Wie vraagt …

Donderdag liep ik met mijn oppaskinderen door het centrum. Bij de Etos moest ik wat kopen. De oudste zag een enorme snoepwand staan. Logischerwijs wilde hij een snoepje. Het mocht niet van mij. Hij mokte. Hij was slim genoeg om aan de kassamevrouw ook te vragen of hij een snoepje mocht, maar ook de kassamevrouw schudde haar hoofd. Hij mokte nog meer. Hij drentelde langs de snoepwand terwijl ik ging afrekenen. Ik zag vanuit mijn ooghoek dat hij met zijn vinger in de snoepbak ging. ‘Je moet niet met je vingers in de snoepbak gaan hoor, dat is niet zo fijn voor andere mensen die snoep willen kopen. Misschien heb jij net met je vinger in je neus gezeten en zit er nu snot aan dat snoepje wat de meneer of mevrouw wilt meenemen.’ legde ik uit. Hij keek me bozig aan. Mopperde iets over ‘jij stom’ en andere bewoordingen die niet zo netjes zijn.
Even later wilde ik mijn portemonnee wegdoen toen ik iemand achter me hoorde met een strenge stem: ‘Jongetje! Je mag niet met je vingers in de snoepbak!’
Ik draaide me om. ‘Jongetje’ was een beetje boel geschrokken en ging tegen me aan staan. ‘Zie je nou wel. Ik zit niet een potje uit m’n nek te kletsen.’ Hij begreep het uit je nek kletsen niet zo maar dat deerde niet. Soms moet je niet zoveel willen. Dan wordt het krijgen zo lastig.

Even later staan we in een Turkse bakkerij. Ik had net een brood gekocht, sta nog even te kletsen, stop mijn geld weg en zie dat de vriendelijke meneer met een bakje over de kassa heen leunt. ‘Jullie snoepje eten?’ vroeg hij aan de kinderen. De oudste, die even ervoor nog mokkend en boos persé een snoepje wilde en het niet kreeg was nu zo blij als een klein kind. ‘Dank je wel.’ zei hij en glunderde. Soms vraag je er niet om en krijg je het. Dat ene kleine miniscule snoepje werd een groot feest. Het werd een cadeau. Het werd een blij gezicht.

Toen ik de hoek om liep dacht ik: ‘Wat ben ik nou toch vergeten?’ ‘Brood!’ riep de oudste uit. Wij weer terug naar de bakkerij. Buiten stond de man met plastic zak met brood om zich heen te kijken. De oudste rende naar de meneer toe. ‘Dahaag!’ riep hij en zwaaide totdat de man zijn winkel weer in was. ‘Meneer brood bewaard!’ zei hij terwijl hij op zijn snoepje kauwde. …

64. Waar ligt je focus?

Ik begin ben begonnen met een serie vragen aan mezelf. Vragen die een ander aan mij zou kunnen stellen en die ik ook aan jou zou kunnen stellen. Over creativiteit. Waar is het bij jou begonnen en ontstaan en wat doe je ermee, of ben je het kwijtgeraakt? Wil je het (terug)vinden? Doe je mee? Reageer en zet je link in de comments of reageer in de commentbox. Je kunt alle creativiteitsvragen hier terugvinden.

‘Waar leg je de focus?’ Wat is de kern van het geheel en wat kies je eruit om te gebruiken of uit te diepen? Dat kan werkelijk van alles zijn.
Focus is fijn als leidraad, om te komen waar je ongeveer naartoe wilt. Maar onderweg kan er vanalles gebeuren waardoor je richting een beetje verandert. Dat is niet erg, zo gaat het nu eenmaal. Ik heb geen strakke plannen.
Natuurlijk zijn er wensen, maar zelfs die wensen laten soms op zich wachten en tijdens het wachten weet je niet eens of die wens vervuld wordt. Je werkt gewoon hard, je deelt je richting met anderen en loopt waar de weg je heen duwt, zachtjes, en soms met een harde duw. Soms ligt de focus ineens voor je neus onder je ogen en deal je ermee, omdat het zich dan op dat moment aanbiedt.
Focus vandaag kan een andere focus voor morgen zijn. Het beweegt als een blog met dezelfde bedoeling en recht van spreken. Ergens vind ik het mooi dat ik korte termijn plannen maak. Over vijf jaar weet niemand waar hij is. Of wel?

64. Ben je tevreden?

‘You must accept that you might fail; then, if you do your best and still don’t win, at least you can be satisfied that you’ve tried. If you don’t accept failure as a possibility, you don’t set high goals, you don’t branch out, you don’t try – you don’t take the risk.’ — Roselynn Carter.

IMG_2496

Gelukkig zijn en geluk nastreven valt voor mij samen met complete tevredenheid. Als je compleet rustig in je tuin kunt zitten of in een park of op je balkon en niets hoeft, nergens heen hoeft, niet bezig bent met morgen of gisteren of vandaag maar dat je kijkt naar je drankje, de lucht, jezelf en glimlacht.

Wanneer ben jij tevreden?

In mijn boek Opkrabbelen wordt de enquete besproken waarbij men onder andere de vraag voorgeschoteld kreeg wat voor hen geluk betekent. Je leest daar wat men onder geluk verstaat.