Laat mij maar even.

Afgelopen zaterdagavond zat ik aan tafel te borrelen en te eten met vrienden. ‘Waar ben je momenteel mee bezig?’ ‘Ik schrijf mijn boek.’ Ik haperde ervan. Het wordt als het goed is een boek, voor nu is het een verhaal. Het verhaal is eigenlijk af maar ik haper ook daar. Ik huiver, ik aarzel, ik wil eigenlijk niet dat iemand het al leest. Het was meer dan een jaar mijn cocon. Ik was mijn geheime laatjes aan het opruimen. Als ik het over een maand opstuur is het klaar. Alle kastdeuren en laden open. Geen verborgen lijnen, geen verhullingen. Niets. Mijn hoofdpersoon zal spreken, dat doet ze nu nog niet, en dat hou ik liever zo. Ik ken haar het beste, ik ken alle personages het beste. Al een jaar of vijf wonen ze in mijn hoofd.

Er zijn maar twee personen die mijn verhaal ongeveer kennen. Twee redacteuren van een uitgever. Verder helemaal niemand. Mijn woorden zijn zorgvuldig gekozen en dat is de reden dat ik soms met pijn in mijn buik zinnen afrond en denk: Straks leest niet alleen de redacteur mijn verhaal, maar ook mijn vriend en als het goed is iedereen. Ik heb me nog nooit zo kwetsbaar gevoeld. Dus laat mij maar even. Ik ben vandaag een sentimentele.

Vandaag buiten ondanks de miezer.
Toch weer naar binnen want dat was toch fijner.

Eigenlijk is schrijven maar een eenzaam beroep.

Als je banketbakker bent weten mensen dat je ‘s morgens vroeg opstaat om broden te bakken en dat die broden later in de winkel liggen en ,als je geluk hebt, warm verkocht worden. Men weet hoe het gaat. Maar ik krijg eigenlijk weinig tot geen vragen over het schrijven van mijn boeken. Men kijkt toch een beetje glazig en gaat over op een ander onderwerp. ‘Hoe gaat het met je boek?’ wordt af en toe gevraagd maar inhoudelijk en er dieper op ingaan is er meestal, in mijn geval, niet bij. Het stagneert bij die ene vraag. Het is een ver van mijn bed show. Eigenlijk is schrijven maar een eenzaam beroep.
En dan is het leuk als je een schrijver tegenover je hebt die weet hoe het gaat, die snapt hoe moeilijk het is om voor een leeg scherm te zitten en de woorden eruit te persen.

Een keer per jaar zit ik met schrijvers samen tijdens een gezellige barbecue, georganiseerd door mijn uitgever. Dan delen we verhalen en komen de beroepsmatige strubbelingen langs. Maar tussendoor vertel ik en deel ik weinig met schrijvers.
Het is een verademing om eens van gedachten te wisselen en gewoon eens te praten over woordaantallen, chronologie, hoofdpersonen, gefrustreerd raken, drukte, het laten liggen en weer oppakken, adviezen, kritische noten en stug door bikkelen.

Misschien schrijft de schrijver in eerste instantie ook wel alleen voor zichzelf. Het is afzien op je zolderkamer, alleen met je verhaallijn. Soms scheurt een hoofdpersoon een snee in je tekst en moet je opnieuw beginnen. Dat ziet geen hond natuurlijk. Bloeden is het. Bloeden en deppen.

Ik vind het namelijk helemaal niet prettig om mijn verhaal eerst te laten lezen door iemand anders. Soms denk ik: ik wil helemaal niet dat mensen het gaan lezen en overvalt me stille paniek. Toen ik de eerste vijftig bladzijdes liet lezen van mijn nieuwe verhaal aan de uitgever (ik krijg het woord boek of roman vaak niet eens mijn strot uit) moest ik ook even slikken.

Het is nogal naakt hoor, zo’n stukje verhaal fabriceren uit jouw hersenpan.

‘Schrijf je een literair roman?’ kreeg ik vandaag de vraag tijdens een één op één blogtraining met een schrijver.
Ik moest bijna hysterisch hardop lachen.
Hahaha, ja, nou, dat zou echt wat zijn hè?

Het is verdomme vreselijk confronterend en eng om je verhaal, je pakket van (nu) bijna vijf-en-dertig-duizend woorden, te duiden. Laat staan te laten lezen als het er minstens vijftigduizend zijn.

En waar doe je het dan verdomme voor?
Omdat het eruit moet!

Gewoon single. Het laatste taboe.

Ik zat erop te wachten. Het moment waarop Erdbrink in zijn laatste interview bij Zomergasten de vraag ging stellen. Ik was er lichtelijk zenuwachtig over want hoe ging hij die vraag stellen? Onze Minister President Mark Rutte is single. Al jaren. Daar ligt een taboe op; jarenlang single zijn. Soms gebeurt het nu eenmaal dat je de juiste persoon niet tegenkomt. Soms heb je een periode dat je zelf helemaal geen trek hebt in een vaste relatie. Maar wij houden nog steeds de norm: huisje, boompje, beestje en men vindt het raar als je zegt dat je (gelukkig) single bent. In mijn boek, dat ik al in 2013 schreef over singles, hield ik een pleidooi voor Rutte om juist dit taboe aan te pakken in zijn functie als Minister President. Weg met het taboe! Weg met de vooroordelen!

EditieNL belde vanmorgen. Ja, klopt, inderdaad, ik had al in 2013 dat ene boek Gewoon Single geschreven. Dat boek met hilarische anekdotes en herkenbare verhalen en interviews. Ik had voor de research destijds een aantal singles in alle maten en vormen gesproken en geïnterviewd. We bespraken de vooroordelen en misvattingen en andere ongemakken. Zelf maakte ik het mee, toen ik al een hele poos single was (nu al acht jaar niet meer) dat men vroeg in de teamkamer van mijn vorige werk of ik nog wat gescoord had. Dat werd me trouwens elke maandag gevraagd. Waar bemoeiden zij zich mee? Ik vroeg hen toch ook niet of ze het, na al die jaren, nog gedaan hadden dat weekend?

‘Kook jij dan ook voor jezelf?’

Er wordt nogal eens vergeten dat er ook singles zijn die ervoor kiezen om alleen door het leven te gaan. Zij houden van hun zelfgekozen vrijheid. Geen gezeur, geen schoonfamilie, geen afspraken, niet op tijd thuiskomen, geen gedoe. Zij genieten van het alleen zijn en alleen beslissingen nemen en hebben niet de illusie dat een relatie zaligmakend is. Singles hebben weleens de neiging de relatie te romantiseren maar die vuilniszak in de gang blijft na een tijdje echt wel staan en dat bloemetje wordt na een tijdje vergeten. Het neemt echter niet weg dat veel singles, als zij moeten kiezen, het liefst samen door het leven willen gaan. Maar stelletjes kunnen het de single soms best moeilijk maken en hen zien als een attractie.

Ik kreeg tijdens mijn onderzoek voor het boek een mail van iemand die anoniem in mijn boek wilde:

‘Er zijn veel langdurige singles. Je hoort ze niet,want het is een taboe. Je praat er niet over, maar ze zijn er wel. Veelal bewuste mensen die niet zomaar in een langdurige relatie stappen. Het zijn geen muurbloempjes of sociaal of seksueel onvaardigen, de langdurige singles die ik ontmoet.’

Ik vond het tenenkrommend dat Thomas Erdbrink in Zomergasten tegenover een single Mark Rutte zat en zei: ‘Je moeder zal vast teleurgesteld zijn.’ (Dat je niet met een vriendin thuiskomt.) Het was met deze ene opmerking klip en klaar dat het taboe nog helemaal in stand gehouden wordt door mensen die wel samenwonen, getrouwd of geen single zijn.

‘Alleen zijn wordt geassocieerd met zielig zijn. Dat is onzin!’

Ik zou aan de ene kant willen oproepen juist open te zijn over het single-zijn maar tegelijkertijd willen opmerken dat niemand zich ermee hoeft te bemoeien. Het doet er namelijk niet toe hij mensen hun leven inrichten. Dat is van hun, niet van ons. En die norm? Huisje, boompje, beestje? Het verandert waar we bij staan. Er zijn tal van andere samenlevingsvormen die nu gelden; getrouwden die zijn gaan scheiden met samengestelde gezinnen, studenten die samenwonen, second singles, pauzesingles, communes. Bovendien kun je met vrienden en familie ook delen, singles hebben andere manieren om hun tijd en ruimte in te delen.

Er zit ook een groot voordeel aan het single zijn, ook al ben je dit even geweest of een hele poos. Je weet dat je zelfstandig je ding kunt doen. Dat is veel waard.

Mijn boek is nog steeds te koop! Het is een leuk en informatief boek met hilarische anekdotes en veel herkenbare interviews van singles!

‘Geestig geschreven met leuke en herkenbare stukjes over het Single leven!’ — Seliam (BOL.)

(Foto Birgitta van Langeveld.)

Update 6 sept 10:50: Interview in het AD ‘Niet te geloven, Rutte is single en happy!’