Als je schaterlacht.

Weet je wanneer ik heel blij word? Als je schaterlacht. Als je de bal voor je voet legt, terwijl je zit, en je met je voet de bal wegschopt. Het gaat best hard. Een zitvoetballer zou zeggen: Dat is een talentje. Maar ja, ik ben een bevooroordeelde tante, ik zeg dat natuurlijk.
Als je schaterlacht vult de kamer zich met vrolijkheid. In die grote schaterlach zit alles.

Afgelopen weken waren papa en mama het zo beu om je die vieze fabrieksmelk (voorgeschreven door het ziekenhuis) te geven en begon mama aan een voor menig diëtist en arts aan een controversieel en niet gemeten nieuwe voeding. Gewoon, normaal eten. Vanaf je geboorte tot na je tweede verjaardag was een aantal keer per dag spugen meer regel dan uitzondering. Voordat je moest spugen werd je misselijk, moest veel kwijlen en kwam het vaak met een golf eruit.

Blended diët kan nu makkelijker door de buiksonde, dat gekke slangetje dat nu uit je maag komt alsof je een klein staartje hebt. Je krijgt een boterham met appelstroop of kipfilet, twee stuks fruithap en avondeten gewoon door de blender fijngemalen als een soort smoothie door je buiksonde. En wat gebeurt er?

Je spuugt niet meer. En je plast weer meer. Je ontlasting is normaal. Je huidskleur is goed. Het is hoe het hoort. Daar krijg je vanzelf een heel blij kind van.

Afgelopen maandagmiddag zaten we beiden op de grond en voetbalden we. We hadden een nieuwe regel bedacht. Als de bal op het kleed terecht kwam moesten we de bal kruipend pakken. Nou ja, in de praktijk kwam het erop neer dat tante Karin die bal kruipend ging pakken en jij kreeg de slappe lach. Je schaterlachte en schaterlachte. Het kon niet leuker!

Even later probeerde je een soort kruiphouding. Met je ‘goede’ been en armen steunde je voorover en wilde je je knie omhoog doen. Dat deed je de laatste tijd wel vaker. Voordat ik naar huis ging deed je het weer. Maar nu had je beide benen opgetrokken en zat je in de kruiphouding met beide knieën onder je buik. Je sterke arm hield je een beetje in balans. Zou het?

Vorige brieven aan Q lees je hier!

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Een gaatje in je buik.

De laatste week voel ik me onrustig. Het is een gevoel dat ik probeer van me af te schudden. Dat lukt alleen als ik jouw filmpjes of foto’s even bekijk. Dan word ik weer rustig omdat ik je hoor lachen of je probeert nieuwe woorden uit. Het leven gaat gewoon door, altijd, en dus zijn er voor jou op de dagen voordat je geopereerd wordt gewoon normale dingen.

Het is simpel, als ik mijn eigen realisme inzet weet ik verstandelijk dat het maar een kleine ingreep is die niet lang duurt en waarbij je hoogstwaarschijnlijk niet lang in het ziekenhuis moet blijven. Maar er spreekt een vervelend gevoel dat ik een nare herinnering noem want twee jaar geleden was er ook een operatie. Een hele zware. Hoewel de operatie goed verliep, zullen we het maar niet meer hebben over wat erna gebeurde. Ik schud die gedachte snel van me af. Ik heb er niks aan. Dit is anders.

Ik probeer me voor te houden dat de kleine ingreep aanstaande dinsdag jou gaat helpen. De vervelende neussonde gaat uit je keel (je hebt er zoveel last van – moet elke ochtend kokhalzen als je wakker wordt) en er komt een gaatje in je buik. Dat gaatje zorgt ervoor dat je eten direct in je maag gaat. En wij; papa, mama, opa en oma en ik zullen weer moeten leren hoe we jou eten gaan geven. Ik hoop door deze ingreep dat je lekkerder in je vel gaat zitten.

En ik heb al een idee welk cadeautje ik voor je ga kopen. Maar dat vertel ik nog niet!

Alle brieven aan Q lees je hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Het gaat allemaal zo snel voorbij.

Alles is nieuw als je heel jong bent. Geluiden, geuren, mensen, dingen. De laatste tijd las ik een aantal blogs en artikelen van jonge ouders die eigenlijk alleen maar klaagden over hun kroost. En het zuchten en steunen werd niet minder. Ze werden ’s nachts wakker, ze gilden alles bij elkaar, je kon niet eens rustig met vakantie. Bovendien viel het zogenaamde kwartje ineens; het leven met een kind was ineens écht anders. Dat hadden ze niet echt voorzien. (Hoe kan dat?!)

Vanmiddag stond de schuifdeur open naar de tuin. Er waaide een klein briesje doorheen waardoor het aangenaam lekker op temperatuur was in de woonkamer. Ineens ging het stortregenen. Het kletterde op de tegels. Mijn neefje schoof op zijn billen naar de opening van de schuifdeur. Hij keek naar buiten naar de regen en keek weer naar mij. ‘Regen.’ zei ik nog maar. Ik begon het liedje te zingen ‘Het regent, het regent, de pannen worden nat..’ Neefje lachte en keek weer naar buiten. Weer keek hij naar mij, ik was naast hem gaan zitten. Samen keken we naar de plensbui. Het was mooi. Even stak neefje zijn hand naar buiten. Regendruppels! Nat! Hij trok zijn hand weer terug.

Voor je het weet, lieve jonge ouders, is deze fase verdwenen. Opgeslokt in de dagelijkse rompslomp, de haast, de vluchtigheid. Je denkt aan je werk, aan weekend, aan verder maar je jonge kind leeft nu. Hij ontdekt wat wind is en regen, kruipt naar alle hoeken in de kamer en verder want hij is op ontdekkingstocht. Voor je het weet slaat hij met deuren en wil op kamers. De mooiste, meest onbevangen tijd met je kind is deze tijd. De tijd van ontdekkingen. Koester het. Het gaat allemaal zo snel voorbij.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.