Er wordt een initiatief geregen.

Mensen worden weleens aangeraakt. Niet alleen letterlijk maar vooral figuurlijk. Er ontstaat een onzichtbare ketting die telkens een knoop rijgt. Of het is een fluistering.

Ik zag gisteren een video van de regisseur van E.T. Ik ben zijn naam kwijt. Hij vertelde in een speech dat een idee nooit schreeuwt. Het fluistert. Het is soms aanwezig om je er langzaam maar zeker bewust van te laten worden. Hetzelfde gebeurt soms met initiatieven. Zo reeg afgelopen Koningsdag iemand een knoop in de lange, onzichtbare ketting door plantjes te verkopen voor het goede doel.

Gisteren kocht ik er ook eentje. Logisch.

(Deze foto op dinsdag is gesmokkkeld; gisteren geschoten, vandaag gepubliceerd.)

Laat mij maar even.

Afgelopen zaterdagavond zat ik aan tafel te borrelen en te eten met vrienden. ‘Waar ben je momenteel mee bezig?’ ‘Ik schrijf mijn boek.’ Ik haperde ervan. Het wordt als het goed is een boek, voor nu is het een verhaal. Het verhaal is eigenlijk af maar ik haper ook daar. Ik huiver, ik aarzel, ik wil eigenlijk niet dat iemand het al leest. Het was meer dan een jaar mijn cocon. Ik was mijn geheime laatjes aan het opruimen. Als ik het over een maand opstuur is het klaar. Alle kastdeuren en laden open. Geen verborgen lijnen, geen verhullingen. Niets. Mijn hoofdpersoon zal spreken, dat doet ze nu nog niet, en dat hou ik liever zo. Ik ken haar het beste, ik ken alle personages het beste. Al een jaar of vijf wonen ze in mijn hoofd.

Er zijn maar twee personen die mijn verhaal ongeveer kennen. Twee redacteuren van een uitgever. Verder helemaal niemand. Mijn woorden zijn zorgvuldig gekozen en dat is de reden dat ik soms met pijn in mijn buik zinnen afrond en denk: Straks leest niet alleen de redacteur mijn verhaal, maar ook mijn vriend en als het goed is iedereen. Ik heb me nog nooit zo kwetsbaar gevoeld. Dus laat mij maar even. Ik ben vandaag een sentimentele.

Vandaag buiten ondanks de miezer.
Toch weer naar binnen want dat was toch fijner.

Het is zo.

Het is zo. Het is niet anders.

Er is geen toverstaf, geen toverspreuk, geen magische drank. Het lijkt op Halloween maar dan erger. Soms neemt een situatie een zeer onverwachte wending en heeft een actie grote gevolgen. Die gevolgen zijn er. Het is gebeurd. Niemand kan er wat aan doen.
Gisterenavond liepen er twee kleine kinderen over straat in zwarte kostuums. Ze probeerden mensen te laten schrikken. Ik schrok er niet van. Ik was dagen ervoor al genoeg geschrokken, daar kon niet veel meer bij. Bovendien wist ik dat de kostuums uit konden. Waarschijnlijk liepen die twee kinderen ‘s avonds laat alweer naar huis met een zak vol snoep en bracht hun moeder hen naar bed en lagen de zwarte kleren in de badkamer op de grond bij de wasmand alsof er niets gebeurd was.

Ik las een blogpost van Cathelijne over ‘let it be‘ en ‘let it go‘. Verstandelijk begrijp ik helemaal wat er gezegd wordt. Als ik geen binding heb met een verhaal, een situatie of een gebeurtenis en enige afstand heb, begrijp ik volkomen hoe het werkt. Maar wat als je ineens middenin een situatie zit waarbij veel gebeurt, veel emotie speelt en men van de ene emotie overgaat in de andere? Als een op hol geslagen achtbaan? Dan probeer je grip te krijgen en wil je begrijpen wat er gebeurd is, hoe het gebeurd is, waarom het gebeurd is en wat je eraan kan doen. En ja, dan realiseer je je dat je niet op alle vragen antwoord krijgt en dat je niets kunt doen. Het is gebeurd. Het is zo. ‘De tijd zal het leren.’

Momenteel knokt er een lief, klein neefje van net vier maanden voor wat ie waard is. Voor zijn hartoperatie was hij een energiek, enthousiast mannetje dat de hele dag aanstond, totdat hij, door zijn hartkwaal, weer moe werd en ging slapen. Het is nu andersom; hij ligt aan allerlei slangen en elektroden in een klein bedje op de IC en kan zijn ene arm en been niet meer bewegen. Onstabiel en wankel. Fragiel.
Hij is nog suffig van de dosis morfine, zijn borst heeft een rode streep van een enorm litteken en hij opent heel af en toe zijn ogen en knijpt met zijn rechterhand in je vinger om toch te laten weten dat hij je hoort. Ik zal je de waslijst met complicaties maar besparen. Het is zo. Het is gebeurd.

De wereld draait iets trager als slecht nieuws zich ophoopt. Ik vraag me af of die berg niet hoger kan en jawel hoor, die kan blijkbaar nog hoger. Ik irriteer me aan futiliteiten. Een meisje dat moppert dat ze haar mascara niet bij heeft als ik mezelf vervoer in de tram naar mijn werk. Ik ben boos. Zeker als die klojo met zijn smerige modderpoten op de bank zit en zijn voeten weghaalt. ‘Denk je nou echt dat ik hier ga zitten?!’
Ik probeer te steunen want er zitten ouders in zak en as. In stilte zitten en voor ons uit staren en huilen. En ondertussen werk ik gewoon door want de wereld draait door en ik probeer alles toch in perspectief te zien. Want het is zo. Het is gebeurd. Hij blijft mijn lieve, kleine neefje met dezelfde kromme pinken, daar verandert niets aan.

De vooruitzichten? Elke dag is er een. Het moment is nu. Kleine stapjes, hopelijk vooruit. Geduld. Wachten en nog eens wachten. Afwachten.

Het is gebeurd. Het is zo.

Het is dinsdag, de dag dat er een foto gemaakt wordt.  De afgelopen dagen ging mijn hartslag door het dak en weer terug, waren er vrienden die me een hart onder de riem staken en meeleefden en dit nog steeds doen. Hartverwarmend. Ze leven mee met mijn lieve kleine neefje die ze niet kennen maar door mijn verhalen leren kennen. Want ondanks alle tegenslagen is en blijft hij dat lieve, kleine neefje, daar verandert niets aan. Het leven is teer en broos, zei ik tegen mijn broer vorige week. Maar tegelijkertijd is het veerkrachtig. Vorige week woensdag was alles kritiek, daarna ging het gematigd beter en was ik onderweg naar het ziekenhuis. Er lag een hart op de grond met daarop geschreven: LOVE. Daar nam ik een foto van, onscherp maar duidelijk genoeg. Een paar dagen later, op zondag, stond ik bij de tram te wachten onderweg naar het ziekenhuis en vond ik er weer een. Toen kwam er ineens weer slecht nieuws. Gisterenmiddag liep ik in Voorburg en vond ik er weer een maar ik moest mijn tram halen.

Ik durf te zweren dat ik er vandaag weer een vind, en als ik er een vind, plaats ik het erbij.

De Zen van het leven.

‘Als je ouderdom ziet als een ziekte, zou je er een medicijn voor moeten bedenken.’ Iets in die strekking zei wetenschapper en verouderingsonderzoeker Andrea Maier afgelopen zondag bij Zomergasten. Ze vergeleek het met de alvleesklier. Als je alvleesklier verouderde en verschrompelde door ouderdom kreeg je suikerziekte en dat was met medicijnen aan te pakken.
Ik fronste mijn wenkbrauwen. Sinds wanneer was ouderdom een orgaan? Ging het niet meer over leven en doodgaan? Afsterven. Kaarsje uit. Op. Poef!
Andrea liet in een filmfragment, waarin de gerontoloog Aubrey de Grey sprak, zien dat we straks misschien wel 1000 jaar oud konden worden. De ouderdom was uit te stellen, het stelde zichzelf nu al uit. Andrea houdt zich nu daarom vooral bezig met het ontwikkelen van een pil die er voor moet zorgen dat we zonder al te veel ouderdomsziekten fit en vitaal de honderd passeren. Maar het kaarsje brandt een keer op. Of je nu 80, 90 of meer dan 100 of dan zelfs 1000 jaar oud zou worden. En, zo bedacht ik me, zou het iets uitmaken wat het deed met je mentale gesteldheid en de zen van het leven?

De zen van het leven.

Stel, ik zou waarschijnlijk 1000 jaar oud worden bij geboorte. Ik zou opgroeien en zou precies dezelfde dingen kiezen, precies dezelfde wensen hebben en ik had dezelfde doelen. Zou ik er dan langzamer over doen? Zou ik denken dat ik zeeën van tijd had? Nee, ik zou denk ik met precies dezelfde gretigheid mijn leven inrichten en soms willen haasten. Ik geloof dat de mens wordt geboren met zulke gretigheid. We weten namelijk niet, ook al zouden we waarschijnlijk 1000 jaar worden, dat we zo oud gaan worden en dus willen we reizen, feesten, mensen ontmoeten, leren, spelen en relaties aangaan met dezelfde gretigheid als dat we morgen zouden sterven. We zouden morgen misschien wel onder een auto terechtkomen, wat had ik dan aan de wetenschap dat ik waarschijnlijk 100 of 1000 zou worden?

Hoe jong of oud we ook zijn, wij nemen de tijd of nemen helemaal geen tijd. We plannen, lummelen of maken wel of geen keuzes op dezelfde manier als anderen omdat we in hetzelfde vat van tijd zitten. In ieder geval voor mij bestaat er geen vacuüm waarin ik weet wat ik doe in dát bepaalde termijn omdat ik waarschijnlijk een bepaalde leeftijd zal halen. Dat weet, gelukkig, niemand, zelfs niet als je ernstig ziek bent en een eindtermijn van een arts te horen hebt gekregen. De dood is en blijft altijd plotseling om de hoek kijken en neemt je wel of niet mee.

Is het niet zaak, een levenshouding, om uit het leven te halen wat er in zit en daarmee uiteindelijk, na al dat zwoegen, zuchten en puffen, er vreselijk tevreden mee te zijn want morgen zou alles weleens anders kunnen zijn?

Is ouderdom een ziekte?

Als ouderdom gepaard gaat met pijnlijke aftakeling kan ik me voorstellen dat we daar graag iets voor uitvinden, een pil, een medicijn, om het tegen te gaan. We willen niet ziek worden, ziek zijn. Maar er is iets moois (misschien het verkeerde woord) aan ouder worden en vraag ik me af of ik wel 100 wil worden. Of 1000 jaar. Vitaliteit zit ‘m niet alleen in lichamelijke energie en kracht maar ook in geestelijke energie en kracht. Het zit ‘m in het ‘helemaal zen’ zijn. Zen is het volledig beleven van hetgeen wat nu is. Dat lijkt mij het belangrijkste dat is.

(De titel is niet door mij verzonnen maar door Marco Raaphorst.) Deze blogpost is geschreven in het kader van de PHOT (Photo on Tuesday.)

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten