Weet je wat je zegt?

Heb je mij gezien? Gehoord? Gevonden? Heb je mij aangehoord? Gevraagd hoe het was of nog steeds is? Heb je geluisterd naar het complete verhaal ook al sta jij er anders in? Heb je de feiten tot je genomen? Weet je zeker wat het inhoudt? Weet je wat je zegt? Neem je het risico mensen over een kam te scheren? Ben je bereid je veronderstellingen onder de loep te nemen? Durf je je te vergissen?

Weeg je je woorden af? Begrijp je wat het behelst? Begrijp je wat je vindt? Steek je tijd en energie in de ander? Heb je een tijdje mijn schoenen aangetrokken en de weg bewandeld die ik heb bewandeld of nog steeds bewandel? Ben je erbij geweest? Ken je de weg? Heb je alle kanten van het verhaal gehoord?

Hoe jij het zou doen is niet per sé de manier waarop iemand anders het zou doen. En daar liggen zeeën van redenen en gevoelens achter die we niet zomaar aan de buitenkant zien en niet altijd meteen kunnen uitleggen of verklaren.

Zou je kunnen zeggen, ik weet het gewoon niet?

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Ze zijn echt wel behulpzaam hoor.

De oudere vrouw met een lok grijs haar voor haar gezicht sjokte vermoeid de tram in. Net ervoor had een student de deuren open gehouden. Een andere man hielp haar de trap op en checkte voor haar de ov chipkaart in. Ze ging moeizaam zitten en zuchtte even. De tram was ‘s avonds laat de hoek om gereden voorbij DeLaMar Theater en het Leidseplein maar daarna doorgereden naar een ander platform. Ze was erachteraan gerend maar viel en werd overeind geholpen door studenten. ‘Ze zijn echt wel behulpzaam hoor. Mensen.’ Ik knikte. Ze keek met guitige ogen naar me en knikte overtuigd. ‘Echt. Je hoort weleens dat mensen elkaar niet meer helpen maar dat is niet zo.’ Ze wreef over haar knie. ‘Heeft u pijn?’ vroeg ik. Ze schudde haar hoofd. ‘Nee, en mijn broek is niet kapot. Maar misschien is mijn knie wel blauw maar mijn lachspieren zijn prima!’ Ze lachte haar tanden bloot. Na de volgende halte moest ze eruit. ‘Hou u goed vast hoor!’ riep iemand. Ze keek me aan. ‘Zie je wel.’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

In zak en tas.

De tas was al sinds een jaar of acht in mijn bezit. Een cognac kleurige leren tas die ik kreeg voor mijn verjaardag. ‘Ik sta nu in Amsterdam, voor die tas…’ Het was eigenlijk een verrassing die na dit telefoongesprek geen verrassing meer was. Vriend kon de winkel niet vinden.
Maar die tas bewoog overal mee naartoe, stond op allerlei plekken, logeerde in het binnen- en buitenland en ging mee naar mijn werk. Hij vervoerde mijn belangrijkste spullen; portemonnee, paraplu, mobiel en agenda. Lippenstift, telefoonoplader, powerbank, kam en zonnebril met koker. Het leer werd te weinig gepoetst. Er vielen regenbuien op. Een mobiel werd eruit gejat. Daarna werd er een rits in gezet, het leer ging aan de naden kapot. De binnenvoering werd dun en ging later kapot. De buitenkant ging ook kapot. Ik was regelmatig iets kwijt. Dan lag een sleutelbos verscholen in een binnennaad van mijn tas. Dan maar weer opgelapt door een kledingmaker. Mijn leren tas was acht jaar oud en ik dacht er niet aan om hem te vervangen.

Sommige mensen hebben meerdere tassen, ik had er maar een. Als ik die tas moest wegbrengen naar de kledingmaker had ik geen andere tas en liep ik met mijn ziel onder mijn arm. Ik zat in zak en tas. Een nieuwe tas voelde als heimwee.
Afgelopen week ben ik toch maar eens gaan zoeken naar een nieuwe leren tas. Eentje die stevig was en goed was voor mijn werk. En ik keek en zag en vond het maar niks. Niet mooi genoeg. Niet groot genoeg. Niet praktisch genoeg.

Ik raakte nog vele jaren ervoor verknocht aan mijn wasmachine. Een derde handsje, die na meer dan twaalf jaar trouwe dienst ineens instortte waardoor de reparateur hoofdschuddend zei dat het tijd was voor een nieuwe. Ik wilde niet dat het tijd was voor een nieuwe!

Om een lang verhaal kort te maken, ik kocht een nieuwe leren tas. Hij lijkt in het niets op de oude tas.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Deze zomer gaat ook een keer voorbij.

Ik zit hier in mijn werkkamer met mijn verhaal voor mijn neus en probeer niet te denken aan de warmte die hier hangt. Het heeft geen zin om een raam te openen. Buiten is het om elf uur al dertig graden. Zolang ik stilzit, een beetje tik en water drink gaat het best prima. Een beweging, het voorover buigen om een glas water te pakken en het is tijd voor een interne hittegolf. Het zijn geen opvliegers. Het is ook geen koorts. Ze zit vooral aan de onderkant van mijn bril en in de lijn van mijn nekharen.

Sinds gisterenavond staat er een foto op mijn bureau, links in de hoek. Het is een foto uit een wegwerpcamera met drie personen erop. Als ik er lang naar kijk word ik verdrietig dus kijk ik er niet zo lang naar. Ik moet werken; hoofdstukken schrijven anders ben ik niet op tijd klaar om ze in te leveren. De foto is een beetje flets en in retro stijl. Alsof de tijd voorbij gegaan is zelfs op fotopapier. Alle drie kijken ze in de camera met een glimlach. Het was een mooie tijd, die negen jaar. We zijn vereeuwigd op dit stukje papier. De middelste staat op een stoel waardoor hij groter lijkt dan ik. En dat zal ook gaan gebeuren, ooit. Op de foto waait mijn haar een beetje.

Deze zomer gaat ook een keer voorbij.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Niet meer meekijken over hun schouders.

Ik kijk naar ze. Twee jonge jongens. Naast elkaar. Ze houden een gesprek zonder zich te realiseren dat ik meeluister. Ik luister vaak mee. Ik weet (en wist) en hoor veel. ‘Ja, dat weet ik.’ zei ik vaak als ze iets vertelden en ik ineens aanvulde. ‘Ik weet alles. Ik ben net Sinterklaas.’ grapte ik dan met een serieus gezicht.

Ik zat soms aan de keukentafel en hoorde gemompel of er werden losse flarden van zinnen naar me de ruimte ingezonden waardoor ik een vraag stelde.
Nu sta ik pal achter hen en zie hun fijne schouders en bekijk de manier waarop ze staan. Ik zie de achterkant van hun hoofd. De een krulhaar, de ander piekhaar. Als ik op het terras zat bij de voetbaltraining kon ik feilloos hun lichaam ontdekken in de groep, puur en alleen op de manier waarop ze liepen. Of sjokten. Of renden. Of stilstonden.

Ik heb een beeld hoe ze straks in de puberteit zullen gaan en hun lijf en stemmen veranderen. En wat de een zal gaan doen en de ander ook. En hoe groot ze zullen worden totdat ze uitgegroeid zijn. Alleen fietsen zonder hulp.

Ze lopen naast me. Met me. Daarna laat ik ze los. Dan gaan ze verder zonder mijn begeleiding. Het is een gek gevoel, dat loslaten. Het is het rotsvaste vertrouwen hebben dat ze het ook zonder mij gaan doen. En dat ik niet meer met ze mee wandel en mee kijk over hun schouders.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten