Tagarchief: brieven aan Q

Een gaatje in je buik.

De laatste week voel ik me onrustig. Het is een gevoel dat ik probeer van me af te schudden. Dat lukt alleen als ik jouw filmpjes of foto’s even bekijk. Dan word ik weer rustig omdat ik je hoor lachen of je probeert nieuwe woorden uit. Het leven gaat gewoon door, altijd, en dus zijn er voor jou op de dagen voordat je geopereerd wordt gewoon normale dingen.

Het is simpel, als ik mijn eigen realisme inzet weet ik verstandelijk dat het maar een kleine ingreep is die niet lang duurt en waarbij je hoogstwaarschijnlijk niet lang in het ziekenhuis moet blijven. Maar er spreekt een vervelend gevoel dat ik een nare herinnering noem want twee jaar geleden was er ook een operatie. Een hele zware. Hoewel de operatie goed verliep, zullen we het maar niet meer hebben over wat erna gebeurde. Ik schud die gedachte snel van me af. Ik heb er niks aan. Dit is anders.

Ik probeer me voor te houden dat de kleine ingreep aanstaande dinsdag jou gaat helpen. De vervelende neussonde gaat uit je keel (je hebt er zoveel last van – moet elke ochtend kokhalzen als je wakker wordt) en er komt een gaatje in je buik. Dat gaatje zorgt ervoor dat je eten direct in je maag gaat. En wij; papa, mama, opa en oma en ik zullen weer moeten leren hoe we jou eten gaan geven. Ik hoop door deze ingreep dat je lekkerder in je vel gaat zitten.

En ik heb al een idee welk cadeautje ik voor je ga kopen. Maar dat vertel ik nog niet!

Alle brieven aan Q lees je hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Het gaat allemaal zo snel voorbij.

Alles is nieuw als je heel jong bent. Geluiden, geuren, mensen, dingen. De laatste tijd las ik een aantal blogs en artikelen van jonge ouders die eigenlijk alleen maar klaagden over hun kroost. En het zuchten en steunen werd niet minder. Ze werden ’s nachts wakker, ze gilden alles bij elkaar, je kon niet eens rustig met vakantie. Bovendien viel het zogenaamde kwartje ineens; het leven met een kind was ineens écht anders. Dat hadden ze niet echt voorzien. (Hoe kan dat?!)

Vanmiddag stond de schuifdeur open naar de tuin. Er waaide een klein briesje doorheen waardoor het aangenaam lekker op temperatuur was in de woonkamer. Ineens ging het stortregenen. Het kletterde op de tegels. Mijn neefje schoof op zijn billen naar de opening van de schuifdeur. Hij keek naar buiten naar de regen en keek weer naar mij. ‘Regen.’ zei ik nog maar. Ik begon het liedje te zingen ‘Het regent, het regent, de pannen worden nat..’ Neefje lachte en keek weer naar buiten. Weer keek hij naar mij, ik was naast hem gaan zitten. Samen keken we naar de plensbui. Het was mooi. Even stak neefje zijn hand naar buiten. Regendruppels! Nat! Hij trok zijn hand weer terug.

Voor je het weet, lieve jonge ouders, is deze fase verdwenen. Opgeslokt in de dagelijkse rompslomp, de haast, de vluchtigheid. Je denkt aan je werk, aan weekend, aan verder maar je jonge kind leeft nu. Hij ontdekt wat wind is en regen, kruipt naar alle hoeken in de kamer en verder want hij is op ontdekkingstocht. Voor je het weet slaat hij met deuren en wil op kamers. De mooiste, meest onbevangen tijd met je kind is deze tijd. De tijd van ontdekkingen. Koester het. Het gaat allemaal zo snel voorbij.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Je doet je best en je best is genoeg.

Lieve Q,

Er reist sinds deze week een leeuw in mijn tas. Sinds je boeken bekijkt ben je fan van de leeuw. Als je de leeuw ziet maak je hoge geluiden en leg je je snoet op de bladzijde, alsof je wilt knuffelen. Je vindt leeuw overduidelijk lief. Ook kleine puppies, babyeendjes en andere kleine dieren en kinderen vind je lief. Je ziet het verschil tussen groot en klein. Je reageert daarop.

Leeuw reist mee in mijn tas en als ik thuis ben zet ik leeuw op de tafel. Leeuw kan namelijk zitten. Jij ook, sinds kort. En hoe! En sinds je zit ontdek je de wereld weer opnieuw. Alles is van een andere hoogte. Je hebt ook meer bewegingsvrijheid; je kunt een rondje draaien met je benen, je kunt voorover leunen en spullen pakken. Je kunt rechtop kijken, je kunt zittend televisie kijken en dus zitten op de eerste rang en je kunt schuifelend de kamer door. En alles wat hoger staat kun je aanraken. Wat een ontdekkingstocht! Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend. Ja, voor kinderen zonder een beperking wel.

We hoopten het maar we wisten niet of het echt zou lukken. Voor je tweede verjaardag zitten? Misschien. Je hebt de afgelopen tijd zo hard gewerkt en geoefend. Niet omdat het moest van de fysiotherapeut, maar omdat je het zelf steeds weer probeerde. Ik had er vertrouwen in dat het ging lukken. Ik durfde het zelfs hardop te zeggen, en even later zei ook de fysiotherapeut het. Voor je tweede verjaardag zou je gaan zitten. Q, je doet alles in je eigen tempo. De wereld heeft geen uitgewerkt plan, dat plan verandert waar je bij staat. Wat het ook is, het is zo. Maar je doet je best en je best is genoeg.

Leeuw gaat vandaag op reis in de tas naar jou toe. Hij zal je feliciteren met je verjaardag en in je oor fluisteren dat je het goed doet. En dat is genoeg. Samen met leeuw kun je spelen. Ik hoop dat hij je beste vriend wordt. Lieve Q, wat wordt je groot. Gefeliciteerd met je tweede verjaardag!

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Maar Carnaval haal je niet uit de Brabander.

Weet je wat ik wel zou willen zijn? Een bloemetjesgordijn!

In de jaren dat ik in Brabant woonde en werkte liep ik vaak met mijn ziel onder mijn arm. De deken van inhouden, verstoppen, niet zo gek doen en zeker niet zo direct lag steeds zwaarder over mij heen ingestopt. Het knelde en zat strak. Maar zodra Carnaval om de hoek kwam kijken zat ik rechtop en kon dat deken worden afgegooid.

Gisterenavond zag ik de documentaire van Lex d’n Urste. Nao ’t Zuuje. Het Carnaval in Venlo werd vastgelegd. Ik zag verklede mensen, zingende mensen, hossende mensen. Er werd samen gedanst.
Ik herinner me de dagen dat ik met mijn ouders op stap ging. Ik weet nog de grote zaal in de Korenbeurs. Ik stond bovenop een biljarttafel als klein meisje te dansen. En ik zong en was trots op mijn mooie kleding. Ik was verkleed als ballonnenman, Pipi Langkous en Maja de Bij. Ik was liever elk jaar dansmarieke geweest maar die pakken waren veel te duur.

Het plezier, die saamhorigheid, is me in het bloed gaan zitten. Blijkbaar gaat het er ook niet meer uit. Het had voor mij, jaren later, ook niets met veel drinken of balorigheid te maken. We gingen uit en hosten (kluunden) van kroeg naar kroeg omdat er feest was en iedereen genoot. Ik vierde Carnaval in Zaltbommel, Den Bosch, Uden en Oss. Ik zwaaide naar optochten. Ik ging toen ik klein was naar het Kuikentjesbal. Ik vierde Carnaval op school. Het gevoel van vrijheid en blij zijn was denk ik het fijnste gevoel aan Carnaval. Misschien ook het gevoel dat het mocht. Mensen mochten los, vrij zijn.

Je kunt een Brabander wel uit zijn geboorteplaats halen maar Carnaval haal je niet uit de Brabander.

Opeens voel ik een soort fanatisme opkomen als ik merk dat mijn kleine neefje niet verkleed gaat in een blauwe kiel en een zonnetje geschminkt krijgt op zijn wang. Dat hij de kinderoptocht nu niet meemaakt en geen gekke liedjes luistert. Want hij is een Brabander! Moet de gekke tante uit Den Haag dan even de opvoeding van zijn papa en mama verstoren? Ik zou het bijna doen! Carnaval hoort bij de Brabantse roots, besef ik me. Misschien nu meer dan ooit.

Misschien, als jij ouder bent Q, neemt je tante uit Den Haag je aan de hand en vertel ik over Carnaval. En ja, misschien is dat een beetje knotsgek. Maar da’s soms ook leuk, war!

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Kijk, ik kan dit. Goed hè, van mezelf.

De uitnodiging voor #mijnmoment kwam eigenlijk op een verkeerd moment. Meestal schrijf ik een stukje en weet meteen wat ik moet vertellen. Dit jaar buitelde ik over de vele kleine en grote momenten. Ik weet dat sommige uitgenodigden lichtjes smokkelen maar daar voelde ik me niet goed bij dus ik sloeg de uitnodiging af. Maar het moment van 2017 kwam dus afgelopen weekend. Mijn familie was op bezoek. Er werd gegeten en gedronken en gebabbeld en mijn verjaardag werd nog even gevierd.

Q was er ook. Hij was groter gegroeid, dat zag ik wel. Hij manoeuvreerde zich op zijn rug en buik langs de tafel en stoelen, schoof onderweg de ukelele op de steun bijna om en een plant en zette zich met zijn voeten fel af zodat hij een kwartslag draaide als een tol. Als hij het in zijn bol had draaide hij telkens een kwartslag rond en leek het alsof hij breakdancete. Hij rolde, schoof en bewoog met een snelheid waar je u tegen zei.
Het kind was niet moe te krijgen. Beter gezegd, hij was best wel moe maar hij zei ‘Nee! Nee!’ als we vroegen of hij niet moest slapen. Toen we in de avond zouden gaan eten gaf zijn moeder met een speciale tuitbeker wat water. Dat was onder andere in de weken ervoor geoefend met de specialisten in de St.Maartenschool. Ik zat tegenover hem en moedigde hem aan. Nog een slok. Dat is vier. Nog een slok. Dat is vijf. Na een korte pauze wilde hij nog een slok. En nog een. En we telden misschien wel elf slokken water. Het moment kwam toen hij ons aankeek en een hele brede glimlach op zijn gezicht kreeg. Hij keek naar mama, naar papa, naar oma en naar mij. Kijk, ik kan dit. Goed hè, van mezelf. Heb je het gezien? Ik dronk heel veel slokken water! Ik kan dat, heb je het gezien?

Het is goed af en toe om trots te zijn op wat je hebt gepresteerd. Ik ging dit heel goed onthouden.

Alle brieven aan Q staan hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.