Ik snak naar de tijdloosheid.

Ik las een boek waar de schrijver vertoefde in Oostende. Meteen zag ik de kolkende schuimkoppen weer het strand op gaan. Een paar jaar geleden was ik in Oostende. Weliswaar in de late zomermaanden met bezette strandhuisjes op een rij. Een enkele gast liep op het strand. Het was toen al een beetje verlaten. Oostende heeft iets troosteloos maar schraal romantisch.

In mijn fantasie (en daardoor rijkdom) zou ik het liefst in de herfst en wintermaanden vertoeven op een plek als Oostende. Alles wat ik nodig zou hebben zou een rantsoen aan eten zijn, een warme kachel, goed licht en een laptop om te schrijven. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Zonder afleidingen. Geen gesprekken, geen telefoontjes. Ik snak naar de tijdloosheid ervan.

In plaats daarvan zit ik op mijn zolderkamer in een open ruimte waar mensen langslopen om heel even wat te vragen. Het is er best te doen hoor, ik heb er nu al meer dan 34.400 woorden getikt. Ik drink een kop koffie, lunch er. Maar er zijn geen kachels, geen kolkende schuimkoppen en er is geen troosteloze, schrale romantiek. Sommige muzikanten willen helemaal naar de verste oorden om te kunnen componeren. Misschien is het een rijkdom en luxe omdat je in je hoofd op elke plek kunt zijn waar je maar wenst. Dus ik waan me in het grijze Oostende, in een appartement met uitzicht op zee or ergens in een klein huisje aan de kustrand met het plan dat ik na een hele dag schrijven, terwijl de lantaarnpalen aangaan en de mensen huiswaarts keren -de wind in hun rug – een plekje zoek in het lekkerste restaurant aan de boulevard. Het is eigenlijk heimwee.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Verwarring in de trein.

Afgelopen week sprak een mevrouw me aan. Ik was net opgestaan om naar de uitgang te lopen. Ze wees naar een symbool op het raam. Het was een mannetje met een laptop. Volgens mij zweefde die laptop ook nog eens in de lucht. ‘Ik dacht dat het een stilte coupé was maar iedereen praat!’ Het klonk als een klein verwijt. Ik was verbaasd. Ik was me van geen kwaad bewust. ‘Ik heb geen idee!’ zei ik. Ik besloot in de volgende trein een foto te nemen van het verwarrende symbool en het de NS zelf te vragen.

‘Deze zone is ingericht om rustig te reizen. Hier kan de reiziger lezen, werken, slapen of zachtjes praten. De stoelen staan daarom zoveel mogelijk achter elkaar en niet tegenover elkaar.’ Aldus de twitteraar van de NS.

Een paar dagen later en een trein terug naar huis hoor ik een groep studenten met elkaar praten. Ik kijk naar het symbool in het raam. Een vliegende laptop en wat andere spullen boven een mannetje dat zit. ‘Wist je dat er naast een stilte coupé en een gewoon praten coupé ook een werkcoupé is?’ Niemand wist het. Wist jij het?

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Eerst moet je afbreken wil je weer opbouwen.

‘Ik moest aan jou denken toen ik in een gesprek zat en iemand vertelde dat al die Brabanders die naar het westen zijn verhuisd op enig moment weer teruggaan.’ Ze lachte. Ze wist inderdaad mijn antwoord al. Er zou heel wat moeten gebeuren, iets onvermijdelijks of cruciaal, waardoor ik zou besluiten terug te keren.

We zaten, op haar uitnodiging, aan de bar in een vrij druk café ergens op een hoek van een straat. Buiten zaten mensen met dikke vesten aan te pimpelen bij het kaarslicht. Het was het begin van de herfst, een tijd die ik erg prettig vind. De bomen veranderen van kleur. Alles laat los en er is tijd voor afbreuk en langzame vervanging. Eerst moet je afbreken wil je weer opbouwen.

Ze ging verhuizen binnenkort. Terug naar haar roots. Niet exact terug naar haar geboorteplaats maar in ieder geval dichterbij. Ze was haar accent nooit kwijtgeraakt terwijl ik vele malen te horen kreeg dat ik ‘zo haags’ was gaan spreken. Ze hoopte dat de verhuizing soepel zou verlopen en vond het allemaal spannend. Er moest nog veel verbouwd worden. Ze liet een paar foto’s zien van de nieuwe woning.

‘Je leert je vrienden wel kennen als je gaat verhuizen.’ zei ze. Ik beaamde het. Ik had een vriendin die slechts twee keer naar het westen kwam, een keer met de trein, wat ze een crime vond, de tweede keer met de auto maar die kreeg onderweg pech, en ze vloekte op het drukke verkeer, de trams en alles wat anders was dan daar waar ze vandaan kwam. Later verwaterde het contact en sprak ik naar niet meer. Jaren ervoor zwaaide ze een andere vriendin uit die naar Maastricht ging verhuizen. ‘Ik kan er niks aan doen dat zij is weggegaan.’ vertelde ze mij. Ze had een reden om niets meer te ondernemen.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.