Voor jou maakt het nu niet zoveel uit.

Lieve Q,

(Wil je alle brieven aan Q lezen? Dat kan hier.)

Je bent al weken niet meer bij de kinderen in je groep geweest. Via videobellen heb je nog wel contact met sommige juffen, dat is wel fijn. Soms doe je goed mee, ben je geconcentreerd en soms ben je het beu. Als de meivakantie voorbij is kun je gelukkig weer (met bepaalde nieuwe regels) naar school. Het zou voor jou heel fijn zijn de periode die je hebt gehad in het revalidatiecentrum op een goede manier af te sluiten zodat je na de zomervakantie naar de speciale basisschool kan. Wat wordt je toch al groot en wat is het toch stoer.

Ik heb je ook al een hele poos niet meer gezien. Ik heb je niet op schoot gehad, heb niet in je haar kunnen kroelen en in je nek kunnen ruiken. Ook heb ik je handen niet gevoeld, je buik en je voeten. Het lijkt net als ik zo praat alsof je nog een baby bent maar dat is natuurlijk niet zo. Maar als tantes hun neefjes gaan missen gaan ze zulke dingen denken. Maar ik stuur kaartjes en we videobellen af en toe en dat is ook fijn. De laatste keer heb je zelfs bijna een half uur rustig bij mama op schoot gezeten, je wilde niet ‘af’ en hebben we kunnen kletsen en liedjes gezongen. Je hebt de aandacht er goed bij, begrijpt prima wat er gezegd wordt en je vindt het zichtbaar leuk en gezellig.

De opa en de oma’s heb je ook al lang niet meer gezien. En opa en oma zag je voor de lockdown en de corona crisis wekelijks. En nu staan opa en oma voor het raam te zwaaien, wat je heel vreemd vindt. Het is een rare tijd.
Misschien is het voor ons volwassenen veel moeilijker en verdrietiger om afstand te nemen en mensen die ons dierbaar zijn niet meer te zien onder deze omstandigheden. Net als de ouderen die door dementie of Alzheimer in de war raken van dat plexiglas en het gezwaai van hun naasten beneden in een tuin of op de stoep. Ze kunnen het ook maar moeilijk vatten en het is lastig om uit te leggen. Soms is het maar beter te zeggen dat je even helemaal niet meer komt zoals je op een vakantie gaat, dan dat je zwaait en ze het niet kunnen begrijpen. Maar dat bedenk ik me nu pas.

En misschien is het in deze omstandigheden ook maar beter dat jij, lieve Q, mij minder vaak ziet. Dat maakt het voor mij minder fijn maar voor jou maakt het nu niet zoveel uit. En dat is voor mij een soort geruststelling.

Wil je alle brieven aan Q lezen? Dat kan hier.

Wil je mijn blog steunen met een bijdrage? Doneren mag hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Brabantse worstenbroodjes.

Lieve Q,

Wat mis ik jou opeens. Je wordt te zwaar om op te tillen maar dat zou ik het liefste doen vandaag. Je gaat niet naar de revalidatie maar je kunt wel met Pieter de handpop en de ergotherapeut videobellen. Mama oefent zich een slag in de rondte met alle oefeningen die er op schema staan en papa werkt thuis. Je gaat gelukkig met dit mooie weer nog wel even naar buiten en krijgt regelmatig kleurplatenpost van je tante. We roeien met de riemen die we hebben.

Na ruim twee weken binnen zijn, toch maar manieren bedenken om aan het werk te blijven en bezig te zijn hoop ik toch dat ik over niet al te lange tijd gewoon de trein kan pakken om naar Brabant te reizen. Dan kan ik weer met je spelen en lachen en naar je kijken. Dat ik je af en toe kan zien als we videobellen is leuk hoor, maar dat is niet hetzelfde.

Jij woont in Brabant in de Coronahaard en ik snotter nog een beetje af en toe en dat is vast de hooikoorts maar we nemen geen risico.
Ik was even naar de supermarkt vanmiddag omdat er toch weer spullen opraakten en ik kocht worstenbroodjes want worstenbroodjes, worstenbroikes, zoals een ver familielid in Dongen zegt, zijn een link naar Brabant en dat is het meest dichtbij ik nu kan komen.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Yes!

Lieve Q,

Voor we erg in hebben papegaai je. Je hoort een woord en zegt het na. Toen ik blijkbaar iets heel leuk vond afgelopen zaterdag en fijn vond om te ontvangen, ik kreeg verlate verjaardagscadeaus, zei je me na: ‘Yes!’ Je gebaarde erbij. Een gebalde vuist. Een paar dagen ervoor was het nog onduidelijk hoe je de intelligentietestjes had gemaakt op school. Het was niet meetbaar. Stiekem vond ik dat rebels; neefje is niet te meten. Maar spreekt wel Engels.

Je was op visite bij Ome Tah en tante Kah. En je kreeg een verlaat Sinterklaascadeau. Of een vervroegd Kerstcadeau. Het was half uitgepakt door jou en mama toen je de hals zag van de sopraan ukelele. ‘Tah!’ zei je. Je aaide meteen over de snaren. Je lachte toen je muziek maakte. Ome Tah en tante Kah hopen dat je geniet van de muziek, er vrolijk van wordt en ook rustig en je aangetaste linkerhand kunt oefenen. Maar plezier staat voorop.
Toen we in de middag even naar een restaurant gingen stond daar een piano. Samen met papa sloeg je de noten op de klavier en je begon te zingen. ‘Een piano?’ vroeg iemand in het gezelschap. ‘Moeten we ook een piano kopen?’ Nou nee, probeer eerst maar de pannenset in de keukenkastjes. Of Youtube. Of zingen in de badkamer. Of gewoon de tah. ‘Yes’ riep je. Ja, lieve Q, heb er maar veel plezier van.

Alle brieven aan Q lees je hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Deze vuist, op deze vuist.

Afgelopen week zette de fysiotherapeut jou op een driewielerfiets. Met je beide schoenen vastgegespt kon je zelf een beetje kracht zetten en fietsen. Ik was er zelf niet bij, ik las het in het dagboek dat mama over jou schrijft, maar ik zag je in mijn fantasie voorbij rijden in de gang van de peuterrevalidatie. Mama schreef dat je zelf de klas in reed en heel trots keek. Wie had dat gedacht.
Vorige week liep ik het station binnen op weg naar de metro die me naar mijn werk zou brengen. In tegengestelde richting liep een jonge vrouw met een stok. Ik zag dat ze aan een kant moeilijk liep, waarschijnlijk een halfzijdige verlamming waarbij ze nu toch nog redelijk zelfstandig kon lopen. Haar arm hing een beetje. Ze wilde de roltrap op. Terwijl ik voorbij wandelde keek ik schuin achter me. Ik hield het, eerst onbewust en toen bewust, in de gaten. Ze stapte met haar ene voet op de band maar het duurde wat langer voordat ze haar andere, minder goede, been vooruit kon zetten en dus ging de roltraptrede al omhoog. Ze veerde voorover, kon nog net haar voet goed zetten en pakte met beide handen de leuning vast. Het bezorgde me een hartverzakking. Tegelijkertijd sprongen de tranen in m’n ogen. Ik liep trillend op m’n benen naar de roltrap waar ik wel met beide voeten stevig kon staan. Ik ademde uit.
Waarom deed het me zoveel? Ik dacht aan jou. Natuurlijk dacht ik aan jou. Ik hoop voor jou dat je ooit zelf kunt lopen en dat je zelfstandig naar de trein kunt, kunt wandelen en vrij kunt bewegen. Dat jouw papa en mama, opa en oma’s en ja, ook ik moet leren loslaten. Dat zal voor ons af en toe best moeilijk zijn. We zouden misschien liever alles uit handen voor je willen nemen maar daar word jij niet vrolijk van en niet groot. Je wilt al zoveel zelluf doen, dus ook deze weg moeten we vol vertrouwen aangaan.
De vrouw stond met haar hoofd op haar armen zelf ook uit te puffen, zag ik. Maar ze had het gered. Even vroeg ik me af of ze niet beter de lift had kunnen nemen en meteen schudde ik die gedachte van me af. Ik vond het ergens ook wel stoer van haar. Ze probeerde het.
Het leven is vallen en opstaan. Ook jij, Q, merkt nu omdat je steeds meer gaat bewegen en meer kunt en uitprobeert dat je daardoor af en toe (letterlijk) plat op je toet gaat. We hebben al eens een dikke bult op je voorhoofd gezien! Het is alleen voor jou extra leren hoe je met je ene arm, die het minder goed doet, jezelf toch kunt opvangen mocht je weer een flinke sliding maken terwijl je de voetbal wegtrapt. Aldoende leert men en groeit men, ook jij. En wij.
Morgen is je tweede geboortedag. Zo zien we dat. De dag dat je werd geopereerd, het erg slecht ging en je nu toch vrolijk babbelt met de woorden die je hebt en leert en je met enorme wilskracht en enthousiasme probeert te staan. Ik proost morgen op jou, Q. En ik zing deze vuist op deze vuist want zo klim ik naar boven.

Alle brieven aan Q lees je hier.

Zand op je blote voeten.

Je kwam bij ons logeren. Je had je rugzak bij van vos en je zomerschoenen, knuffels en zomerhoed maar de gitaar van Oom Marco ‘Tah!’ was veel interessanter. Oom Marco zou later gaan gitaarspelen.
In Den Haag, als het mooi weer is, ga je natuurlijk ook naar het strand. Eerst met de tram ernaartoe. Wat een avontuur. De tram ging langs stroken gras die zacht ritselden tegen de tram en dat vond je interessant. De wind was aangenaam en de mensen op steps, skateboards en fietsen waren erg grappig. We gingen een drankje drinken bij The Fat Mermaid waar je een glaasje water kreeg en wij een glaasje fris. Oom Marco zei tegen jou dat je zand op je blote voeten had en blies het zand van je tenen. Daar moest je om lachen.
De serveerster die het drankje kwam brengen was meteen een charmante glimlach waard en later volgde je de blonde dame ongegeneerd. De serveerster dacht nog, het ligt aan het dienblad met kleurrijke drankjes maar nee, je had het gemunt op haar.
Met de wagen achterstevoren liepen we even later het strand op. Oom Marco moest de wagen goed trekken maar je vond het wel grappig dat de wagen achterstevoren was. Zo kon je kijken naar de mensen en wiebelde de wagen licht. Aan het water wandelden mensen voorbij. Ze glimlachten omdat je je ogen uitkeek. De golven kwamen dichtbij en ze ruisten in de wind.
Van alle indrukken was je ’s avonds moe geworden en na drie keer het verhaal gelezen te hebben van de badeendjes die overboord vielen ging je liggen, sloot je ogen en sliep de hele nacht door.
De volgende ochtend, een beetje vroeg, was je klaarwakker. ‘Ja.’ zei je. ‘Ja. Ja.’ En we dachten, misschien ga je weer slapen. Maar nee hoor, je leek te zeggen: Ja! Kom me nu maar halen hoor. Ik ben wakker! Ik kan de dag beginnen!
Eenmaal beneden hupste je meteen richting de muur, wees met je vinger en riep: ‘Tah!’ Toen Oom Marco eenmaal beneden was moest er gitaar gespeeld worden. ‘Ik ga eerst even douchen hoor.’ zei Oom Marco slaperig.
Toen we in Oom Marco’s werkkamer waren was het alsof je in een gitaarparadijs beland was. Allemaal gitaren! De ene klonk nog leuker dan de andere! Je trappelde met je benen en je handen en kraaide het uit. Nee, geen shake ei, geen fluit. Alsjeblieft geen raar ander instrument. ‘Tah!’ ‘Tah!’ Dat moest het zijn.
Eenmaal weer beneden zat je bij de salontafel en haalde je een gitaarmagazine uit de la. Rustig bladerde je door het aanbod van muziekinstrumenten, wees en zei ‘Tah!’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.