Karin Ramaker

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Een terugkerend onderwerp de laatste tijd met jonge kinderen. En het heeft niets met religie te maken, hoewel de bijbelspreuk daaruit voortkomt. Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.

‘Ik begrijp het niet.’ zei mijn oudste oppaskind vanmiddag. ‘Weet je wat ik niet snap?’ ‘Nou?’ ‘Dat als een vriendje iets niet leuk vindt dat iemand doet, dat hij dan wel stom doet en iets niet wil als ik hetzelfde doe!’ ‘Dan zegt ie: Stop daarmee! Maar hij heeft het net ook bij mij gedaan of bij iemand anders!’ Verontwaardiging alom.

Het zijn eigenlijk altijd de leukste en meest leerzame gesprekken om te hebben aan de keukentafel na schooltijd. ‘Sommige kinderen en ook volwassen mensen hebben dat niet in de gaten.’ zei ik. Hij dronk, na erover nagedacht te hebben,  zijn glas sap leeg en ging toen met lego spelen. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

‘En gelijk gij wilt dat u de menschen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.’

Met slagroom op haar neus.

Ik zag haar fietsen op de stoep. Ze fietste me tegemoet en ik zag dat ze een soesje aan het eten was. Haar ene hand aan het stuur, de andere hand bij haar mond.
Het smaakte vast lekker, dat soesje met slagroom, maar er zat een toefje slagroom op haar neus.
Eerst wilde ik gedag zeggen en wijzen naar haar neus. Ik aarzelde.
Ze fietste mij te hard voorbij dus zou ze,heel waarschijnlijk, enige minuten later een winkel binnengaan met slagroom op haar neus.

Trein en tramleven.

Het is kouder dan uren geleden als ik naar het station loop. Ik heb geen haast, ik loop een beetje te genieten. Ik geniet van de avond. Het is donker maar er schijnen lichtjes. Lantaarnpalen, buitenlampjes en neonreclame. Mijn werkdag zit erop. Het is genoeg geweest.

Bij het station is het erg stil. Normaal gesproken is het erg rumoerig en druk. Dan staan er mensen te wachten en kijken ze op hun mobiel of bellen ze. Lopen ze gehaast naar de tram- of bushalte met een strak gezicht. Soms rennen er mensen voorbij die ook willen bellen maar dat lukt niet zo goed.

#tramleven

Ik ben benieuwd of de trein weer last heeft van uitvalverschijnselen, net als de dagen ervoor. Maar ik erger me niet en loop door de poortjes. Over poortjes gesproken, er staan een jongen en een meisje te dralen voor de toegangspoortjes. Ze kunnen er niet doorheen. Ze wachten net zo lang totdat er wel iemand doorheen loopt zodat ze erachter aan kunnen. Kind kan de was doen. Wat is nou verstandiger? Wel of geen toegangspoortjes, vraag ik me af. Ik bof. Terwijl ik op de roltrap naar beneden loop komt mijn sneltrein eraan. Ik zit in het tussenstuk tussen twee mannen met net zulke spierbundels op hun armen als bovenbenen. Ik voel me steeds kleiner worden. Een oudere dame tegenover me breit een sjaal van dik blauwe wol. Als de trein stopt prop ik mezelf eruit.

In de tram hoor ik ‘hopelessly devoted to you’ uit Grease door de boxen schallen.

Tram 11 staat klaar als ik aan kom lopen. Als ik ga zitten en de tram wegrijdt hoor ik ‘hopelessly devoted to you‘ uit Grease door de boxen schallen. Naast me zit een dame friet te eten. Ik heb nog niet gegeten. De tramchauffeur zingt hard mee. Normaal gesproken hou ik niet zo van mensen die neuriën en hardop zingen. Het bemoeit zich dan teveel met mijn eigen gedachten en mijmeringen.

Het is een gewone avond.
Of toch niet?