Een jaar geleden.

Lieve mama,

Een jaar geleden, maar zo voelt het niet. Het voelt veel korter. De mussen bleven stil toen ik de achterdeur van je huis opendeed en jouw zus, mijn tante, belde. ‘Het is gebeurd.’ zei ik. Het afgelopen jaar ging snel. Je verdween.

Woensdagavond zat ik met mijn stiefdochter in een restaurant en zei ik dat ik je nog wat extra jaartjes had gegund. Ik had je extra tijd gegund. Extra momenten. Maar dit dan wel zonder ziek zijn en zonder pijn. Het mocht niet zo zijn. Ik verzoen me ermee en probeer je levend te houden in gedachten en anekdotes. Zo bekeek ik afgelopen week de spruitjes die op mijn bord lagen en herinnerde me dat je zei dat je altijd de kleine spruitjes moet kopen, die zijn het lekkerst. Liefst na een vorst maar ik was ongeduldig.

Gisteren ben ik naar de bloemist gegaan want rond deze tijd kocht ik er fresia’s die jij zo lekker vond ruiken. Door de hoge energieprijzen zou ik voor een bosje meer dan zeven euro betalen, de bloemist vond dat te duur want er kochten vrij weinig mensen fresia’s. Of ik vandaag na twaalf uur terug kon komen, dan had hij ze waarschijnlijk in de winkel. Ik zuchtte want ik zou al naar je woonplaats onderweg zijn.

Niet iedereen heeft iets met het stilstaan bij een sterfdag maar ik vind het bijna net zo belangrijk als je geboortedag. Je wordt maar een keer geboren en je verlaat ook maar een keer deze aardkloot. Mam, vandaag ben ik even terug waar je graag was. In de buurt, dichterbij.

Bolleke.

Ik betrap me er weleens op dat ik tegen mijn overleden moeder praat, hardop of in mijn hoofd, alsof ze nog ergens is. Het gesprek gaat heel achteloos, zo van: ‘Nou, mam, wat dacht jij ervan?’ Of: ‘Dit had je wel/niet leuk gevonden zeker.’ Het is gemompel in de ruimte. Waarom zou ik dat doen? Ik weet het niet. Zo vertelde ik laatst dat Ellen Bakker een bolleke voor haar (en mij) aan het maken was. Het was nogal wat werk, ze hield me ervan op de hoogte en ik zag de kleivorm, het baksel en later de afronding. Toen de deksel werd gekleid had het eerst een bolletje bovenop. Ik twijfelde, maar ik vertrouwde Ellen erop dat het goed was. Toch was mijn eerste indruk dat het geen bolleke meer was maar een tiet en daar zou mijn moeder haar neus een beetje van moeten ophalen, ik zag het zo voor me. Niet alleen zou ze haar neus ervan moeten ophalen, ze zou er ook een beetje om moeten lachen. Een dag later vertelde Ellen dat mijn moeder het inderdaad geen goed idee vond. De deksel was kapot gevallen.

Nu is mama’s bolleke helemaal zwart van binnen zoals zwart hoort te zijn en aan de buitenkant straalt het groen en zelfs onderaan het potje zit een koperen gloed. Dat bleek lastig te fabriceren, zei Ellen nog. Op de verjaardag van haar kleinzoon werd het in een mooie doos met de letters ‘breekbaar’ erop thuisgebracht. Een prachtig potje. Een kleine urn. Een bolleke.

Lees hier meer: Een beetje moeder.

Kleibrein.nl

Wat eruit moet.

Ik lag op bed en keek naar de geopende slaapkamerdeur waar het licht scheen op de trap naar de zolder. Net ervoor had ik, zittend op de w.c met een emmer op schoot, zwetend en ziek, gewenst dat ik gewoon aan het werk was. Gewoon. Gewoon aan het werk. Als je maag omdraait en je buik ook is er enkel dat moment. Badkamertegels die dansen en een maag die ervoor zorgt dat je alleen maar bezig bent met wat eruit moet.

Ik dacht aan mijn moeder, die in bed was met een bloemetjes nachthemd aan en zittend moest overgeven. Ik hield de bak vast, zag haar spugen en wreef over haar rug. Haar grijze haren stonden achter in haar nek overeind. Het was al dagen niet gekamd. Niets voelde vies of naar. Alsof ik een kind van mezelf troostte en hielp. Later moest ik daarvan bijkomen, het besef dat ik haar geholpen had en daar niet over nadacht.

Ik lag op bed en keek naar de geopende slaapkamerdeur met het licht dat naar binnen viel en zou willen dat ze op die trap naar beneden liep om mij te troosten. Maar dat kon niet.

Alles verandert.

Alles verandert. En alles gaat voorbij. Vorige week voelde ik me, na een besluit over mijn werk, een stuk lichter. Je kunt wel proberen; proberen te veranderen, maar als de arbeid onvoldoende meebeweegt moet je zelf regisseren. Toen ik deze beslissing nam en actie ondernam voelde ik niet alleen dat ik zelf lichter werd, maar dat mijn moeder ook lichter werd. Dat klinkt raar, maar ze nam weer meer afstand. En misschien kwam dat omdat de plek waar ik nog werk en waar ik afscheid ga nemen ook voor een groot deel in het teken stond van mijn moeders ziekte, mijn vaders ziekte, en het afscheid nemen. Vaak stond ik in de kamer tijdens mijn werk te staren in de verte, mijmerend hoe nu verder. Vaak werd ik gebeld. Ik kookte er maaltijden terwijl de appjes binnenstroomden. Toen het stil werd, werd het ook stil op de plek waar ik elke middag mijn taken uitvoerde. Ook in dat huis zat rouw. En nu zou ik het achter me laten.

Vanmiddag wandelde ik via het park naar de winkel. Nog even iets kopen wat ik niet kon bestellen. Ik liep voorbij de grasvelden en de velden met talloze klaprozen. Het waaide, de klaprozen bewogen mee. Het schoot door me heen. Ik heb een ander gevoel nu. Mama is niet weg uit mijn gedachten maar ook mijn gedachten over haar veranderen. De rouw is minder pijnlijk. Het is anders. Misschien was er een besluit voor nodig om de laatste restjes achter te laten. Om verder te gaan. Een nieuw hoofdstuk te schrijven.

Lees hier alle delen van: Een beetje moeder.

Zo groen.

Gisterenmiddag pakte ik mijn boek en zat neer op het bankje in de achtertuin. Ik was net begonnen in het boek van Peter Middendorp, Neven. Toen ik even staarde in de verte, naar de mini tuin waar de magnoliaboom staat en waar de druivenstruik in bloei is, dacht ik aan vorig jaar, toen de medische karavaan aan zijn reis begon; mijn moeder in het ziekenhuis lag en ze elke dag belde. Mijn telefoon kon niet even ergens liggen, ik nam hem overal mee naartoe. Stel dat. Toen ik vorig jaar, rond deze tijd, in het bankje zat naast mijn vriend, appte hij naar mijn moeder en stuurde een foto van onze tuin. Het was vroeg in de avond, net na het eten. We dronken koffie. Ze appte terug. ‘Is dat jullie tuin? Het is zo groen!’ Ja, het was heel groen. Ja, het was onze tuin. De tuin waar ze ook had gelopen als ze op visite kwam. Maar ze wist het niet meer. Er vielen steeds stukjes weg, herinneringen. Ze waren als kleine bellen die uiteenspatten in de lucht. Je zag het, even, erna was het weg.

Ik mijmerde, terwijl ik in het bankje zat, dat het vorig jaar ongeveer begonnen was. We gaven destijds nog niet op, hielpen waar we konden en gingen mee naar ziekenhuisafspraken. Maar rond deze tijd begon het. Een jaar is net als een paar maanden geleden. De tijd die is verstreken is een week, een maand, geen 365 dagen. Het is meer een aaneenschakeling van momenten, niet achter elkaar per se. Ik voelde even de paniek, het schakelen, de afstand die ik vaak voelde waar ik niets kon uitrichten, enkel kon luisteren.

Alle tijd heeft zijn ijkpunten. Vele momenten vergeten we, andere momenten staan in mijn geheugen gegrift.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten