. Dat zag jij niet?’ ‘Vreemd hoor. Je zag wel de grote letters van de Ekoplaza?’ ‘Vreemd. Die letters waren verdomd groot hoor.’

Donkere wolken.

Lieve Q,

Wat gaat er om in jouw hoofdje. Dat hoofdje waar fantasie minder aanwezig is maar wel humor want je maakt nog steeds grapjes. Je bekeek vorige week een van je favoriete filmpjes van Lotte en Max met de gebarenmevrouw. Mama vroeg of Lotte en Max met de bus naar huis gingen maar je zei met de taxi en lachte hard. Je bent vaak vrolijk maar de donkere wolken hangen steeds vaker boven je hoofd. Dan ben je ongecontroleerd boos, woest eigenlijk. Je kunt heel hard slaan en schoppen. De bewegingen zijn zo abrupt en zo snel dat verzorgers je bijna niet kunnen ontwijken. Door de snelheid ben je ook sterk. Boos en teleurgesteld zijn kun je moeilijk loslaten. Je blijft er lang in hangen. Het wordt lastiger om je af te leiden. Je boosheid neemt het over. Het lijkt soms niet wie je bent.

Niet aangeboren hersenletsel is vreselijk als het je overkomt. De computer is permanent stuk en je kunt het niet repareren. Je moet ermee leren leven. Misschien dat medicatie helpt maar dat is een moeilijk en langdurig proces waarbij een juiste hoeveelheid goed moet worden afgemeten en gebruikt. En hoe zit het met je andere medicatie? Is daar iets mee aan de hand waardoor de buien verergeren? Alle nieuwe ontwikkelingen rondom je gedrag vind ik als tante, als degene die meekijkt en meeloopt best verdrietig. Maar als je steeds minder vrolijk kunt zijn en steeds meer boos bent is dit voor jou ook niet fijn.

Soms heb ik het gevoel dat je van me wegglijdt. Als je boos wordt om het aankleden, uitkleden, eten geven via de peg sonde, de boekjes niet meer leuk vindt om te lezen, het filmpje te snel klaar is, het wachten voor jou heel lang duurt, je naar huis wilt maar thuis naar de kindjes wilt, alles een aaneenschakeling is van opgekropte emoties, frustratie en overprikkeling en papa en mama vol spanning je kamer op lopen, krassen op hun wangen hebben of bang zijn om even iets anders te doen wordt het allemaal nijpender. Dan wordt er zelfs gesproken met de arts over ergens anders wonen. En dat doet zeer want je hoort bij ons.

Ik zou willen dat je hoofdje het zou doen. Dat er vlinders uit wegvliegen die je lichter laten zijn zodat er geen donkere wolken boven je hangen die alleen maar zorgen voor boze en woeste buien. Want je bent ook een lieverd, een zanger, een grappenmaker en een charmeur. Je bent een knappert en hebt een lieve lach, je bent ondeugend en zoveel meer. Je bent zóveel meer dan je boze buien. Je boze buien zijn de krassen op je computer. De database die ontregeld is. Het knopje dat niet meer werkt. Laten we hopen op een oplossing. Een oplossing die werkt voor iedereen maar vooral voor jou.

Lees hier alle brieven aan Q.