Tagarchief: opkrabbelen

Een handleiding voor je leven.

Wie goed doet, goed ontmoet. Wees open en oprecht. Probeer je intolerantie van alle invalshoeken te bekijken voordat je een beslissing neemt. Wees trouw aan je waarden en normen. Laat niemand je fysiek pijn doen. Zeg hardop wat de ander voor je betekent. Breek muren af, ook die van jezelf. Wees kwetsbaar. Check je zelfbeeld. Als je fouten maakt, verbeter ze. Wees even kwaad en dan kalm in een woordenwisseling. Leg duidelijk uit wat je wensen zijn. Wees nieuwsgierig.

Wees direct in plaats van omslachtig.  Stel je vragen zodat je gehoord wordt. Durf te dromen. Verlies geen overzicht. Gebruik je talenten. Neem altijd een beslissing.

Onthou dat je altijd een keuze hebt. Als je eet, proef wat je eet en eet langzaam en kauw goed. Wandel. Accepteer wat je niet veranderen kunt. Kijk vooruit. Praat over moeilijke dingen, alleen bij een respectvol luisterend oor. Ga niet over je grenzen en bepaal je grenzen en weet wanneer men je grenzen over wilt gaan. Zeg stop. Praat. Neem voldoende rust voor jezelf, ook al in het midden van chaos. Vindt uit wat je slaapritme is. Ruim op wat chaos is.

Leef in het hier en nu. Denk na bij wat je zegt en doet. Doe een dansje. Laat je niet haasten. Doe wat je leuk vindt. Ga weg bij éénrichtingsverkeer. Wees behulpzaam. Kom je er niet uit, zoek hulp.

Geniet van een slappe lach bui. Knijp eens in je arm als je beseft dat je het goed hebt, op dat moment. Pieker maar een paar minuten en wees erna realistisch. Stap uit je zeepbel en smell the roses. Luister naar dat stemmetje. Zeg ‘hallo’ tegen een wildvreemde. Wees tevreden met de kleine dingen en geloof erin dat kleine dingen groot kunnen worden. Leef altijd jouw leven, niet die van de ander, of leef het 100% samen.

Diefstal van privacy. Deel 2.

Zodra ik wakker werd dacht ik er aan. Toen ik de volgende dag naar de reparateur fietste om mijn tas te laten maken kwam er een jongeman naast me fietsen. ‘Hoe fiets ik naar de stad?’ vroeg hij. Ik zette me meteen schrap. Ik zit in de tram en hou iedereen in de gaten. Iedereen. Ik zou zo kunnen vertellen wat die ene mevrouw droeg rechts voor me en hoe die ene lange man wiebelde terwijl hij naar zijn telefoon keek. Heel veel mensen kijken naar hun mobiele telefoon, is me nu opgevallen. Ik hou mijn nieuwe telefoon opgeborgen.

Gisteren fietste ik naar het politiebureau. Ik had een afspraak om vijf uur op het bureau omdat zij me toch wilden spreken. Ik kon een helder en duidelijk verhaal vertellen en ze wilden camerabeelden bekijken. Anders had ik via internet mijn aangifte kunnen doen. Ik stond in een lege hal naar een lege balie te staren en zag zo’n knop die je ook in hotels vindt. ‘Als er niemand aan de balie zit, belt u dan hier.’ Ik belde. Na vijf minuten belde ik nog eens. Er kwam iemand maar liep naar buiten. Onderweg riep ie: ‘Veel bellen!’ ‘Ik heb al twee keer gebeld!’ riep ik. ‘Nog meer bellen!’ riep ie en sloeg de hoek om.

Er kwam een agent aan gesjokt en hield vragend zijn wenkbrauwen omhoog. ‘U heeft een afspraak?’ Ik knikte. ‘Weet u ook met wie?’ Dat wist ik niet meer. ‘Ja, want weet je, het is hier erg druk en ..’ Er kwam nog een agent. ‘Astrid, mag jij aangiftes opnemen?’ Ja, knikte ze. ‘Wil jij dan deze mevrouw helpen?’ Even leek hij ook te aarzelen. ‘Jij heet toch wel Astrid?’  ‘Nou, ik heb om vijf uur een afspraak voor een aangifte.’ Ik had al lang door dat ik die afspraak moest zijn.

In spreekkamer 003 werd de computer opgestart, ik kreeg een bekertje water en moest even wachten. ‘Heftig he, als je dat meemaakt.’ begon ze. Ik was verbaasd eigenlijk, dat iemand het woord ‘heftig’ in de mond nam. Het lijkt namelijk allemaal zo mee te vallen, een gestolen telefoon, gerold uit je tas op een koude maandagavond terwijl je op de tram aan het wachten bent, maar het heeft meer impact dan dat.

Na een uur en een uitgebreid, gedetailleerd verhaal te hebben gedaan, wat eerst met de hand werd opgeschreven, moest alles nog op de computer worden uitgetikt. Toen dat eenmaal achter de rug was printte ze alles uit. Maar de datum was verkeerd. Ze scheurde alles door en wilde opnieuw printen maar het printpapier was op. Nadat ze printpapier was gaan halen werd alles alsnog geprint, kreeg ik netjes een map en zou ik na ruim een week een telefoontje verwachten. De aangifte zou eerst langs recherche moeten omdat zij toestemming moeten geven om beelden op te vragen. En dan moet er nog gefilmd zijn dat er daadwerkelijk te zien is dat er uit een tas gerold wordt.

Maar ik fietste al opgeluchter naar huis en sliep die nacht weer beter. Het blijft een soort controle dingetje; als iemand je leven bepaalt en dirigeert wil je het terugpakken. Het is vallen en Opkrabbelen.

Foto gemaakt door zenra.

Van tevoren ben ik bang dat het niet goed genoeg is.

 

Elke keer als ik gevraagd wordt ergens (bij een bedrijf, instelling, zelfstandig ondernemers) te praten over bloggen maak ik een nieuwe presentatie. Altijd. Geen stokpaard; ik wil verbeteren, veranderen en waar nodig aanpassen. Bovendien is geen enkel bedrijf hetzelfde en wil ik me ook aanpassen aan het bedrijf en hun vraagstelling. En ik wil niet eindeloos herhalen. Dat vind ik saai. Oninteressant. Vervelend. Te makkelijk.

Ik maakte mijn presentatie gisteren. Daar had ik de hele dag voor uitgetrokken en ik had die tijd ook nodig. Echt waar, had je die tijd echt nodig? … Nee, da’s niet waar. Ik had de helft van die dag nodig. Ik weet namelijk donders goed waarover ik het wil hebben en in welke volgorde. Ik weet donders goed wat er zo belangrijk is aan bloggen en waarom het ook erg leuk is en effectief. Ik weet ook donders goed dat, als ik eenmaal op gang ben, enthousiast raak en met vuur kan praten. Maar waarom dan zo bijschaven? Waarom nog een keer bekijken en oefenen en wegleggen en toch weer erbij pakken? Perfectionisme?

Faalangst. En ik haat het.

Het zorgt ervoor dat ik denk dat ik het niet (goed) kan. Dat iemand anders het vast beter kan dan ik. Dat ik denk dat ik dingen vergeet, hakkel en stotter of niet op woorden kan komen of nog erger, dat ik een black out krijg.

Je eigen angsten belemmeren je als de …[vul maar in.]

‘Maar dat is dus wel zo.’ mijmerde een notaris die ik tijdens een borrel sprak nadat ik mijn presentatie had afgerond. ‘Als je zelf vindt dat je het kan, dat je het leuk vindt en dat je weet waarover je praat, dan straal je dat ook uit.’ Ik had net ervoor aan de groep jonge notarissen verteld dat eigenheid zo belangrijk is ook al blog je zakelijk en uit naam van het bedrijf waar je werkt.

Ik had dus mijn eigen enthousiaste, bijna prekerige, relaas aan mezelf kunnen vertellen. Gisterenmiddag. Toen ik me druk maakte en beren op de weg zag. Beren die er niet waren, alleen in mijn hoofd.

En ja, het ging zoals ik wilde. Ik was mezelf. Een professionele spreker zou onder de tafel gaan zitten. Ik hakkel weleens en kan soms niet op een bepaald woord komen. Ik wiebel een beetje heen en weer, ik gebruik makkelijke en simpele woorden en ben totaal niet standaard. En dus mezelf. En ik maak mijn punt. En daar zult u het mee moeten doen. (En dat werkt uiteindelijk altijd het beste. Na wat gestrooi met complimenten ging ik dik tevreden en met een fijn gevoel naar huis.)

[En dan morgen een blog over het gedoe met mijn ebook over bloggen. De titel die ik als verrassing voor me wilde houden tot de lancering blijkt ook de titel te zijn van een ander ebook over bloggen die eerder dan de mijne uitkomt terwijl er voor allebei ISBN nummers zijn aangevraagd. En de les die ik eruit leer. …]

Papa kijkt in de achteruitkijkspiegel.

De ellende van alles willen snappen is dat ik me ook nogal eens wil verplaatsen in de ander. Op heel veel momenten is dit alleen maar prettig omdat ik dan begrijpen, kan accepteren en in een doosje kan doen met een groot slot erop. Soms begrijp ik het gewoonweg niet. En raakt het me. Teveel. Wil ik snappen, begrijpen, accepteren, maar dat lukt niet.

In de auto onderweg. Een beetje naar buiten kijken. Vragen waarheen we gaan. Samen. Onderweg. De rit duurt lang. Papa kijkt in de achteruitkijkspiegel. …

I will just go and go

De mens is mooi?

 

Er zijn altijd drie manieren om een situatie te bekijken. Je bekijkt het vanuit een zwart perspectief, wit perspectief

of het grijze.

Nu bekijk ik de situatie vaak vanuit persoonlijk humeur. Heb ik een chagrijnige dag, zijn de mensen om me heen er vaak niet best aan toe. Het zijn zeurpieten, trutten of asociale horken, vooral op straat. Voel ik me goed schijnt de zon. Neurie ik op de fiets, wacht ik in de rij van de supermarkt en vind het niet eens erg dat een oude tang voorkruipt. ‘Ik heb tijd zat!’ Wanneer ik helemaal blanco uit mijn bed stap ’s ochtends kan het alle kanten uit gaan. Bekijk ik de situatie per situatie. Is voorkruipen in de rij van de supermarkt niet zo netjes en zeg ik dat ook, heeft iemand zijn auto op mijn plek gezet denk ik: ach.

Als je focust op positief, zie je positief.

 

En ook dat kan weer drie kanten op. …