Skip to content →

Tag: creativiteit

Het idee dat klaar is om geboren te worden.

Ik zou een boek willen schrijven dat niemand eerder geschreven heeft. Zo’n boek vol met werkelijkheid en genadeloze tragi-komische scenes die misschien wel waar- of net niet waargebeurd zijn. Gisteren zat ik in de bioscoop en kreeg een plotseling schrijfmoment maar ik kon mijn telefoon niet meer pakken want de lichten waren al gedimd en de mensen zouden geïrriteerd raken als ik mijn telefoon alsnog zou gebruiken. Dan maar hopen dat de gedachte, het idee, zou blijven hangen tot s’avonds of de volgende dag. Stiekem baalde ik daarvan omdat ik het moment, zoals ik het me herinnerde, niet exact zou kunnen terughalen terwijl het idee klaar was om geboren te worden.

‘Ideeën schrijf je niet op, de beste ideeën blijven in je geheugen hangen.’ zei iemand ooit tegen mij. Ik heb mijn aqua badkamernotitieboek in de douche hangen, sleep mijn moleskineboekje altijd mee en heb een app op mijn telefoon om plotseling zinnen te kunnen noteren. Ik gebruik mijn WordPress app om onvolledige blogposts te schrijven die later gefinetuned worden. Werkt het zo, dat het beste idee blijft hangen?

Ik ken mensen om me heen die de hele dag nieuwe ideeën hebben. Het gebeurt gewoon, soms al bij het opstaan. ‘Ik heb een idee…’ en dan begint hun verhaal. Laatst vroeg ik me af hoe vaak ik een nieuw idee heb, of mijmer ik gewoon heel veel over oude ideeën die gewoon een hele poos sudderen totdat ik weet wat ik ermee aan moet?

Ik las pas geleden het boek van Elizabeth Gilbert over ideeën en creativiteit en zij vertelde dat een idee dat lang moet sudderen nog niet klaar is om geboren te worden. Sommige ideeën gaan ook weer weg.

 

Wat eerst zo goed en geweldig leek, blijkt even later een stom idee.

Weg ermee!

 

Ik ben een sudderaar. Eigenlijk heb ik weinig nieuwe ideeën. Ik zou doodmoe worden van die nieuwe ideeën en het idee te moeten hebben daaruit te moeten kiezen. Eens in de zoveel tijd fluistert er een idee in mijn oor dat er een idee is, klaar om geboren te worden. Het is vaak helemaal niet concreet, vandaar dat het eerst gaat sudderen. Het suddert soms dagen en weken en soms weken helemaal niet. Dan lijkt het idee vertrokken, verhuisd. Het oorspronkelijke eerste idee is vaak alleen maar een gedachte, een woord of een gevoel. Ik kan er vrij weinig mee, zo op het eerste moment. Soms is dat frustrerend, het idee zou best weleens concreter mogen zijn, dat zou het voor mij makkelijker maken. Het is vergelijkbaar met een droom die je weleens hebt waarbij je met het wakker worden sommige dingen nog herinnert en andere dingen ineens weer vergeten bent. Warrig. Niet concreet en helder.

Gisteren, terwijl ik in de bioscoop zat, kreeg ik ineens een idee voor een scene voor mijn verhaal. De scene zou geweldig goed zijn voor de jus van het verhaal; de manier waarop ik de hoofdpersoon zou laten zien hoe zij was. Het zou een scene zijn om haar karakter meteen goed te kunnen neerzetten. In die ene scene zou precies duidelijk zijn waarom alles was zoals het was. En ik baalde dat ik die scene, dat stukje verhaal, niet meteen kon noteren. En toch zou het geslepen moeten worden. Er zou ergens een zin verdwijnen of verplaatst worden. Er zou zelfs een moment komen waarbij ik zou nadenken of ik het eruit gooide of niet. Nee, daar was het idee weer te sterk voor. Die scene ging er niet uit, dat wist ik wel.

 

‘Zulke ideeën zijn nog niet klaar om geboren te worden.’

 

Wat ik het liefst wil is een karakter schetsen van een persoon die ik stiekem zou willen zijn. Mijn doel is haar met verwondering te volgen en tegelijkertijd te denken: Nee! Dat meen je toch niet! Wat ga je nu weer doen! Dat is niet normaal! En als je alles zou volgen zou je ook nog begrijpen waarom alles gebeurt zoals het gebeurt en op dat moment.

Het is niet voor niets dat schrijvers soms in een hutje op de hei gaan zitten om zich over te geven aan het karakter en het verhaal. Ik zat laatst in de trein, net voordat ik een aantal paragrafen thuis geschreven had, en ik niet loskwam van het verhaal. De trein vervoerde me langs wegen en weilanden maar het greep me even niet. Er was ergens een scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie ontstaan. Het leek ongrijpbaar, een beetje zoals het raam tussen mij en de buitenwereld.

 

 

Leave a Comment

Big Magic – Elizabeth Gilbert gaf een lezing.

Ik denk veel na over creativiteit. Dat komt omdat ik mezelf vaak heb moeten verdedigen omdat ik deed wat ik deed en dacht wat ik dacht. Er zijn nog steeds veel mensen in mijn omgeving die rationeel alles in hun leven benaderen en daardoor hun leven op een andere manier inrichten dan ik. Elizabeth Gilbert zou erom vloeken, wat ze veel doet, ook op een podium. Alleen al daarom vond ik haar lezing vandaag bijzonder ‘liberating’. Maar vooral haar uitleg over creativiteit was niet alleen een aaneenschakeling van ‘oh ja’ momenten, maar ook een gevoel van thuiskomen. Ik ben niet alleen in mijn zoektocht, ik sta niet alleen in mijn manier hoe ik mijn leven heel bewust (maar ook onbewust) indeel. Creativiteit is een avontuurlijke disbalans die niet iedereen nastreeft. In de kern, zegt Gilbert, gaat het om het proces en niet de uitkomst. Het gaat er niet om wat anderen ervan vinden. Het gaat er niet om dat het succesvol moet zijn. Ploeter, maak, creëer en deel en zet voor eens en voor altijd je eigen handdruk op de muur. Dit is wie ik ben. Dit heb ik gedaan, dit heb ik gemaakt en dit is waar ik van houd. Ik zat vanochtend tussen ik weet-niet-hoeveel vrouwen en een enkele man (waarom?) in de uitverkochte grote zaal van Paradiso en luisterde ademloos naar de lezing van Elizabeth Gilbert over haar nieuwe boek Big Magic – Creative Living Beyond Fear.

Als ik een moment moet noemen waarbij ik beschaamd werd in mijn limietloze benadering van creativiteit zou ik het moment noemen wat ik me meestal meteen herinner, namelijk toen ik nog werkzaam was bij een kinderdagverblijf waar ik met collega’s werkte die liever op de bank zaten een baby te voeden (de letterlijke woorden van een leidster: ‘Ik zit nog wel een paar uur en dan kan ik naar huis’) dan met de grotere kinderen de wonderen te ontdekken van creativiteit. Het bewuste moment kwam toen ik een thematafel met de kleinsten had geknutseld maar er geen watten meer waren om wolken te maken. Ik keek om me heen, bedacht me dat luiers, als ik ze een beetje uit elkaar haalde en aan een touwtje hing, konden doorgaan als wolken. De kinderen snapten precies wat ik bedoelde. Voor hen was het magisch denken; die luiers waren wolken. Duh! Dat zag je toch?
Mijn collega kwam de gang in lopen, keek even omhoog naar de bewegende wolkenluiers aan het plafond en zei met een zucht: ‘Je kunt ook overdrijven hè?’ … Misschien besefte ik me op dat moment dat ik daar niet hoorde. Niet bij hen.

een rij bij lezing Elizabeth Gilbert
Een lange rij een half uur voor aanvang bij de lezing van Elizabeth Gilbert.

Creativiteit is het oprekken van je ideeën, zeg ik altijd. Het is iets bedenken en dan het lef hebben er wat mee te doen. Het is ook flexibiliteit van je gedachten. Wie niet zo creatief is, wie snel in paniek raakt omdat iets niet gaat zoals het in hun hoofd zit (of geleerd is dat het zo hoort) kan moeilijk omschakelen en de flexibiliteit vinden om van een situatie iets anders te maken. Iets wat misschien minder in hun straatje past maar goed genoeg is om daar vervolgens tevreden mee te zijn. Creativiteit is niet alleen maar kunst maken of muziek componeren. Creativiteit zit in heel veel dagelijkse plannen, die plotseling geheel anders verlopen, zo te draaien dat je ‘s avonds, als je op de bank zit uit te puffen, denkt: het viel wel mee. Ik heb die andere route moeten nemen, maar ik ben thuis. Maar ik heb meer gezien daardoor! Ik vertel er ook over in Opkrabbelen.

Gilbert sprak over de totstandkoming van haar boek. Ze had er twaalf jaar over nagedacht, schreef ondertussen nog een paar andere boeken voordat haar idee een echt uitvoerbaar plan was. Mensen met heel veel ideeën moeten dat ene idee kiezen en er vol voor gaan en het afronden. Er wacht een beloning op je als je een idee afrondt. Vaak komen er opeens andere ideeën voorbij. Ze fluisteren in je oor: ‘Hé, ik heb een heel leuk, nieuw, sexy idee.’ Maar, zegt ze, zo’n nieuw, sexy idee wordt ook weer minder sexy. Alles vervaagt weer, ook dat nieuwe idee. Blijf bij dat ene oorspronkelijke idee en werk dat uit. Je zult er blij van worden omdat dat het idee was dat je hebt aangepakt.

‘Succes is not up to you’. — Elizabeth Gilbert

Susan Smit kwam vervolgens op het podium om Gilbert uitgebreid te interviewen. Het herkenbare onderwerp boeken schrijven kwam langs. Ik kon er niks aan doen maar ik knikte telkens mee. Precies! Het leukste, interessantste onderdeel van het schrijfproces is het nieuwe idee. Ineens bedenk je, over dit onderwerp ga ik het hebben! Dit is het! En het geeft Gilbert een gevoel van verliefd zijn. Het is blijheid en spanning tegelijk. En het beangstigt mij ook altijd op hetzelfde moment. Dat zijn vaak de beste ideeën, denk ik dan. Het gevoel een avontuur aan te gaan waarbij je niet helemaal goed weet wat het gaat veroorzaken en soms, op sommige dagen, vraag je jezelf af of het wel goed was waar je aan begonnen was. Of dat mensen het wel gaan lezen. Twijfels slaan toe. Maar omdat je teruggrijpt naar dat oorspronkelijke eerste gevoel, dat idee, kun je verder. Het gaat niet om het doel, namelijk succesvol worden of zijn. Je weet namelijk niet, als je start met een creatief plan, waar het eindigt. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om het bezig zijn, voor jezelf. Niemand anders. Zodra je daar doorheen bent begint het slome, trage en saaie proces. Ik weet er alles van. Vooral met mijn laatste boek, Beter Bloggen was het afzien geblazen. Het editen ging soms niet soepel. Verre van zelfs. Het is maar goed dat een editor met een helikopterblik ziet waar de lijnen, die eerst door elkaar liepen, weer strak naast elkaar staan. En dan is het af. En op dat moment is het project af. Je kunt er niks meer dan veranderen. Bovendien was dat stemmetje in je achterhoofd (‘Misschien wordt dit boek een succes!’) niet het goede stemmetje. Succes is namelijk niet aan jou. Dat is aan de wereld. Mensen die je boek wel of niet willen kopen. Dat gebeurt of niet. Ook Gilbert kon ervaringen uitwisselen over boeken die niet goed verkochten en toen ineens wel.
Yes-’, zegt Susan Smit om in te haken op dat vervelende gevoel van loslaten, ‘- It is sort of your baby, right?’ En dan zegt Gilbert iets wat ik bewonderenswaardig vind maar ook zo stoer:

‘Don’t say it’s your little baby. A book is a thing. If you throw it on the floor nothing bad will happen.

(Het zet je zo lekker BAF! met je voeten op de aarde. Ik hou daarvan.)

Wat Gilbert verder allemaal vertelde, op een inspirerende en humorale manier, kon ik alleen maar beamen. Ze vertelde over een vriendin die les geeft aan mensen die gestopt waren met tekenen en in hun volwassen jaren opnieuw leerden tekenen en schilderen.  Hun eerste lijnen op een wit vel zijn de lijnen van kinderen van een jaar of tien, alsof hun creativiteit heeft stilgestaan. Ik kan me nog een blogworkshop herinneren bij een corporate bedrijf dat ‘wat anders wilde’ en mij inhuurde om ze (de werknemers) ‘wakker te schudden.’ Meestal betekent dat in de praktijk gewoon een heleboel weerstand. Gros van de mensen wil helemaal niet wakker geschud worden. Ik herken dat ook, ik moet ook vaak over de drempel heen stappen om mezelf verder over die grens te trekken. Spreken in het openbaar bijvoorbeeld. Dat geeft naast angst ook een gevoel van overwinning (als het voorbij is.) Gilbert beschreef als laatste dat gevoel alleen maar te werken en dan dood te gaan en tussendoor spullen te kopen die je heel even een goed gevoel geven, maar dat het er voor haar hopeloos uitzag. Jezelf pushen tot creativiteit is de werkelijke uitdaging en het werkelijke avontuur. Wat maak jij? Wat veroorzaak jij zodat een ander zich geïnspireerd voelt? Wat laat je achter?

Ik kan niet zonder creativiteit. Als je kinderen hebt of met kinderen werkt zul je niet zonder kunnen. Ik zou het verafschuwen als een kind niet in zijn volle creativiteit mag opbloeien omdat hun ouders snel iets stom vinden of hun kind niet het talent laten bloeien om zichzelf te uiten omdat hun ouders daar niet in geloven. (Wat jij wil worden, daar is geen geld mee te verdienen, je hebt het talent niet, je verspilt je tijd, geloof mij maar: niemand koopt dat straks, en eigenlijk zeggen: ik geloof niet in jouw zienswijze; jouw creativiteit) Maar ook volwassenen die telkens een wetenschappelijke definitie of een tastbaar bewijs nodig hebben of alles wat magisch is  (en er is zoveel!) weg rationaliseren mogen wat mij betreft ver van mij vandaan blijven. Zij hoeven niet in mijn blogtrainingen te zitten. Ik snap niet wat zij zien en zij snappen niet wat ik zie. En Elizabeth Gilbert zei (al vloekende) precies hetzelfde.

2 Comments

Krabbé zoekt van Gogh en ik zoek de juiste woorden.

Ik begon mijn Facebookbericht afgelopen donderdag met ‘Het was me het dagje wel.’ Het was me het weekje wel, eigenlijk. Soms zwoeg je met je lijf, je hart, je hoofd en je woorden. Ze waren er namelijk niet altijd en als ze er wel waren, de woorden, dan waren ze doorgestreept. Ik kreeg mijn tekst terug van de redacteur. Soms waren de woorden doorgestreept omdat het beter was. Maar halverwege stopte ik met nakijken en gooide de deur achter me dicht. Soms vraag je je af wat je aan het doen bent. Ik zie van dichtbij dat makers, kunstenaars, creatievelingen worstelen met hun eigen maaksels. Is het wel goed genoeg? Kan ik er trots op zijn?

Mijn dagen vulden zich met schrijfdrukte, kinderpret (en opvoedperikels en opvoeddiscussies) sociale uitjes (Social Media Club 070) en een welverdiende vrije dag waar ik van genoot want soms wil je lijf hele andere dingen dan werken en moet je je lijf gehoorzamen. Ik maak er al lang geen ruzie meer mee en laat het toe. Zonder energie is er namelijk helemaal geen productiviteit. Ik ben al lang voorbij aan de onrust van werkdruk en wat anderen mij opleggen. Ik kan niet meer dan wat ik vandaag (aan)kan. Mijn mantra werkt nog steeds: ‘Geen tijd voor bullshit.’ Grenzen stellen.

En dan zat ik naar de film over Amy Winehouse te kijken in een kleine zaal in het Filmhuis over een tengere dame die heel goed wist wat ze wilde maar gaandeweg, door alle bemoeienissen, haar eigen verhaal kwijtraakte. Er waren mensen die profiteerden, haar vriend en zelfs haar eigen vader, en managers die financieel belang belangrijker achtten dan creativiteit en kunstenaarschap en de ruimte die iemand moet kunnen krijgen om te maken. Ze vernachelde het zelf ook. Drugs, verslavende aandacht in het algemeen, deed haar uiteindelijk de das om.

’s Avonds keek ik Krabbé zoekt van Gogh. Een kunstenaar die vervloekt werd en weggeduwd. Zijn kunst was niet goed, niet mooi, werd hem gezegd. Zijn kunst werd amper verkocht en als het verkocht werd hing het in een kippenhok als opvulling. Hij kon echter niet anders. Dit was wat hij moest doen. Er was geen andere weg, geen compromis. Hij had het gekund hoor, vast en zeker; doen wat anderen deden, maar hij kon het niet. Zijn hoofd, zijn handen maakte datgene wat na zijn dood pas gewaardeerd werd.

Soms zwoeg je met je lijf, je hart, je hoofd en je woorden.

Als je de uitreiking afgelopen week zag van de Gouden Kalveren, hoorde je een speech voorgedragen door de zus van een muziekmaker. Deze muziekmaker was allesbehalve blij met deze prijs. Hij verdiende het niet. Hij verdiende het niet omdat hij vond dat zijn muziek vernacheld was. Aangepast, weggeveegd, uitgewist en opnieuw in elkaar gedraaid. Alsof je een deeg zo kneedt dat het een lekker broodje wordt, zoals zovelen die in de winkels liggen. Dat was niet wat hij voor ogen had toen hij zijn muziek maakte.

Ik keek naar mijn tekst en besloot even niets meer te goed te keuren aan alles dat aan zinnen veranderd was. Ik was me terdege bewust van de juistheid van veranderingen, woorden die verschoven konden worden zodat het beter las. Logisch. Maar heel even afstand nemen van alinea’s die niet meer mijn woorden waren was zeker niet verkeerd. Ik luidde het weekend in. (Jij ook nog een fijne zondag.)

One Comment