Vrij. Om te schrijven en de lading over je heen te krijgen.

nuance

Ik ga de link hier niet plaatsen. Het was nogal een berg hoogdravendheid wat ik gisteren, via een conversatie en een doorverwijzende link op twitter, las. Waarschijnlijk dacht de schrijver, jeuj, ik ben nieuw en mag op dit platform bloggen en laat ik nou meteen eens flink met de deur in huis vallen. Het doet het namelijk altijd goed, flink je mening geven over een bepaald hot item en als je het dan een beetje extra aandikt kun je wellicht veel views verwachten. Een stukje ‘bad publicity is good publicity‘. En toch ook een schouder misschien, maar die schouder was ver te zoeken of niet breed genoeg. De blogger in kwestie was op zoek naar gelijkgestemden maar kreeg de tegenpolen op haar dak.

Terwijl iedereen zich erover heen stortte en het walgelijk vond, vond ik het vooral verdrietig en hoopte ik nog steeds dat het een grapje was.

Vandaag viel ook de beurt aan Yvonne Kroonenberg. Iets met primitieve mensen en geschoolde mensen die moeilijke dingen leren en klassieke muziek luisteren. ‘Iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig.’ verzuchtte ze.

Was het niet een soort grapje? vroeg ik me af. Kon het misschien zo zijn dat iemand een grapje had gemaakt? Mag het (alsjeblieft) een grapje zijn? Als het een cabaretiër was geweest hadden we gehuild van het lachen.

Gisteren blogde ik over vrijheid van schrijven. Het kan zomaar ineens zo zijn dat je in de schijnwerpers staat waar je, voordat je begon met je verhaal, niet over nagedacht had. Het voordeel van lompe directheid zonder enige nuance is dat je wel meteen duidelijk hebt wat de ander ergens van vindt en hoe hij is. Laten we er vooral ook de voordelen van inzien.

We doen moeilijk.

In je nieuwe sleehaksneakers teveel lopen en met blaren op je hielen naar huis gaan. Persé je pumps aan willen tijdens een stapavondje want dat staat zo leuk bij je jurkje. Tegenwoordig proppen we dan ook nog flatjes in een handtasje zodat we in ieder geval nog naar huis kunnen zonder die steltenlopers. Op enorme sleehakken naar de bus strompelen, zwikken op je ene voet en de stoep de schuld geven.

We doen moeilijk. ...

Eigenlijk is het behoorlijk stom en vinden we die Uggs, hoe ellendig lelijk ze ook zijn, ontzettend prettig om op te lopen. Geef ons gewoon makkelijk schoeisel! Fijn om naar te kijken maar ook fijn om aan je kwetsbare voeten te hebben. Waarom maken we het ons zo moeilijk door enorme hakken te kopen en alleen aan te trekken omdat het ‘zo mooi staat’ maar niet omdat ze zo praktisch zijn? Zijn vrouwen wat dat betreft gewoon teveel ijdeltuiterig?

Zelf draag ik alleen hakken als ik een zitavond heb. Leuk eruit zien, prima, maar ik heb geen zin in pijnlijke voeten, pijnlijke kuiten en pijn in m’n rug! Ook kijk ik naar de vorm van de hakken als ik dan toch hakken koop. Sleehakken lopen het prettigst, maar ze moeten dan niet al te hoog zijn. Pumps zijn voor mij een no go, bovendien staan ze me niet. Wat doen vrouwen zichzelf eigenlijk aan, vraag ik me steevast af, als ik weer een avondje op enorme hakken sta te staan.

Hoewel de Fashionstylisten en modekoningen per definitie mopperen op het Hollandse schoeisel. Vrouwen zouden te weinig hakken aan de voeten dragen en teveel ‘te makkelijk’ willen doen. Wat vinden we zelf eigenlijk? …

Partij Eerlijk.

Partij Eerlijk. Een Utopie. Ik weet het. Als je een stempel wilt drukken in de politiek moet je er eigenlijk ver naast gaan zitten. Occupy had een gatenkazenverhaal. Hoe zou je vanaf de zijlijn toch raak kunnen schieten? Het is een grote vraag met een onbeantwoord verlangen. En het houdt mij bezig.

Het Kabinet is dan toch gevallen. Eigenlijk best een giller. Het zat eraan te komen, we hoopten er stiekem op, maar dat het dan uiteindelijk door een driftkikkertje, stampend met zijn voet op de grond, finaal de grond is in geboord, hadden we niet verwacht. Of toch wel?

Misschien is het eerste gevoel een maatschappelijk betrokken gevoel en stap je daardoor met hart en ziel en je hele zaligheid de politiek in. Zit je er eenmaal dein je mee op de hoge golven van de grootspraak en de macht en verzet je je pionnetje wanneer je een dobbelsteen gegooid hebt.
Toen het Kabinet gevallen was, vertelde meneer Buma, dacht hij ineens: ‘Ik heb geen pak!’ Hij belde zijn zoon en dirigeerde hem door de kledingkast om dan toch zo snel mogelijk een pak te regelen, want wij gewone burgers willen een betrouwbaar persoon die ons via de tv uitlegt dat het helaas zo gelopen is, en dan wel in pak!

En Wilders? Die heeft elke dag een andere kleur stropdas.

Wat nu?

Het zit me al dagen dwars. Soms zit het me in het algemeen dwars en kan ik er moeilijk mee uit de voeten en soms is er zo’n specifieke gebeurtenis in Nederland waar ik met mijn pet niet bij kan.

Het is niet te begrijpen. Onvoorstelbaar. Ongelofelijk. Niet te vatten.

Er was eens een jongetje uit een ander land waarbij veiligheid, geborgenheid en toekomst onzekerheid kende. Onbaatzuchtig liet een moeder haar kinderen gaan. Een beter bestaan. Wat zou dat moederhart gehuild hebben.

In Nederland kwam dat jongetje bij zijn zus terecht maar zij dropte hem bij het politiebureau. Via pleeggezinnen kwam dat jongetje uiteindelijk terecht bij twee pleegouders die veronderstelden, zoals altijd, dat het jongetje tijdelijk bij hen zou blijven. Er werden asielaanvragen gedaan en uiteindelijk, omdat het jongetje na jaren nog bij de pleegouders woonde, werd de voogdij aan de pleegouders gegeven.
Het jongetje sprak gewoon beschaafd Nederlands met een sterk ingeburgerd Limburgs accent, speelde voetbal en ging naar school. Nu is hij achttien maar moet opeens terug naar zijn geboortegrond. Geboortegrond zonder roots. Geboortegrond zonder communicatie. Geboortegrond. Dat is echt alles wat hij daar heeft.

Hoe kun je van mij verlangen dat ik dat begrijp? Door de regelgeving en traagheid van de wet is hij nu Nederlander en voelt zich Nederlander en leeft een normaal en net leven. Dat is niet zijn schuld. En daar hoeft ie niet voor te boeten. Bovendien vraag ik me af waar zijn kinderrechten zijn? Is dat niet het meest belangrijke waar we met z’n allen overheen walsen? Het recht op een normaal, geborgen bestaan. Bij ouders, of verzorgers, die het beste met hem voor hebben.

En ik begrijp niets, niets van een partij met de bijbel in hun broekzak. Maar wat nu? Wat kunnen we nog doen? Doen?

Zwart.

Er liep een jongenman, in lichte spijkerbroek en donkerblauw shirt en op gympen langs de gangen waar mensen naast elkaar en tegenover elkaar zaten. Hij had ietwat haast en toen ik de conducteur achter hem aan zag lopen snapte ik waarom.

Bij het trappetje sprak de conducteur de man aan. ‘Ik zag u zitten in de eerste klas en toen u me zag liep u ineens weg.’

Daar begon een lange discussie. Aan de ene kant ben ik die discussies een keer zat; die man kon geen treinkaartje overhandigen en zat in de verkeerde coupé, geef die man een boete en klaar ermee. Aan de andere kant zou een uitleg wel het minste zijn wat je de man zou kunnen geven.

De zwartrijders verpesten het dus voor de trouwe kaartjeskopers. Als zij een keer een treinkaartje vergeten af te stempelen vliegen de boetes hen om de oren. Niks geen gemaar en verontschuldigingen, een boete kun je krijgen! Pas als je een maand later tegenover een blonde dame zit met inkijk van hier tot Maastricht wil de conducteur best wel wat door de vingers zien.

Als vrouw moet je gewoon een potje gaan staan janken. Dat alles je tegenzit en bovendien ben je net ongesteld geworden. Je kunt er prat op gaan dat een mannelijke conducteur je laat gaan met een waarschuwing. Niet dat ik dat ooit geprobeerd heb, maar ik ken iemand die dat weleens gedaan heeft. ‘Gewoon janken. Werkt altijd.’

Ik stapte vanochtend uit bij Delft en had een nare bijsmaak van dat voorval in de trein. Hebben we met z’n allen teveel regeltjes gekregen waar we ons aan moeten houden zodat steeds meer mensen regels aan de laars lappen? Gisteren werd ik bijna door een meut jong grut aangereden op een voorrangsweg. ‘Ja, fiets maar gewoon door hoor. Dat maakt allemaal niet uit toch?’ hoonde ik kwaad.

We roken met z’n allen tussen werktijden door maar een niet-roker staat nooit z’n appel buiten op te eten. ‘Hey, ik ben efkes een kop koffie buiten drinken. Ben zo terug hoor. Neem jij m’n telefoontjes op?’ We plaatsen fietsen gewoon op plekken waar een bordje hangt ‘gelieve uwe fiets niet hier te parkeren’ en we smijten met z’n allen frietbakjes, broodzakjes en snoeppapier op de grond naast een prullenbak. Een woord verkeerd tegen de verkeerde en je krijgt een scheldkanonade van allerlei ernstige ziektes naar je hoofd geslingerd.

Had ik al gezegd hoe trots ik ben op Nederland? Zelfs in de politiek staan we verbaasd als Job Cohen ‘beschaafd’ blijft, geen spuug in z’n mondhoeken heeft zitten als hij de heer Wilders géén geblondeerde cavia noemt en niet eens vraagt of er een motie ingediend kan worden om alle geblondeerde cavia’s terug te sturen naar Limburg.

Maar ik overdrijf zeker. …

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten