Tagarchief: brieven aan Q

Zand op je blote voeten.

Je kwam bij ons logeren. Je had je rugzak bij van vos en je zomerschoenen, knuffels en zomerhoed maar de gitaar van Oom Marco ‘Tah!’ was veel interessanter. Oom Marco zou later gaan gitaarspelen.
In Den Haag, als het mooi weer is, ga je natuurlijk ook naar het strand. Eerst met de tram ernaartoe. Wat een avontuur. De tram ging langs stroken gras die zacht ritselden tegen de tram en dat vond je interessant. De wind was aangenaam en de mensen op steps, skateboards en fietsen waren erg grappig. We gingen een drankje drinken bij The Fat Mermaid waar je een glaasje water kreeg en wij een glaasje fris. Oom Marco zei tegen jou dat je zand op je blote voeten had en blies het zand van je tenen. Daar moest je om lachen.
De serveerster die het drankje kwam brengen was meteen een charmante glimlach waard en later volgde je de blonde dame ongegeneerd. De serveerster dacht nog, het ligt aan het dienblad met kleurrijke drankjes maar nee, je had het gemunt op haar.
Met de wagen achterstevoren liepen we even later het strand op. Oom Marco moest de wagen goed trekken maar je vond het wel grappig dat de wagen achterstevoren was. Zo kon je kijken naar de mensen en wiebelde de wagen licht. Aan het water wandelden mensen voorbij. Ze glimlachten omdat je je ogen uitkeek. De golven kwamen dichtbij en ze ruisten in de wind.
Van alle indrukken was je ’s avonds moe geworden en na drie keer het verhaal gelezen te hebben van de badeendjes die overboord vielen ging je liggen, sloot je ogen en sliep de hele nacht door.
De volgende ochtend, een beetje vroeg, was je klaarwakker. ‘Ja.’ zei je. ‘Ja. Ja.’ En we dachten, misschien ga je weer slapen. Maar nee hoor, je leek te zeggen: Ja! Kom me nu maar halen hoor. Ik ben wakker! Ik kan de dag beginnen!
Eenmaal beneden hupste je meteen richting de muur, wees met je vinger en riep: ‘Tah!’ Toen Oom Marco eenmaal beneden was moest er gitaar gespeeld worden. ‘Ik ga eerst even douchen hoor.’ zei Oom Marco slaperig.
Toen we in Oom Marco’s werkkamer waren was het alsof je in een gitaarparadijs beland was. Allemaal gitaren! De ene klonk nog leuker dan de andere! Je trappelde met je benen en je handen en kraaide het uit. Nee, geen shake ei, geen fluit. Alsjeblieft geen raar ander instrument. ‘Tah!’ ‘Tah!’ Dat moest het zijn.
Eenmaal weer beneden zat je bij de salontafel en haalde je een gitaarmagazine uit de la. Rustig bladerde je door het aanbod van muziekinstrumenten, wees en zei ‘Tah!’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Kah!

Je zat vorige week bij het raam naast de voordeur en keek naar buiten. De auto was niet op de plek waar hij normaal gesproken staat. Papa was even visite naar het station brengen. ‘Papa?’ vroeg je. Je wees met je vinger. ‘Papa.’ Je spreekt steeds meer woorden en zegt ze duidelijker. Mama kende je al. Met Mah en Pah bedoel je oma en opa. Je zegt ‘buiten’ want daar ben je graag. Je zegt poesj en haasj als je de boekjes bekijkt. Het wordt makkelijker en je voelt je zekerder.
Toen je in de gang op papa zat te wachten stond ik bij je. Ik dacht een poepbroek te ruiken dus nam je even mee naar boven. Ik legde je op de commode en je wees naar je bed. De lamp. Je maakte het gebaar aan en uit met je hand. Je wees nog eens naar je bed. Terwijl ik bezig was je broek weer goed te doen wees je naar mij. ‘Kah.’ hoorde ik zachtjes. Hoorde ik het nou goed? Nee, ik wilde dat graag, ik hoorde het vast niet goed. Je wees nog een keer naar mij. ‘Kah.’ ‘Ja-‘, zei ik, – Karin.’ Nog een keer wees je. ‘Kah.’
Ik vertelde het die dag alleen aan vriendlief. Misschien had ik het verkeerd gehoord. Misschien was het eenmalig. Toeval.
Gisteren sprak ik met papa aan de telefoon die jou vertelde dat hij met tante Karin aan het bellen was. En ik hoorde heel hard op de achtergrond: ‘Kah!’

Lees hier de vorige brieven aan Q.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

In ons oude doen.

Lieve Q,

Het was weer even geleden dat ik bij jou ging oppassen. Ik had het gemist, en jij denk ik ook. Negen maanden lang zag ik je elke week. De keren dat ik je zag na het wekelijks oppassen werden minder. Dat vond ik jammer omdat ik je niet zo vaak meer zag, maar kon er ook in berusten, omdat het beter met je ging. Papa en mama waren lekker naar de stad, even samen eruit. We waren zondagmiddag weer in ons oude doen; lekker gek doen, liedjes zingen, naar buiten om te wandelen, op de schommel, naar de eendjes, samen keuvelen en knuffelen, veel knuffelen, boeken lezen, grapjes maken.
Even ervoor, na het slapen, had je een lichte epilepsie-aanval en moest je even bijkomen. Helaas spuugde je erna je voeding eruit. Je spuugt zelden meer, heel af en toe, dat kan gebeuren. Mijn trui en broek moesten wel in de wasmachine. Ik liep rond in mama’s strakke joggingbroek en dikke wollen trui. Dat stond mama wel beter.
Het was zo’n mooi weer, we gingen hoe dan ook even naar buiten. Lekker de zon op je toet, de wind in je haar. En het ritme van de schommel voelen. Je wees naar boven, want ja, de schommel zat vast aan de boom met een ketting. Dan moest je lachen.
Thuis keek je door het raam naar de bomen. De bladeren zwiepten een beetje heen en weer. Ik haalde mijn broek uit de droger en deed mijn schoenen alvast uit. In de keuken was ik even aan het afwassen en liep ik terug de kamer in en zag dat je naar mijn schoenen geschuifeld was. Wat deed je daar? Je ene voet was in mijn schoen gegaan. Ik schoot in de lach. ‘Ga je mijn schoenen aandoen?’ Maar je begreep mijn schaterlach niet. Natuurlijk kon je ook mijn schoenen even passen. Kijk! Het paste precies! Ongeveer!

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

We maken sneeuw met onze handen.

Lieve Q,

Papa belde ineens met de video optie. Je was even verbaasd en een beetje beduusd dat je je tante en oom in een klein vierkant schermpje zag. Je keek ook even achter de telefoon van papa, misschien zaten we daar. Toen je gewend was begon je te lachen. Nou, dat kwam meer omdat je tante haar tong uitstak. Ik was blij je te zien. Misschien moeten we vaker videobellen.
Ik vroeg aan jou of je de sneeuw gezien had. Dat had je. Je wees naar buiten en ook naar de televisie want daar kwam sneeuw voorbij, misschien via het journaal. En toen maakte je met je handen het gebaar van de sneeuw. Het leek op een soort dansje met je vingers. Je linkerhand deed zelfs een beetje mee. Je handen gingen allebei omhoog en je ging met je handen naar beneden. Je had sneeuw gezien en je kon het ook vertellen.
Je leert nu meer en meer gebarentaal, ook al kun je goed horen. Het praten gaat nu nog niet zo erg snel omdat je zo lang sondevoeding gehad hebt en je mondspieren lui zijn, maar je kunt al wel wat woorden zeggen. Als we het liedje zingen van Deze vuist van Ome Willem dan roep ik op het eind: ‘Joepie de….’ Dan moet je lachen en wil je poepie zeggen maar je lach zit in de weg.
En als je oom gitaar speelt maak je klanken. Je wijst en je vindt het erg mooi. Zo mooi dat je meteen rechtop zit als je net ervoor nog lui tegen mama aan lag.
Ik vind het best bijzonder dat we met je praten door gebaren te gebruiken. Jij leert steeds meer en wij leren steeds meer. Je stem ga je nog wel meer gebruiken. De klanken worden vanzelf wel woorden. En ondertussen maken we sneeuw met onze handen. Dwarrel, dwarrel, dwarrel.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Als je schaterlacht.

Weet je wanneer ik heel blij word? Als je schaterlacht. Als je de bal voor je voet legt, terwijl je zit, en je met je voet de bal wegschopt. Het gaat best hard. Een zitvoetballer zou zeggen: Dat is een talentje. Maar ja, ik ben een bevooroordeelde tante, ik zeg dat natuurlijk.
Als je schaterlacht vult de kamer zich met vrolijkheid. In die grote schaterlach zit alles.

Afgelopen weken waren papa en mama het zo beu om je die vieze fabrieksmelk (voorgeschreven door het ziekenhuis) te geven en begon mama aan een voor menig diëtist en arts aan een controversieel en niet gemeten nieuwe voeding. Gewoon, normaal eten. Vanaf je geboorte tot na je tweede verjaardag was een aantal keer per dag spugen meer regel dan uitzondering. Voordat je moest spugen werd je misselijk, moest veel kwijlen en kwam het vaak met een golf eruit.

Blended diët kan nu makkelijker door de buiksonde, dat gekke slangetje dat nu uit je maag komt alsof je een klein staartje hebt. Je krijgt een boterham met appelstroop of kipfilet, twee stuks fruithap en avondeten gewoon door de blender fijngemalen als een soort smoothie door je buiksonde. En wat gebeurt er?

Je spuugt niet meer. En je plast weer meer. Je ontlasting is normaal. Je huidskleur is goed. Het is hoe het hoort. Daar krijg je vanzelf een heel blij kind van.

Afgelopen maandagmiddag zaten we beiden op de grond en voetbalden we. We hadden een nieuwe regel bedacht. Als de bal op het kleed terecht kwam moesten we de bal kruipend pakken. Nou ja, in de praktijk kwam het erop neer dat tante Karin die bal kruipend ging pakken en jij kreeg de slappe lach. Je schaterlachte en schaterlachte. Het kon niet leuker!

Even later probeerde je een soort kruiphouding. Met je ‘goede’ been en armen steunde je voorover en wilde je je knie omhoog doen. Dat deed je de laatste tijd wel vaker. Voordat ik naar huis ging deed je het weer. Maar nu had je beide benen opgetrokken en zat je in de kruiphouding met beide knieën onder je buik. Je sterke arm hield je een beetje in balans. Zou het?

Vorige brieven aan Q lees je hier!

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.