Afwachten.

Maandagmiddag was mijn moeder net haar kleding in de kast aan het leggen toen de verpleegkundige al riep dat het zover was. Binnen een mum van tijd had ze een rare jas aan die achter half open was en mocht ze alvast een pilletje innemen. Ik kon me nog herinneren toen ik zo’n pilletje voor een operatie kreeg ik onwijs ging zitten giechelen en ging flirten met de mannelijke verpleger op de shortstay-unit.

En toen ging het allemaal razend snel. Een operatie van een uur. Uit de narcose. Mijn moeder had al direct honger. Ze was redelijk fit voor bezoek en de volgende dag belde mijn vader mij op dat ze al naar huis mocht. Koud een litteken van tien tot vijftien centimeter, borst weg en naar huis.

Onwerkelijk lijkt het een beetje, hoewel mijn moeder alleen maar blij was. Thuis ben je liever dan daar, waar er telkens met zaklampen op je harses geschenen wordt middenin de nacht en je een droog beschuitje mag eten omdat ze niet willen dat je alsnog kotsmisselijk gaat overgeven. Maar nu gaan we weer allemaal afwachten. Afwachten is iets waar ik niet zo goed in ben. Afwachten is geen zekerheid en afwachten is net doen alsof alles normaal doorgaat maar ondertussen denk je er continu aan. Afwachten tot volgende week dinsdag is als vroeger toen je klein was wachten op Sinterklaas. Ik hoop trouwens dat Sinterklaas volgende week een mooi cadeau voor ons mam heeft. …

Teveel aan het aardse verslaafd.

Dinsdagnacht lag ik op een te zwaar opgepompt luchtbed met een dekbed over me heen in mijn oude huisje. Mijn oude vertrouwde huisje waar ik dertien jaar gewoond had. Waar de muren nog steeds dezelfde oren hadden maar wel andere kleuren. Er klonk een tikkend geluidje door de buis van de afzuigkap in de woonkamer. De woonkamer die aan iemand anders toebehoorde. Als ik mijn ogen sloot was ik terug in mijn oude woonkamer, waar de bank in de hoek bij het raam stond en ik vele malen naar buiten keek op druilerige herfstdagen als deze.

Er schoten allerlei herinneringen door mijn hoofd. Herinneringen van wandelingen, bezoekjes en gesprekken. Er schoten herinneringen door mijn hoofd over gedachten aan mijn moeder. Hoe haar mooie grijze haren ooit mijn grijze haren worden. Ik bedacht me dat er geen weg meer terug was; mijn eerste grijze haren lagen al boven en rond mijn oren. Soms is grijs zijn erg mooi. Ik kan er soms uren naar kijken.

Ik sliep en droomde over een mol. De zwartglanzende mol liep in de woonkamer en wilde me bijten. Het was een echte mollenstreek. Ik werd wakker van kramp in mijn teen en dacht na over de mol. Na het ziekenhuisbezoek met mijn moeder zocht ik naar mollenantwoorden: ‘zich aan het aardsche te veel verslaven.’ Natuurlijk, dacht ik.

De wachtkamer zat vol met jonge en oudere mensen. Het maakt in een ziekenhuiswachtkamer vaak niet uit, iedereen kan er ‘last’ van krijgen. Ik bekeek de handen van mijn moeder en ook al zou mijn moeder niet uit zichzelf zeggen hoe nerveus ze was, haar handen vertelden genoeg.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten