Gisteren had ik mijn dag niet. De hele dag niet. Een soort melancholie maakte zich van me meester terwijl het de hele dag bleef miezeren en ik het koud had. Toen ik ‘s avonds met de trein naar huis reed sloot ik mijn ogen. Bij Hollands Spoor stapte ik uit. Er waren tientallen voorvallen geweest in de trein dat ik mijn tas voor me hield omdat iemand te dicht achter me stond en ik het niet vertrouwde. Zelfs een paar jaar geleden was ik getuige van een treinroof en moest een verklaring afleggen. Nu stond ik op een koude, waaierige…

De kassière van de supermarkt keek me even fronsend aan. ‘Wat?’ Ik had de boodschappen netjes in mijn plastic tas gestopt en ik vertelde haar dat ik volgende week kwam afrekenen. Het kwam nu even slecht uit. ‘Ja, ik denk, mijn opdrachtgevers betalen me niet uit, dus komt er niets binnen. Ik verreken het volgende week wel.’ Ik neem aanstalten de supermarkt te verlaten als de kassière de telefoon opneemt en een melding maakt van wangedrag. Er snelt een bedrijfsmanager naar me toe, voordat ik kans zie de supermarkt te verlaten. ‘Ho ho, mevrouw, dat gaat zomaar niet!’ ‘Hoezo niet?’…