Het zou nooit meer hetzelfde zijn.

Vannacht, of was het vanochtend vroeg, werd ik wakker en staarde in het donker. Ik kon de contouren zien van mijn slaapkamer die zo vertrouwd aanvoelde. Alles was hetzelfde. De stoel stond er nog. De kast, het nachtkastje. Het vage eerste licht op de overloop.

Ineens zag ik een kinderkamer, in het donker, met de gordijnen half open in een open raam. De wind danste het gordijn zachtjes heen en weer in een verdere stilte. Er stond een bedje in die kamer. Het dekbed was onaangetast. Alle knuffels lagen naast elkaar. Eentje lag op de grond op een kleedje. Er lagen wat speelgoeddozen. Er stond een kast tegen de muur met boeken erin. En in die kinderkamer stonden een vader en een moeder. Hun schouders waren afgezakt. Ze stonden roerloos. Zwijgend. Wat viel er te zeggen.

Het zou nooit meer hetzelfde zijn. In dit bedje werd vanaf deze nacht niet meer geslapen. In vier bedjes werd niet meer geslapen. Rust zacht daar, waar daar ook is.

Vervloekte Prinsjesdag!

Gehoord in de tram:

‘Ik moest dus eergisteren naar het centrum om een trui terug te brengen. Het was de laatste dag dat ik kon ruilen of geld terug kon krijgen. Dus ik ging naar het centrum. Trams reden helemaal om. De chauffeur van een bus raadde me aan een stukje te lopen. Nu loop ik nog steeds kleine eindjes maar vroeger liep ik van huis naar het centrum. Ik ben niet meer de jongste! Dus ik kwam aan, was de hele straat afgesloten. De politie-agent raadde me aan om via een andere straat te lopen. Ik liep helemaal om. Drie keer raden wat er was! Juist! Ook afgesloten. Het hele centrum was afgesloten. Kon ik dus niet mijn trui terugbrengen! Nou, ik zal je zeggen, ik vervloekte die Prinsjesdag!

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Ik had het koud in de kerk.

Ik sta met mijn rode roos in de hand in een rij en ben een van de weinigen die een normale jurk schijnt te dragen. De meisjes uit mijn klas dragen trouwjurken. Hun jurk glijdt over de grond als we een stap naar voren doen. De kerk is koud en hol. Alles galmt. Ook het geluid van de man met de lange jurk die door de microfoon praat is hol.

Er zitten ouders in de houten banken. Sommige ouders laten een traantje. Ik weet niet wat ik hier doe maar het heeft te maken met toetreden tot iets. In de voorgaande weken moesten we telkens met de klas naar de kerk en zaten we veel te lang in de houten banken te luisteren naar iemand die ons vertelde over de communie maar ik vergat alles weer. Ik had het koud in de kerk. We stappen nog een paar keer naar voren. Voor mij geeft de priester de microfoon aan mijn klasgenootje zodat hij zijn naam kan zeggen. Ik ben bijna aan de beurt.

Ik vind mijn jurk mooi. Het heeft een lichtblauw ruitje en ik heb nieuwe schoenen gekregen die ook mooi zijn. Ik draag witte sokjes met een kanten randje. De rij schuift op en ik sta vooraan. De priester houdt de microfoon voor mijn neus. Ik kijk op. Hij vraagt mijn naam. Ik wil enthousiast mijn naam zeggen en leun voorover maar mijn voortand raakt de microfoon. De kerk is hol. Het geluid nog holler. Ik druip af.

Ik vul het online formulier in om me uit te schrijven bij de Rooms Katholieke Kerk Nederland. Niet om een speciale aanleiding maar omdat ik er al vaker aan dacht.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.