Karin Ramaker

De week van de meningen over vluchtelingen.

Het was me het weekje wel. Tussen het nakijken door van mijn eigen woorden voor het boek wat naar de uitgever moest, gebeurde er in Nederland nogal wat. Zo barstten de discussies los over vluchtelingen en debatteerde de Kamer over problemen maar werden weer geen oplossingen bedacht en ingenomen. Angela Merkel had het niet moeten roepen, ‘Kom maar hierheen, u bent welkom!’ vond de VVD. Het was problemen op je af roepen en ja, nu zat Nederland er ook maar weer mee. De vraag bleef: grenzen open of dicht?
De discussie barstte ook elke avond even na elven los bij het praatprogramma Pauw, met aan de ene kant een welkomstcomité en aan de andere kant mensen die doodsbang waren van die mannen die hun vrouwen zouden willen bespringen. Erik de Vlieger zou alleen gezinnen opnemen in een van zijn kantoren als hij kantoren had die leeg zouden staan maar geen mannen alleen. Die waren gevaarlijk.
Verder was er nog dat incident met een verdachte situatie in de w.c van de Thalys. Een ding was zeker, er zou niet snel meer iemand zwartrijden. Er was verwarring over het woord verward en ik vroeg me af wanneer iemand zich verdacht gedroeg en constateerde dat ook dat woord, verdacht, mij in de war bracht.

Ik zag afgelopen week beelden van een verwoeste stad op televisie. Het leek op een game of een filmfragment waarbij met een drone over de afgebrokkelde gebouwen werd gevlogen en er een enkele burger troosteloos op een weg liep die al lang geen weg meer was omdat er overal stenen lagen, afgebrand hout en totale verwoesting. Zelfs de lucht was grijs.
Kun je het je voorstellen, dat je ergens woont waar je voor altijd zou willen blijven maar omdat er geen winkel meer te vinden is, er geen scholing meer is voor je kinderen, er geen werk is, geen geld, geen huis, geen kleding dat je denkt: Ik blijf lekker hier. Ik heb niets, maar ik doe het ermee.

‘Die mensen hebben heus wel geld hoor! Ze betalen die smokkelaars heel veel geld. Ze hebben zelfs een mobiele telefoon! Komen ze hier een beetje onze banen inpikken!’

Met een soort plaatsvervangende schaamte keek ik naar de mensen die te gast waren bij Pauw. In Enschede was al een azc en nu kwam er weer een. Nota bene een jonge vrouw aan tafel was tien jaar geleden zelf in een asielcentrum beland als puber. Waar was zij vandaan gevlucht, vroeg ik me af? Had ik die uitleg gemist? Was ik even naar het toilet gegaan of zo?

Het was gevaarlijk, onverantwoord en niet te doen, was de algemene mening. Die mensen waren in de war. ‘Onze’ vrouwen zouden niet meer over straat kunnen, zo was de mening van de aanvoerder van de club. Aan de andere kant zat een welkomstcomité met een oudere man die het poogde te verwoorden: De mensen die tegen vluchtelingenkampen waren hadden te veel op hun bordje gekregen. Er was geen vertrouwen in de politiek, de gemeente, er werd niet naar hen geluisterd en nu waren ze bang dat er weer niet naar hen geluisterd werd. Ze hadden het zelf niet breed, hadden lage inkomens en moesten overal voor vechten, was het gevoel. En dan nu daar bovenop een toestroom van vluchtelingen. Het was gewoon teveel. De ironie, dacht ik.

Je eigen hachje eerst.

Angst doet veel met de mens. Het zorgt voor irrationeel denken en handelen. Zo zal een jongeman zich de vrijdag dat hij de Thalys in rende nooit meer vergeten, al zou  hij nog zo zijn best doen. Je zal maar eens geen zin of geen geld hebben om een kaartje te kopen en besluiten toch de trein te nemen. Het is je al vaker gelukt, dus waarom nu ook niet? Dat menig burger netjes hun OV chipkaart oplaadt en in-en uitcheckt zal jou een worst wezen. Maar dan beland je in een zeer nare droom. Een nachtmerrie. Je wordt door de speciale eenheid omsingeld terwijl je op het toilet hebt plaatsgenomen en vervolgens duurt het heel lang voordat je er weer uitkomt. Er zijn diverse redenen om niet uit een toilet te stappen, waarvan er wellicht eentje angst is. Als je een beetje slim bent en hoort wat voor stennis er op het perron getrapt wordt, zul je je realiseren dat je als je besluit uit het toilet te stappen, wordt opgepakt. De andere is dat je gewoon van de stress moest poepen en gewoonweg niet van het toilet af kon. Ik was er niet bij, ik weet niet wat de werkelijke reden was waarom die gast op het toilet zat en het twee uur duurde voordat hij eraf gebonjourd werd. Karma is een bitch.

Je kunt echt niet meer zwartrijden in de trein. Voor je het weet ligt er een arrestatieteam in je nek, val je flauw en wordt je meegenomen naar het politiebureau.

Die jongeman, een zestien jarige jongen die naar Frankrijk wilde, weet een ding zeker; hij zal nooit meer zwartrijden. Nooit, nooit meer.

(Foto: Ari Moore -cc)

Bestaat de blog etiquette?

Bestaat er dan blog etiquette? Jazeker. Daar wordt her en der ook al over geschreven. In mijn boek (Beter Bloggen) komt het ook aan bod via het kopje Creative Commons. Tijdens een blogtraining vorige week begon ik mijn verhaal over internet en beeldmateriaal en hoe mensen soms denken dat het een grote grabbelton is waaruit je alles mag weghalen om te hergebruiken. Dit mag niet zomaar! Er zit auteursrecht op beeld, audio en content en je moet toestemming vragen om dit te hergebruiken!

‘Maar dat heeft toch niemand in de gaten?’

Daar gaat het niet eens om. Of je er nu wel of niet mee wegkomt, het is niet netjes. Je plaatst een foto of stukje tekst van iemand (die daar tijd en energie ingestoken heeft, niet te noemen de nodige creativiteit) en doet net alsof jij dit gemaakt heeft. Er staat namelijk geen naam bij. Je geeft dus de suggestie dat jij de creatieveling bent die zo’n wonderschone tekst heeft bedacht of zo’n prachtige foto heeft gemaakt. En dat klopt dus niet. Bovendien zijn er weleens torenhoge facturen verstuurd door fotografen en contentmakers die erachter kwamen (via bepaalde zoekmachines) dat hun materiaal onrechtmatig gebruikt werd. Let dus goed op!

Geef de maker credits!

Vind je dat je geen mooi beeldmateriaal maakt? Dan zijn er nog heel veel opties om aan beeldmateriaal te komen op een hele legale, nette manier. Via Google Advanced Search bijvoorbeeld, kun je hele toegankelijke foto’s zoeken die je mag hergebruiken. Ook via de fotosite Flickr kun je, als je een account hebt, prachtige, handige en nuttige foto’s hergebruiken onder de Creative Commons Licentie.

Vermeld altijd de naam van de maker!

  • Google Advanced Search:

blogetiquette

  • Stockfoto’s

Je kunt natuurlijk ook Stockfoto’s kopen of via Pixabay foto’s gebruiken die rechtenvrij zijn. Weet je niet zeker of je iets mag hergebruiken? Vraag de persoon via email of via een andere weg. Maar heb respect voor de maker. Wat zou jij ervan vinden als jij plotseling content of beeldmateriaal ziet op andermans blog zonder jouw naam?

  • Instagram en Pinterest en andere gezellige, inspirerende foto’s met quotes?

Vraag altijd toestemming. Wat ik doe als ik een mooie quote zie op Instagram is meteen checken of de naam van de maker erbij staat. Mensen reposten nogal eens zonder naamsvermelding. Wil je zekerheid hebben en netjes blijven, repost alleen wanneer je zeker weet waar het vandaan komt en wie het heeft gemaakt.

En linkvermelding?

  • De permalink.

Een permalink is de link naar een individuele blogpost. Het is inderdaad netjes mocht je verwijzen naar een andere blog(post) of artikel dat je even de link vermeldt. Blogsharing. We doen het allemaal via Retweets via Twitter en het was behoorlijk ‘normaal’ in de vroegere periode van de blogcultuur dus zou het nog steeds normaal moeten zijn, vind ik.

  • Reacties

De blog etiquette geeft aan dat je in reacties bij andere blogs niet jezelf verkoopt. Liever geen linkjes, tenzij je echt iets denkt toe te voegen.
En zelf vind ik het wel netjes de interactie aan te gaan met degene die reageert. Iemand doet moeite om te reageren, zeker in tijden dat een Like makkelijker is of een snelle reactie via Twitter.

(Foto: Liz West – CC)

Jezelf presenteren met je blog.

Vorige week was er de jaarlijkse Scriptum barbeque in Schiedam. Er waren collega schrijvers, medewerkers van Scriptum en er was heerlijk eten. Door het slechte weer werd de barbeque naar binnen verplaatst, wat helemaal niet erg was. Terwijl wij herhaaldelijk snoepten van de saté, vegetarische hamburgers en salades, stond de catering buiten onder de tent de palen vast te klemmen.
Ik raakte in gesprek met Jacqueline Fackeldey, collega schrijver van Klantropologie over de extra’s die je meekrijgt als je aan het bloggen slaat. Eigenwaarde, bijvoorbeeld. Je presenteert jezelf. 

Het gaat niet alleen over hoe je blogstructuur toepast of hoe je een blogpost inkleedt, het gaat vooral ook om jezelf presenteren, laten zien wie je bent en wat je kunt. Dat leren wij niet; niet op school. Wij zijn erg bescheiden. Ik heb ook nog moeite om op de voorgrond te treden en te laten zien dat ik er ben en wat ik waard ben. Er zijn mensen die zichzelf op elk moment en bij elke kans naar voren schuiven. Geboren marketeers. Petje af, soms word ik er ook een beetje moe van, maar ja, het werkt vaak wel. Ik kan ervan leren. Maar wat voor nuchtere, schuchtere of terughoudende zzp’ers misschien wel de uitkomst biedt, is een blog beginnen.

Scriptum BBQ - uitgeverij

 

Later in de week zat ik op een ochtend mijn hele blogverhaal te evalueren. Je mag best weten, het was een hele bevalling, mijn nieuwe boek inleveren. Nog nooit had ik nipt een deadline gehaald, meestal was ik een paar weken ervoor al klaar en leunde ik relaxt achterover. Nog nooit zoveel gepuzzeld en geschrapt als nu. Tijdens het evalueren werd de structuur nog even strakker getrokken en viel het uiteindelijk wel mee. De eerste ronde is half af, precies zoals het hele ritueel gaat verlopen, wat ik herken en waar ik zo van hou. Het is bijna verslavend. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat er schrijvers zijn die na het afronden van een boek snel weer verder willen. Ik wou dat ik de tijd had, en het geld, dan was ik fulltime schrijver geworden. (Wat let me?)

Vanochtend alles nagelopen van de tekst voor mijn nieuwe boek Beter Bloggen. Sneller klaar dan we dachten. Oktober wordt niet gehaald, het wordt dus november.

 

Ik vind woorden geweldig. Soms kom ik er niet op, ben ik lang aan het dubben over het juiste woord. Het woord moet ertoe doen, zeggen wat het is. Ik hou van verbasteringen. Een paar dagen geleden las ik op Twitter de hashtag #kanslechter toen de twitteraar het had over het idealisme van Jesse Klaver in de Wereld Draait Door. Ik las #kansvechter. Ik heb de hele avond naar dat woord gekeken. Ik hou van woorden. Soms vergeet ik woorden, kan ik er niet opkomen, wat vervelend is als ik een blogtraining geef, maar ik heb me ermee verzoend. Als het ertoe doet, als ik het moet, vindt de taal zijn weg. Ik puzzel en kom boven. Ik structureer me te pletter en het wordt een verhaal. Eigenheid blijft belangrijk. Als iedereen elkaar gaat nadoen is er geen wrijving, geen ruwe rand en zijn er geen vragen om te stellen. De mooiste verhalen hoor ik aan die verteld worden vanuit een pure enthousiasme, niet een ingestudeerde lezing.

Helemaal precies weet ik niet meer wat ik Jacqueline vertelde. Ze had het nog niet zo bekeken, zei ze, toen ik iets zei in de trant van: Je leert door het bloggen hoe je omgaat met jezelf en de ander. Je leert je eigen stem vinden en leert dit naar buiten te brengen. Er is tijd genoeg voor om dat uit te pluizen. De content schrijf je, je zoekt naar de juiste woorden om je verhaal te doen. Je publiceert het en zet het voor iedereen online. Men kan het lezen, zich erin verdiepen en het er wel of niet mee eens zijn. Maar jij leert jezelf neer te zetten. Mijn verhaal is net zo relevant als die van jou.